Na veertig jaar gewapende strijd zeggen de Koerdische militanten van de PKK de wapens neer te leggen. Vrijdag werd daarmee in Noord-Irak een symbolisch begin gemaakt. Zaterdag spreekt president Erdogan de Turkse natie toe.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Enkele tientallen militanten van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) hebben vrijdag in het noorden van Irak symbolisch de wapens neergelegd. Dat is een belangrijke stap naar beëindiging van het decennialange conflict tussen de PKK en de Turkse staat. Naar verwachting zal de ontwapening in september zijn voltooid.
Ongeveer dertig militanten verbrandden hun wapens. Onder hen waren vier commandanten. De korte ceremonie vond plaats in een grot op 60 kilometer ten noordwesten van de stad Suleimaniya in de autonome Iraaks-Koerdische regio (KRG). Sinds ze door het Turkse leger uit Turkije verdreven zijn, hebben de PKK-strijders hun kampen in het Qandil-gebergte in Noord-Irak, min of meer tegen de zin van de autoriteiten van de Iraaks-Koerdische regio.
De ceremonie werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de KRG en van de Turkse politieke partij DEM, en door leden van de Turkse veiligheidstroepen in het gebied. Het linkse, Koerdisch gezinde DEM heeft een belangrijke rol gespeeld in de aanloop naar wat vrijdag is gebeurd. DEM-leiders bezochten de afgelopen maanden diverse malen PKK-leider Abdullah Öcalan, die op het Turkse eiland Imrali een levenslange gevangenisstraf uitzit. Zij brachten Öcalans boodschappen over aan de Turkse regering en aan de buitenwereld.
De sinds 1999 gedetineerde PKK-leider heeft beslissende stappen gezet in het ontluikende vredesproces. In februari riep hij in een historische, door DEM verspreide verklaring de PKK op om zich te ontbinden. Öcalans woord is binnen de Koerdische beweging nog altijd wet. In mei gaf de groepering gevolg aan zijn oproep.
In een boodschap woensdag sprak Öcalan van ‘een vrijwillige transitie van gewapende strijd naar democratische politiek. Dit moet worden beschouwd als een prestatie, niet als een verlies’. Hij zei te ‘geloven in de kracht van politiek en sociale vrede, niet van wapens’.
Ook van regeringszijde worden grote woorden gebruikt. Woordvoerders spreken van een ‘onomkeerbaar keerpunt’. Er wordt ‘geschiedenis geschreven’, aldus de regeringsgezinde krant Daily Sabah. ‘Als de muur van terrorisme wordt afgebroken, wordt alles anders’, zei president Recep Tayyip Erdogan woensdag in het parlement. Al maanden schetst hij het perspectief van een ‘terrorismevrij Turkije’.
Woordvoerder Ömer Çelik van de regerende AK-partij zei vrijdag dat Erdogan zaterdag een ‘historische’ toespraak zal geven. Hij raadde de Turkse bevolking aan het tv-toestel aan te zetten.
Het parlement zal waarschijnlijk volgende week een commissie instellen die het vredesproces gaat begeleiden. Zo moet worden besloten wat er gebeurt met PKK-strijders die straks uit de bergen komen. Van regeringszijde is gesuggereerd dat het lagere kader ongestraft kan terugkeren in de Turkse samenleving, op voorwaarde dat ze geen misdrijven hebben begaan. De hoogste leiders zouden asiel kunnen krijgen in derde landen.
Over de politieke verlangens van de Koerdische beweging zijn geen afspraken gemaakt. De PKK heeft in feite het hoofd gebogen, nu de beweging in Turkije militair verslagen is en in Noord-Irak steeds verder in het nauw is gekomen. Daily Sabah benadrukt dat het conflict kan worden opgelost op basis van ‘Turks-Koerdische broederschap, zonder enige concessie’. Er is geen sprake van ‘onderhandelingen over de grondslagen van de staat of de waarden van de natie’.
Wat nu gebeurt is volgens de krant ‘grotendeels het gevolg van een intense periode van terreurbestrijding, waardoor de PKK aanmerkelijk is verzwakt’. Wat voor de PKK waarschijnlijk ook een rol speelt, is dat ze de Koerdische regio in Syrië niet in haar val wil meeslepen. Turkije ziet de Koerdische militie YPG daar, niet zonder reden, als onderdeel van de PKK. Ankara heeft vaak gedreigd de oorlog tegen de PKK uit te breiden tot op Syrisch grondgebied.
Met het opheffen van de PKK kan een einde komen aan ruim veertig jaar van geweld tussen het Turkse leger en de PKK-strijders, door de Turkse regering steevast als terroristen beschreven. Ook de Europese Unie en de VS beschouwen de PKK als een terroristische organisatie. De beweging voerde sinds 1984 een gewapende strijd, aanvankelijk voor een eigen Koerdische staat, later voor meer zelfbeschikking voor de Koerden.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant