Na het verlies van haar dochter stopte Willeke Alberti met optreden. Nu pakt de koningin van het levenslied de microfoon weer ter hand. ‘Het is fijn dat ik er weer een beetje bij hoor.’
Door Nathalie Huigsloot
Fotografie Ines Vansteenkiste-Muylle
‘Met Willeke!’, klinkt het na het draaien van het algemene nummer van Willeke Alberti BV.
‘O, spreek ik met Willeke zelf?’
‘Jaja, ik ben thuis, dus ik neem gewoon op.’
De 80-jarige zangeres heeft het druk. Na een pauze van een jaar heeft ze besloten weer te gaan optreden in verzorgingshuizen. Met haar optredens in het theater was ze een paar jaar geleden al gestopt, het werd haar te zwaar. Maar in verzorgingstehuizen bracht ze haar bekende liedjes, zoals Samen zijn en Telkens weer, nog altijd ten gehore.
Tot haar dochter Daniëlle in oktober 2023 op 55-jarige leeftijd overleed. Daarna lukte dat niet meer.
'Ik ben met een coach gaan praten. Nu heb ik besloten weer op te treden. Dan hoor je er weer een beetje bij, dat is een fijn gevoel'
‘Ik had een burn-out, verdriet, en mijn stem was weg’, vertelt de grande dame van het Nederlandse lied aan de telefoon. ‘Maar mijn familieleden zeiden op zeker moment: Je moet het zelf doen, anderen kunnen dit niet voor je oplossen. En daar hadden ze gelijk in. Ik ben met een coach gaan praten. Nu heb ik besloten weer op te treden. Dan hoor je er weer een beetje bij, dat is een fijn gevoel. Er komt ook een plaatje uit van een duet dat ik met mijn achterneef Kelsey heb opgenomen, en een met mijn kleindochter Mila (de dochter van haar jongste zoon Kaj, uit haar huwelijk met Søren Lerby, red.). 10 jaar is ze. Net zo oud als ik was toen ik mijn eerste duet zong met mijn vader, Willy Alberti.’
Er is de afgelopen jaren veel gebeurd in het leven van Willeke Alberti, die als Willy Verbrugge werd geboren. Haar dochter Daniëlle – die ze kreeg tijdens haar huwelijk met bassist Joop Oonk – overleed na een lang ziekbed en liet haar man, oud-voetballer John van ’t Schip, en twee kinderen achter. Daarnaast lagen de zoon en andere familieleden van Alberti onder vuur. Daar is op het eerste oog niets van te merken, ze ontvangt met een stralende lach in haar villa in Laren.
Al verdwijnt die lach wel even als er ineens een versuft, bollig muisje pontificaal op het stoepje van haar voordeur gaat zitten. Ze vlucht het huis in en haar voordeur gaat pas weer open als haar visagist Els het diertje vangt en een portiek verderop verder laat leven. ‘Sorry hoor’, zegt ze als ze heeft plaatsgenomen in haar voorkamer, grenzend aan haar weelderige tuin, ‘ik ben hysterisch over muizen.’
‘Ik heb veel verloren. Niet alleen Daniëlle, maar ook mijn broer Tonny en veel andere dierbaren. Ome Tonnie, tante Beppie. Op een gegeven moment zijn het zo veel vrienden en dierbare collega’s die je verliest, dat elke keer als je weer bij bent gekomen, de volgende alweer gaat. En iedere uitvaart komt het verdriet om Daniëlle terug. Maar je moet op zeker moment toch zorgen dat je weer verder kan, je hebt geen keus. Er is maar een keus en dat is doorgaan en kijken naar wat je wél hebt, en dat is nog heel veel, gelukkig.
‘Maar dat verdriet werkte op mijn stem. Nu ik het er met jou over heb ook weer, dat hoor je wel. Als ik erover ga praten, krijg ik zo’n brok in mijn keel. Terwijl er niets aan de hand is met mijn stem. Als ik op het toneel sta, heb ik nergens last van.’
‘Ja. Dat zei mijn dochter altijd al: mam, als jij op het toneel staat, dan verander je. Dat vond ik nooit zo leuk, want je hebt zelf het idee dat je altijd hetzelfde bent. Maar ik ben een Verbrugge en een Alberti, dat heeft één van de beste keelartsen eens tegen mij gezegd. ‘De Alberti in jou doet alles’, zei hij, ‘die is brutaal en vrolijk, maar de Verbrugge is heel rustig.’ Dat klopt. Buiten het podium kan ik heel verlegen zijn. Ik ga ook zelden ergens alleen naartoe.
‘Maar als ik moet optreden is dat totaal anders, dan denk ik: o lekker, ik mag zo! Om uit te vogelen waar die verlegenheid z’n oorsprong vindt, ben ik nu met een personal coach bezig. Het is een Verbrugge-kwaal, ben ik achter gekomen. Ik kom uit een heel grote familie en we kunnen allemaal zingen, dáárin uiten wij ons.’
‘Dat zei de dokter. Eigenlijk vanaf Daantje overleed. Ik heb mijn verdriet altijd weggezongen. Altijd. Daar had ik zelf geen erg in, maar nu zie ik in dat het podium daarvoor mijn plek was. Tijdens Daans ziekte lukte het me nog om in het zingen troost te vinden, maar toen zij overleed, na ongelooflijk sterk voor ons allemaal te zijn geweest, lukte het me niet meer. Vlak daarna is ook mijn broertje overleden aan een hartstilstand. Ik kreeg zelf bijna een hartstilstand, zo erg schrok ik van het bericht. Mijn broertje was altijd bij me. Toen kreeg ik het niet meer weggezongen. Ik kon alleen nog maar huilen. De hele dag.
‘Ik vroeg ooit aan mijn moeder: ‘Mam, waarom huil jij nooit?’ ‘Nou’, zei ze, ‘als ik begin te huilen, kan ik nooit meer stoppen’. Haar vader overleed toen ze 3 was. En het klopte wat ze zei, toen ik eenmaal begon met huilen, kon ik niet meer stoppen.’
'Ik heb van jongs af aan geleerd dat je nooit naar buiten mag brengen wat je meemaakt.'
‘Dat is precies waardoor ik hulp nodig had. Ik heb mijn personal coach Sanne aanbevolen gekregen via de keelarts die me hielp inzien dat er een Verbrugge en een Alberti in me zit. En met Sanne ben ik nu bezig om te leren dat ik als allebei mezelf kan zijn. Dat ik me ook als Verbrugge leer uiten. Maar ik heb van jongs af aan geleerd dat je nooit naar buiten mag brengen wat je meemaakt. Dat was de code van mijn ouders.’
‘Precies. Zo ben ik opgevoed. En ergens is dat maar goed ook in deze tijd. Het is niet zo leuk meer om BN’er te zijn. Er wordt zo hard en snel geoordeeld, maar BN’ers hebben ook gewoon een familie voor wie dat vreselijk is, hè? Maar ik zal sowieso nooit iets van anderen naar buiten brengen, ik ben heel trouw aan mijn familie. Ik heb nooit, nooit iets gezegd. Als kinderen moet je bij je moeder veilig zijn. Ik kan wel over mezelf praten, maar niet over anderen, dat doen ze zelf als ze dat willen.
‘Ik heb laatst ook eindelijk weer met Johnny De glimlach van een kind gezongen. Dat lied is eigenlijk van Daniëlle, het is voor haar geschreven toen ze werd geboren, en door mijn vader gezongen, dus als ik het zing, komt er een brok in mijn keel. Maar als ik het met Johnny zing, heb ik dat niet, bij hem voel ik me veilig. Omdat we hetzelfde meemaken, en hetzelfde verdriet en dezelfde mooie herinneringen hebben.’
‘De glimlach van een kind dat nog een leven voor zich heeft. Als ik dat zing…’
Willeke schiet vol.
‘…dan krijg ik het moeilijk. Ik heb het ook een tijd niet kunnen zingen, maar de laatste keer met Johnny in de Ziggo Dome wel. Dan weet heel de zaal wat ik voel. Ik heb zo’n ongelooflijk mooi publiek, jong en oud. Daar word ik blij van. Alleen al van het feit dat je er nog steeds bij hoort. Het verbindt en het laadt me op. Het is ook het enige wat ik kan. Optreden tijdens de gaypride vond ik ook altijd zo heerlijk. Frits ehm… niet Flierevleugel… Huffnagel!, zei altijd: als je gay bent, heb je twee moeders. De één is je eigen moeder, de ander is Willeke. Zo voelt het voor mij ook als ik daar sta.’
'Ik kan wel een geheim bewaren hoor. Je moet gewoon oppassen met wat je zegt. Ook in interviews.'
‘Wat me het meest dwars zit, zijn de mensen door wie ik heel erg gekwetst ben. Maar ik kan hun kant inmiddels ook zien. Iedereen heeft zijn eigen waarheid. Dat heb ik geleerd van Sanne. Zij is echt het allerbeste wat op mijn pad is gekomen. Ik ga haar achternaam niet noemen, want dan wil straks iedereen naar haar toe. Het is ónvoorstelbaar dat je zo’n cadeau krijgt van je keelarts. Ik ging daar langs omdat ik steeds dacht: ik heb wat aan mijn keel, ik heb wat aan mijn keel. Maar ik heb alle scans gehad en alles was gelukkig goed.’
‘Hoe moet ik dat verwoorden? Om dankbaar te zijn. Om te zien wat er wel is. Ik heb bijvoorbeeld een tuinman, en die is er zó voor mij sinds ik die burn-out heb. Hij werkt hier al dertig jaar en die zegt dan: ik doe wel boodschappen. Iedereen heeft op zijn tijd iemand nodig die een kopje koffie voor je zet.
‘Door Sanne leer ik ook om meer over mijn verdriet te praten. Ik ben nu veel meer open, en meer volwassen door alles wat ik heb meegemaakt en met haar heb besproken. Voorheen heb ik vooral doorgewerkt. Dat is ook mijn redding geweest. Al klinkt ‘redding’ wel zwaar, zo moet je het niet zien, want ik heb een fantastisch leven gehad omdat ik van mensen hou.’
‘Ja, natuurlijk word ik gekwetst als ze aan mijn familie zitten! Daarom ben ik gestopt met praten. Ik was zo gekwetst door wat er op sociale media werd geroepen. Dan ontplof ik. Maar ik praat niet over de mensen die mij diep gekwetst hebben. Dat heb ik geleerd. Ik heb ook nooit een vechtscheiding gehad. Zo’n scheiding is nou eenmaal gebeurd, en daarna moet je gewoon respect hebben voor elkaar. Want het is zoals het is, zei mijn dochter altijd. Daarna kan je verder. En vergeven kan ik heel goed.
‘Ik heb ook veel vrouwen geholpen wier man is weggegaan. ‘Alsjeblieft, geen azijn’, zei ik tegen ze. Probeer er altijd een roos tussen te zetten. Want als je lelijk gaat doen, of uitschelden, of ruzie maken, geef je ze gelijk dat ze weg zijn gegaan. Met azijn bereik je helemaal niets. Mijn drie exen zijn alle drie vriendjes van me geworden. Ik ben zo trots op hoe we dit als familie hebben gedaan. Iedereen was er ook op mijn 80ste verjaardag. Dat zijn allemaal opladers waar ik blij van word.’
‘Over de hele kwestie rond Johnny heb ik nooit gesproken, met niemand. Ook niet met vrienden. Dat kan niet als je bekend bent.’
'Als ik op straat loop, zeggen mensen: jeetje, hoe is het met je? Dat is lief bedoeld, maar ook weleens moeilijk.'
‘Ze wisten het niet eens. Maar het is verschrikkelijk geweest, ik vond het heel erg. Toch zal ik er nooit iets over zeggen. Ik kan wel een geheim bewaren hoor. Je moet gewoon oppassen met wat je zegt. Ook in interviews. Ze pakken zo een deel van wat je verteld hebt uit het artikel weg en vervolgens staat het compleet uit zijn verband getrokken met grote letters in de bladen. Ik heb mijn abonnement ook opgezegd. Ik kón het niet meer, ik kan het niet meer lezen. Daarom geef ik ook bijna geen interviews. En eigenlijk hoeft het ook niet, want iedereen weet toch wel hoe ik ervoor sta.
‘Als ik op straat loop, zeggen mensen: jeetje, hoe is het met je? Dat is lief bedoeld, maar ook weleens moeilijk. Daarom vind ik het heel lastig om ergens naartoe te gaan. De eerste weken na Daans overlijden ben ik helemaal niet naar buiten gegaan.’
‘Ja, doordat ik niet kon praten over wat er speelde heb ik ook nachtmerries gehad. Maar dat is allemaal goed losgekomen door die sessies. Daar kon ik wel alles vertellen, daar is het veilig. Sanne heeft ook een code dat je niets mag doorvertellen, dat is haar vak.’
‘Ja. Maar nu kon ik echt niet meer zingen. Ik was helemaal verstijfd. Alles zat vastgekleefd. Vanmorgen ben ik daar weer voor behandeld bij de pijnbank, een behandelmethode bij verklevingen. Dat is verdriet, dat is de kramp die je hebt. Ik heb zelfs in een rolstoel gezeten. Ik dacht echt: ik kan nooit meer lopen. Toen heb ik alles afgezegd.
‘In de sessies heb ik over mijn leven verteld, wat ik nog nooit had gedaan. Dat breekt je op een gegeven moment op. Toen kwam álles weer terug, zoals het overlijden van mijn vader en mijn moeder. En ook het verdriet om mijn opa die op mijn 3de overleed. Ik vergeet dat nooit, dat niemand mijn verdriet zag. Dat is ook een soort inner child, dat ik eigenlijk nog steeds in me heb. Dat niemand het zag, was geen onwil, ze hadden zelf zo’n verdriet.
'Na mijn derde scheiding dacht ik: nu hoeft het voor mij niet meer. Ik ben me volledig gaan richten op mijn allergrootste liefde: het optreden.'
‘Mijn moeder heeft heel lang in een tehuis van verdriet gezeten. Die was zo gek op haar vader. Ik vond het lekker om in die sessies over mijn moeder te praten, maar ook over mijn vader. De veilige basis die ik dankzij hen heb, is echt zo ongelooflijk belangrijk in mijn leven. Mijn vader zong ook alles weg. En dat ben ik dus ook gaan doen. Maar door dit vak heb ik er veel families bij gekregen. Ik zou het zingen bijna een verslaving noemen. Misschien is ‘gewoonte’ een beter woord, ik ben niet zo verslavingsgevoelig. De enige verslaving die ik heb is kleren kopen. Dat heb ik altijd gehad. Als ik me niet lekker voelde, ging ik lekker winkelen.’
‘Die onvoorwaardelijke liefde is wederzijds. Als ik met mijn vader in het buitenland optrad, verlangde ik erg naar Daniëlle. Haar vader paste dan altijd op, die twee waren stapelgek op elkaar, en ik verdiende het geld. Maar ik vond het heerlijk om bij Daan te zijn, ik vond het vreselijk dat ik weg moest bij mijn kind. Maar ja, dat zijn dingen die gebeurd zijn. Ze was in goede handen, toch hoor je later dat het ook lastig voor haar is geweest. Maar Daan heeft het me nooit kwalijk genomen.
‘We lijken erg op elkaar, zijn alle twee supergevoelig, twee Watermannen. Dat zij zag hoe belangrijk het zingen voor mij was, was een blijk van onvoorwaardelijke liefde. Dat heeft ze in het laatste telefoongesprek dat we hadden, waarna ze heel rustig is ingeslapen, nog tegen me gezegd: ‘mam, blijf zingen in de zorg.’
‘Nee, ik vond het heerlijk. Ik kreeg Johnny. In het huwelijk daarna ben ik met Søren en de kinderen naar Duitsland gegaan, dat vond ik helemaal heerlijk. Ik heb alle voetbalwedstrijden gezien. Dus nee, ik heb mijn werk toen totaal niet gemist. Ik merkte dat mannen het niet leuk vinden als een vrouw werkt, die willen niet meneer Alberti zijn. En ik was heel trots om mevrouw Oonk, De Mol of Lerby te zijn, en niet mevrouw Verbrugge. Maar na mijn derde scheiding dacht ik wel: nu hoeft het voor mij niet meer, en ben ik me weer volledig gaan richten op mijn allergrootste liefde: het optreden. Ik was blij dat ik daardoor niet in een gat viel.’
‘Ik ben daar zelf al lang niet meer mee bezig. Ik vind mannen leuk, maar niet leuk genoeg om daar op deze leeftijd nog aan te beginnen. Ik hou gewoon van mensen en ik word blij als ik op het toneel sta. Dat is een grote liefde. Ik vind het prima zo. Als je een man hebt, ben je altijd de afstandsbediening van je televisie kwijt. Dat is ook altijd zo als Johnny hier is, haha. Waar is-ie nou? Waar is-ie nou? Maar als ik Telkens weer zing, geeft dat mij ook kracht. Die voel ik al als ik mijn handen zo spreid.’
Ze doet het voor, herhaalt de beweging een paar keer, alsof ze verbaasd is dat haar kracht er weer is.
‘Ik ben wel sterker geworden de laatste tijd. Ik kon laatst ook mijn benen weer in mijn nek leggen. Het komt ook doordat ik weer iemand heb die bij me in de huishouding werkt. Ik zat drie maanden zonder hulp, dat was heel zwaar, toen is ook die burn-out gekomen.’
‘Daar ben ik echt niet mee bezig. Dat is het enige dat ik wel aan mijn scheidingen over heb gehouden, dat ik dat nooit meer mee wil maken.’
‘Ja. Ik ben ook al heel lang niet meer verliefd geworden, wat ik vroeger wel vaak en snel had.’
‘Ja. Maar verliefdheid is verliefdheid, dat wil niet zeggen dat je daar iets mee wil. Als iemand getrouwd was, begon ik er niets mee. Je mag nooit het geluk van een ander afnemen. Jeetje, ik klink net alsof ik stoned ben, terwijl ik dat nog nooit ben geweest.
‘Een relatie is niet het enige dat liefde brengt. Ik krijg ook liefde van mijn publiek, dat zijn autistische mensen, dat zijn mensen met een beperking, met het syndroom van Down. Mijn vader gaf zijn laatste centjes aan mensen met het syndroom van Down. En kijk eens wat Johnny heeft gedaan, die heeft prachtige programma’s met mensen met Down gemaakt. Dat zit in onze genen. Ik vind dat Johnny die programma’s ongelooflijk goed doet. Ook Oranjezomer. Ik keek daar met veel plezier naar vanuit mijn bed. Met mijn hondje. Hè Mick? Mickey. Mick. Hey. Oehoi.’
Hondje Micky wordt langzaam wakker en kijkt het bezoek strak aan. ‘Hé, was je aan het slapen? Mickey, was je aan het slapen. Hee. Gaan we eten. Moet je eten, Mick?’
‘Wat is die lief hè? Och die muis net hè? Ik word hysterisch van muizen. Echt.’
‘Ja, samen zijn, dat wil toch iedereen. Want er zijn veel mensen die niet alleen kunnen zijn, ik kon het ook een tijd niet.’
‘Omdat er een paar keer is ingebroken. Al mijn goud is gepikt. De sieraden die ik van mijn vader heb gekregen, en van Søren, en een gouden Rolex. Dat vond ik heel erg. Maar nooit voor lang. Toen ik in 1994 meedeed aan het Songfestival en op de één-na-laatste plek belandde, dacht iedereen ook dat ik het heel erg zou vinden, maar ik zei: ‘Wat er ook gebeurt, ik lach.’ Ik ben vaak manisch positief genoemd. Je kan een hoop oplossen door niet van alles drama te maken.
‘Ik was ook een heel vrolijk kind. Vanaf mijn geboorte zie je me alleen maar lachen op foto’s. En dansen en zingen. Maar er zijn ook momenten geweest dat ik niet lachte. Zoals bij mijn scheidingen. Ik kon er wel weer goed om lachen dat ik in een boek van Heleen van Royen ‘de stoutste vrouw van Nederland’ werd genoemd, dat vond ik geweldig. Ik had gewonnen omdat ik drie keer getrouwd was geweest, waarvan twee keer met een jongere man. Zij keek anders naar mij, en dat was een lekker gevoel omdat je denkt: ik ben een keer niet die zielige vrouw die drie keer gescheiden is. Dat was ik ook niet. Ik was vrij, dus ik kon doen en laten wat ik wilde. Ik vond het wel vervelend dat het er in krantenberichten steeds over ging dat ik drie keer gescheiden ben. Ik ben meer dan dat!
‘Na mijn tweede scheiding, van John, was het heel moeilijk, maar de boeken van de Amerikaanse psychotherapeut Wayne Dyer hebben me toen op de been gebracht. Zoals: Niet morgen, maar nu. Ik kan echt wel zeggen dat dat mijn leven heeft gered.’
'Ik ben sterker geworden de laatste tijd.'
‘Je moet het heft in eigen handen nemen. Dat heb ik nu ook weer gedaan. Gewoon besloten: nu is de grens bereikt. Ik pak de microfoon weer ter hand. Daar gaan we weer, omdat Daniëlle dat heeft gezegd. Die zin komt steeds bij mij terug, want anders was ik al lang gestopt.’
‘Klopt, dat is ook zo. Maar doordat ze dat zei, besefte ik dat ik door het zingen alles overleefd heb, en goed, zonder drama’s.'
‘Ja, ik heb tot het laatst gehoopt. Dat kwam ook door haar. Soms gebeurden er dingen waardoor we weer hoop hadden. Dan wilde ze bijvoorbeeld ineens spaghetti aglio e olio hebben. Ze heeft het zo ongelooflijk goed gedaan. En geen kik gegeven, ook niet toen haar kindjes geboren werden, wij waren erbij. Ze was een powervrouw die haar eigen leven leidde. Toen ze 50 werd ging ze naar Wayne Dyer, die op dat moment in India was. Ik was er heel verdrietig over dat ik niet haar 50ste verjaardag mee mocht vieren. Zij vond het erg dat ik daar boos over was. Ja, natuurlijk ben ik boos, zei ik, wat moet je daar in je uppie alleen? Maar dat deed ze gewoon. En daar was hij. En het bijzondere is dat hij in zijn boek De cirkel is rond een paar keer over mij heeft geschreven. Dat zag ze toen. Maar ik wist het niet eens.’
‘Hij noemde mij zijn zielsverwant, omdat ik veel mensen heb geholpen door zijn boek Niet morgen, maar nu aan te bevelen. En dat las ze in zijn laatste boek, dat verscheen vlak voordat Daniëlle uit India is weggegaan. Ze was echt ons prinsesje. En nog. Er is veel verdriet, maar ook een glimlach over hoeveel liefde ze heeft nagelaten. Puur door wie zij was. We hebben afscheid genomen met de zin ‘hoe hippelepip hoe hazenlip hoe hoi’. Dat hadden we samen afgesproken.
Ze belde op, voor het laatst, en zei: Mam, wil je op de uitvaart alsjeblieft de paarse jurk aantrekken die je in Carré aan had? Ik zeg: ‘Schat, hoe kom je daar nou bij?’ ‘Dat zou ik fijn vinden’, zei ze. Ik zei: ‘Dan moet ik eerst even kijken of-ie nog past.’ Daarna zeiden we allebei: hoe hippelepip hoe hazenlip hoe hoi. Johnny had vervolgens geregeld dat ik bij de Pijnbank terecht kon omdat ik helemaal vastgekleefd zat, en toen ik terugkwam was ze overleden. Toen zag ik een hele blauwe lucht. Net als bij het overlijden van mijn moeder.’
Ze is even stil. Dan: ‘Ik merk dat doordat ik dit nu vertel, ik weer wat rustiger word. En blij. Blij dat ik dit nu kan delen. En dat zijn geen drama’s. Het is wel een drama, maar wij hebben er geen drama van gemaakt. Ik zeg weleens: ‘Het wordt steeds leuker, daar boven, maar ik wil toch nog wel even hier blijven.’
‘Dat is iets wat Daan en ik altijd gebruikten voor als iemand heel erg zit te ratelen, zoals ik kan doen aan de telefoon. Dan zeiden we die zin. John en Johnny zeiden dat soms ook bij van die kinderachtige dingen, bijvoorbeeld als ik moet lachen om een of andere grap die niemand leuk vindt, maar ik wel. Ik zei: weet je wat we doen? We gaan hoe hippelepip hoe hazenlip hoe hoi zeggen als afscheid. Daar moest de dochter van Daniëlle, Estelle, ook om lachen. Het was het laatste dat ik tegen Daan zei en nu zeg ik het ook tegen mijn vrienden en vriendinnen. Als ik te lang praat, moet je gewoon zeggen: hoe hippelepip hoe hazenlip hoe hoi. Dat geeft het leven ook een lichtheid, anders wordt alles een drama. En mijn leven is absoluut geen drama.’
3 februari 1945 Willy Albertina Verbrugge, geboren te Amsterdam
Opleiding: Mulo
1958 Eerste single, ‘Zeg pappie ik wilde u vragen’, een duet met haar vader
1963 Eerste hit, ‘Spiegelbeeld’
1965 Edison voor haar eerste elpee (Willeke)
1970 Hoofdrol in serie ‘De Kleine Waarheid’
1971 Gouden Televizier-Ring voor haar rol in ‘De kleine waarheid’
1975 hoofdrol in film ‘Rooie Sien’. Daarin zingt ze o.a ‘Telkens weer’
1981 Gouden Harp voor haar carrière
1983 ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen’
1987 ‘Samen zijn’
1993 Edison in de categorie Levenslied voor haar album ‘Een Beetje Mazzel’
1993 ‘Ome Jan’
1994 Deelname Songfestival, met ‘Waar is de zon’
1995 ‘De glimlach van een kind’
1996 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
2008 Majoor Bosshardt Prijs voor haar Willeke Alberti Foundation
2020 Edison Oeuvreprijs
2025 Duet met haar kleindochter Mila, en met haar en haar achterneef Kelsey
Ze heeft drie kinderen uit drie huwelijken: Daniëlle met Joop Oonk (getrouwd van 1965-1974), Johnny met John de Mol (1976-1980) en zoon Kay met Sören Lerby (1983-1996). Oma van zeven kleinkinderen.
Bikkelhard was Søren Lerby tijdens zijn voetbalcarrière, zijn schenen onbeschermd en zijn inzet altijd honderd procent. Het is die mentaliteit waarmee hij Ajax, PSV en Bayern München naar de overwinning bracht, maar die hem door collega's, kinderen en partners niet altijd in dank werd afgenomen – onterecht, aldus Lerby, want voor fluwelen handschoentjes heeft aan de top niemand de tijd.
Drie weken geleden trok BNNVara zich terug uit talkshow Op1, nadat ook eindredacteur Rachel Franse er de brui aan had gegeven. Achter de schermen gaat het over ‘falende bazen’, medewerkers zitten ziek thuis, conflicten escaleren. Wat speelt er allemaal? Een reconstructie.
Johnny de Mol stopt per direct met zijn dagelijkse talkshow HLF8 vanwege een beschuldiging aan zijn adres van seksueel misbruik. Dat heeft de presentator dinsdagavond bekendgemaakt in zijn eigen show.
Source: Volkskrant