Gezien het onvermogen van de huidige coalitie om serieus begrotingsbeleid te voeren, komen er zware tijden aan voor deze generatie politieke leiders.
Met zijn innige onderonsjes met Donald Trump en zijn wel erg enthousiaste felicitatie vanwege het ‘werkelijk buitengewone’ bombardement op Iran, had Mark Rutte op de recente Navo-top zoveel verbazingwekkende momenten dat zijn bemoeienis met de Nederlandse politiek er bij ondersneeuwde.
En toch was die er ook, toen hij waarschuwde dat Nederland nu voor grote financiële uitdagingen staat en dat het wat hem betreft onverstandig zou zijn om daartoe de belastingen te verhogen. Eerder suggereerde hij al dat, wat hem betreft, bezuinigingen op de sociale zekerheid, de gezondheidszorg of de pensioenen meer voor de hand liggen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Onverbloemd sprak daar de VVD’er in Rutte, maar voor een secretaris-generaal van een bondgenootschap van regeringen met vele politieke kleuren was het toch een opmerkelijke stellingname. Aan de andere kant: Ruttes talent om de zaken helder voor te stellen heeft hem nog niet in de steek gelaten. Want grofweg is dat inderdaad wel de keuze waar Nederland voor staat. Nu het demissionaire kabinet en vrijwel de hele Tweede Kamer zich hebben geschaard achter de verhoging van de defensie-uitgaven tot 5 procent van het bruto binnenlands product, zal snel gaan blijken dat die keuze niet vrijblijvend is.
De verplichting loopt op tot structureel 16 tot 19 miljard euro extra aan jaarlijkse uitgaven in 2035. Gezien het feit dat de huidige coalitie er meestal al niet in slaagde bezuinigingen van enkele honderden miljoenen bij elkaar te sprokkelen, komen er zware tijden aan voor deze generatie politieke leiders.
In het donderdag gepresenteerde concept van de Macro Economische Verkenning maakt het Centraal Planbureau duidelijk dat de situatie schreeuwt om serieus begrotingsbeleid. Niet alleen de defensie-uitgaven, maar ook de kosten van de zorg en de sociale zekerheid blijven snel stijgen.
Zonder serieuze ingrepen heeft Nederland de komende jaren een voortdurend en bovendien oplopend begrotingstekort. En ‘serieus ingrijpen’ blijkt nog niet zo makkelijk. Het CPB weigert bijvoorbeeld de voorgenomen bezuinigingen van het huidige kabinet op het ambtenarenapparaat, op ‘subsidies’ en op de asielopvang mee te nemen in de cijfers, omdat de ministers niet duidelijk weten te maken hoe ze die denken te realiseren. ‘Niet plausibel’, is het droge maar genadeloze oordeel.
Van oudsher hebben kabinetten in geldnood twee vluchtroutes: de Groningse gasbel – waaruit altijd nog wel wat extra te halen viel – en de staatsschuld. De eerste is om bekende redenen afgesloten. De tweede biedt voorlopig nog wel wat ruimte, maar niet oneindig. Het CPB waarschuwt dat de rentelasten oplopen. Geld lenen kost weer gewoon geld. Wat aan rente wordt uitgegeven, kan niet aan andere dingen worden besteed.
Een nieuw kabinet staat dan ook voor scherpe keuzes. Dat proces begint deze zomer, in de verkiezingsprogramma’s die op dit moment worden geschreven. En het staat de VVD uiteraard vrij om daarbij het advies van haar voormalige partijleider te omarmen, maar het is toch te hopen dat de meeste andere partijen wél aan hun kiezers durven te vertellen dat op bedrijfswinsten en op grote vermogens in Nederland echt nog altijd erg weinig belasting wordt geheven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant