Home

Het is die ‘maak je geen zorgen, die nerd in die burgertrutwagen is mijn vader’-blik

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Die toeterende gek ben ik. Ze staat op het punt op haar fiets te stappen en naar huis te gaan, maar ik ben net op tijd om haar plannen te dwarsbomen. Tuut-tuut-tuut.

Ze kijkt op, eerst verschrikt en daarna met het soort berusting dat alleen dochters kunnen hebben die hun vader raar, maar ook wel leuk, maar toch vooral raar vinden. ‘Kom, we gaan zwemmen in de regen!’, roep ik door het open raampje. Ze staat op de stoep voor de dansschool en wisselt een blik met een meisje dat ook met haar danst. Het is die ‘maak je geen zorgen, die nerd in die burgertrutwagen is mijn vader’-blik. Even denkt ze na en dan haalt ze haar schouders op, zet haar fiets neer en stapt bij me in de auto.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het was heet de afgelopen dagen. Blazende airco’s, machteloze ventilatoren, tieners die van bruggen sprongen, tropenroosters, alom gezucht en gesteun en serieuze media die schreven hoe olifanten in de dierentuin verkoeling zochten. Maar zojuist was de heerlijke pleuris uitgebroken. Buienradar kleurde een opgelucht rood en dikke, zware regendruppels daalden uit een windstille hemel neer op de smachtende aarde. Zonneschermen werden haastig ingeklapt en hitteblogs afgesloten. Geen mooier moment om een duik te nemen.

Ze loopt voor me uit over het bospad en maakt dansjes die ze zojuist heeft geleerd. De bui is alweer voorbijgetrokken, maar de bomen druppelen nog na. Het strandje is verlaten. De paniek van de haastig vertrokken bezoekers toont zich in de lege zakken chips, blikjes en verpakkingen die zijn achtergelaten.

We kleden ons uit en duiken het meer in. Het water warmer dan de buitenlucht, de lucht nog dreigend houtskool maar druppeloos. ‘Jammer dat het niet regent’, zegt ze terwijl we naar het NAP-paaltje midden in het meer zwemmen. Als we er zijn, probeert ze erop te klimmen en hangt ze er wat omheen. Weer aan wal nemen we een selfie, waarop ik weer eens geen nek heb.

We lopen terug naar de auto, blote voeten door het natte duinzand, zij in mijn surfponcho. Nog even en we gaan op vakantie. Het voelt alsof die al voorbij is, alsof de zomer haar laatste adem zojuist heeft uitgeblazen en de zon de afgelopen dagen al haar krachten heeft verspild. De koele, grijze lucht, de natte aarde, de westenwind in onze rug; ze zinspelen op de herfst.

Maar als ik goed luister. Naar bladeren die op hun zwaarst en groenst zijn, naar de grond die nog warm voelt onder mijn voeten, naar de arm van mijn dochter die ze door die van mij steekt. Dan hoor ik dat de zomer pas net begonnen is.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next