Nederland moet af van laagbetaalde arbeid om de uitwassen van arbeidsmigratie tegen te gaan. Met onder meer een verhoging van het minimumloon en het stoppen van subsidies aan sectoren die afhankelijk zijn van goedkope migranten, kan de overheid bijsturen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Dat adviseert een ambtelijke commissie die in het afgelopen jaar een zogenoemd interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitvoerde over hoe Nederland grip kan krijgen op de almaar groeiende arbeidsmigratie. Naar de resultaten van dat onafhankelijke onderzoek werd in Den Haag lang uitgekeken omdat die mogelijk kunnen helpen bij de harde keuzes die nodig zijn om het tij te keren.
Vrijwel alle partijen zijn het er immers over eens dat de toenemende arbeidsmigratie vanwege de druk op de samenleving en uitbuiting die ermee gepaard gaan een halt moet worden toegeroepen. Maar over de manier waarop is er verdeeldheid. De lastigste vraag is in hoeverre sectoren die voor een groot deel afhankelijk zijn van laagbetaalde arbeid überhaupt nog een plek in Nederland hebben.
Het advies van de commissie wijst nu in een duidelijke richting: om controle te krijgen op arbeidsmigratie moet de hele economie af van laagbetaald werk. Ook sectoren die grotendeels afhankelijk zijn van goedkope migranten, zoals de tuin- en glasbouw, de vleessector en de metaalindustrie.
Alleen als ook bij die bedrijven de vraag naar goedkope arbeid daalt, zal de arbeidsmigratie afnemen, zo denkt de commissie. Het aantal arbeidsmigranten dat naar Nederland komt is immers niet op een andere manier effectief aan te pakken. Velen komen uit EU-landen en maken dus gebruik van het vrije verkeer van personen en diensten. Oftewel: Nederland kan de migranten niet bij de grens tegenhouden, maar wel voorkomen dat bedrijven ze nodig hebben.
En dat betekent ‘oncomfortabele keuzes’, aldus de commissie. Hoewel die uiteindelijk door de ‘kiezer en politiek’ gemaakt moeten worden, staat er in het advies een flinke lijst panklare maatregelen om de controle op arbeidsmigratie te vergroten.
Zo ziet de commissie de verhoging van het wettelijk minimumloon als een van de belangrijkste instrumenten om de vraag naar laagbetaald werk te verminderen. Dat ontmoedigt bedrijven om goedkope arbeidskrachten uit het buitenland in te huren omdat ze simpelweg geen laag loon meer mogen betalen.
Dat is niet geheel zonder pijn. De maatregel raakt ook andere werkenden die rond het minimumloon verdienen. Het zal aan de onderkant van de arbeidsmarkt ‘tijdelijk tot werkgelegenheidsverlies leiden’, erkent de commissie, al staat er tegenover dat bedrijven waarschijnlijk gaan investeren in opleiding van personeel om de productiviteit te verbeteren.
Een verhoging van het minimumloon moet volgens de commissie wel gepaard gaan met maatregelen tegen uitbuiting. Een verhoging van het wettelijk minimumloon heeft immers geen zin als bedrijven zich schuldig maken aan onderbetaling. Een aantal van de voorgestelde maatregelen, zoals een uitzendverbod voor sectoren met verhoogd risico op misstanden, is al in voorbereiding.
Een andere in het oog springende optie is het stopzetten van subsidies voor sectoren die veel gebruikmaken van laagbetaalde arbeidsmigranten. Onder meer de tuinbouw en delen van de landbouw profiteren van gunstige fiscale regelingen die de vraag naar hun producten en dus de vraag naar laagbetaald werk vergroten. Als voorbeeld noemt de commissie het afschaffen van het lage btw-tarief op sierteelt.
Ook merkt de commissie op dat juist bedrijven die laagbetaalde arbeiders inzetten relatief veel stikstof en CO2 uitstoten. Dat zijn ‘maatschappelijke kosten’ waarvoor de bedrijven nu niet opdraaien. Door een CO2-heffing in de glastuinbouw of een ‘slachttaks’ in de vleessector kan dat wel. Zulke heffingen verlagen ook de vraag naar arbeid omdat meer produceren duurder wordt, zo is het idee van de commissie.
Het zijn vergaande maatregelen die politiek uiterst gevoelig liggen. Met name bij de BBB zal het afschaffen van fiscale voordelen voor bijvoorbeeld tuinbouwers op weinig enthousiasme kunnen rekenen.
Tegelijk heeft demissionair minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum (NSC) vaak benadrukt dat hij af wil van het ‘verdienmodel’ van laagbetaalde arbeid. Die boodschap herhaalt hij nu in reactie op het onderzoek.
‘Nederland is verslaafd aan laagbetaalde arbeid’, schrijft hij. In hoeverre hij het advies overneemt is niet duidelijk. Van Hijum zegt de ‘concrete beleidsopties’ te bekijken om de huidige aanpak ‘verder te versterken’.
Alles over politiek vindt u hier.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant