Voor Mathieu Van der Poel verliep deze Tourdag zoals hij voorspelde, en hij was tevreden. Zijn fans hadden hem graag nog even in het geel gezien.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Het is chaos op 2 kilometer voor de finish, waar tijdens de zevende etappe van de Tour de France de teambussen geparkeerd staan. Verzorgers, renners en tienduizenden toeschouwers mengen en verdringen zich op die paar honderd meter asfalt. Allemaal proberen ze een weg te vinden naar de juiste plek. Dan maar via de berm.
Om de paar minuten klinkt er hard gefluit. Het zijn renners die op fluitjes blazen in de hoop voort te kunnen bewegen. Even verderop knalt Thymen Arensman tegen een cameraman aan. Hij grijpt kort naar zijn schouder, maar fietst weer door.
Ook bij de bus van Alpecin Deceuninck is het dringen. Rijen verzamelen zich rondom het afgezette lint voor de bus. Wielerfans, jong, oud, man, vrouw. Allemaal hopen ze een glimp op te vangen van Mathieu Van der Poel die, zoals het er nu naar uiziet, toch echt zijn laatste dag in het geel heeft gehad. Maar er gebeurt niets. Geen renners die gaan uitfietsen, geen Van der Poel die nog een keer in zijn maillot jaune naar buiten komt.
Al voor de zevende etappe goed en wel was begonnen, vertelde Van der Poel dat het een lastige opgave zou worden. De rit winnen en het geel behouden. Hij wilde graag, op de plek waar hij in 2021 voor het eerst een Tour-etappe won en voor het eerst het geel veroverde. Maar daarvoor waren wonderbenen nodig, voorspelde hijzelf. Benen waarvan hij vanmorgen al wist dat hij ze vandaag niet zou hebben.
Hoewel Van der Poel in de etappe over 197 kilometer lang mee kon komen, was de finale met een dubbele beklimming in de Mûr-de-Bretagne te veel gevraagd. De Nederlander begon achterin een uitgedund peloton aan de laatste zware slotklim en wist op het moment dat Pogacar zijn ploeggenoten op kop zette dat het einde verhaal zou zijn. De Sloveen was veruit de sterkste en versloeg ook Jonas Vingegaard op de streep.
Van der Poel heeft er vrede mee dat hij de gele trui is kwijtgeraakt aan Pogacar, vertelt hij na de finish bij de NOS. Tot vrijdag had hij nog één seconde voorsprong, maar nadat hij in Mûr-de-Bretagne op een dikke minuut finishte, was hij klaar. En dit keer echt. ‘Ik had mijn allerbeste benen nodig om de trui te behouden en die had ik niet vandaag.’
Bij de teambus wordt het ondertussen drukker. Steeds meer mensen verzamelen zich in de hoop om nog een keer Van der Poel in het geel te zien. Eindelijk is er beweging. Emiel Verstrynge komt naar buiten en wurmt zich naar de volgauto. De Belgische renner gaat behendig op de wagen staan en grijpt naar zijn fiets. Op zijn stuur zit nog zijn fietscomputer. Vergeten mee te nemen, klinkt het. Hij pakt hem, maakt een praatje met zijn ouders, en gaat weer de teambus in.
Even wachten nog. Maar de andere mannen van Alpecin komen de bus niet meer uit. Niet voor een handtekening en niet voor een praatje. De afzetting wordt ingepakt en de bus gaat dicht. De fans gaan de gele trui niet meer zien, net zoals Van der Poel, die dat ook vanochtend al wist. ‘Daarom wilde ik extra van deze dag genieten’, vertelde hij bij Eurosport. ‘Ik ben trots op wat ik afgelopen week heb gedaan.’
Source: Volkskrant