Home

Is Superman een held als alle andere geworden? Geen man van staal, maar een man met onzekerheden en zwaktes

Batman is een psychopaat, DareDevil is verslaafd aan geweld, maar Superman bleef een super-man. Toch is hij met zijn tijd meegegaan. In de handen van regisseur James Gunn kent hij twijfel. Is dat erg? Daan Heerma van Voss geeft zijn antwoord.

Het viel de meeste mensen niet op, maar in een uithoekje van internet brak onlangs de pleuris uit. Er zat een onrustbarend detail in de eerste trailer van de nieuwe Superman-film van James Gunn (Guardians of the Galaxy). Dat detail betrof een soepblik dat tegen Supermans achterhoofd werd gegooid. Toen het Supermans hoofd raakte, knipperde de held met zijn ogen, en zijn hoofd schoot iets naar voren.

Kortom: Superman reageerde op het blik. Krankzinnig, aldus de fans: dit was The Man of Steel. Hij schiet met lasers uit zijn ogen, zijn adem kan auto’s en gebouwen doen bevriezen. Hij vliegt, en als hij heel snel vliegt kan hij zelfs de aarde andersom om haar as laten draaien. Waarom zou Superman gepikeerd zijn door een soepblik?

Deze fanrel legt het dilemma van Superman bloot: hoe maak je een verhaal spannend, terwijl de held vrijwel onkwetsbaar is? De onberispelijke Superman – hij belichaamt nota bene een achterhaald zelfbeeld van een moedig en politiek correct Amerika – hoe kan die nog interessant zijn voor bioscoopgangers die allang niet meer in de morele superioriteit van wie dan ook geloven?

In een tijd waarin het superheldengenre niet zomaar een genre meer is, maar eerder een culturele kracht, die alle minder lucratieve genres heeft weggedrukt, wordt weleens vergeten dat Superman een fundamenteel andere figuur is dan alle andere superhelden.

Aartsvader

Alles begon bij Superman, in 1938, hij is de aartsvader. Batman en de rest, die kwamen allemaal later. Ook cinematografisch begon het met Superman. De film Superman I (1978), met Christopher Reeve als Man of Steel, was de eerste succesvolle superheldenverfilming. Tot dan toe werd het als onhaalbaar gezien, een superheld op het witte doek.

Het personage Superman is al die tijd tamelijk constant gebleven. Na een paar vroege stripverhalen waarin hij zijn tegenstanders tamelijk gewelddadig afserveerde, kreeg hij al snel de vorm die we tot op de dag van vandaag kennen: die van een moreel ijkpunt, een loyale en stoïcijnse held die het meisje (Lois Lane) redt en opkomt voor de aarde en de aardbewoners, zelfs al vrezen zij hem.

De ‘S’ op zijn borst is in werkelijkheid geen ‘S’, het is het Kryptoniaanse symbool voor ‘hoop’: de hoop die Superman de bewoners van de aarde moet verschaffen, door hun iets te bieden om naar te streven. Een ideaal, een gouden meetlat. De reden dat hij wordt gevreesd: Superman is een alien, hij komt van de verwoeste planeet Krypton, en is opgevoed door een typisch Amerikaans gezin in Smallville, Kansas – Superman is dus zowel een lllegal alien als een echte Amerikaan.

Waar alle andere superhelden hun ‘superidentiteit’ verbergen achter hun ‘gewone zelf’, de dagelijkse versie van zichzelf die luistert naar een gewonemensennaam, is Clark Kent het alter ego van Superman, niet andersom. Superman is Superman, hij verkleedt zich alleen dagelijks als de sul Clark Kent, en wel door de kinderlijkste vermomming denkbaar toe te passen: door een bril op zijn neus te zetten.

Twistpunt

Superman is met de tijd meebewogen. In een vroege Superman-strip beëindigt hij eigenhandig de Tweede Wereldoorlog, wat tot woede in nazi-Duitsland leidde: de SS-krant Das Schwarze Korps bestempelde Superman tot een Jood. Sindsdien hebben grote politieke conflicten, zoals de oorlog in Vietnam of de Koude Oorlog, altijd hun weg naar Superman-strips gevonden.

Superman belichaamde altijd de Amerikaanse waarden. In een klassieke strip van Frank Miller, The Dark Knight Returns, vormt dit het grote twistpunt tussen Batman en Superman. Batman vindt dat Superman is uitgegroeid tot lakei van het Amerikaanse regime, het schoothondje van president Ronald Reagan.

Dat Superman het braafste jongetje van de klas is, werkt niet in zijn voordeel. Niet meer, in elk geval. In dit postmoderne tijdperk werkt een held die zonder meer goed is al snel op onze lachspieren, en in dit postkoloniale tijdperk geven we onze morele steun liever of zelfs uitsluitend aan de underdog, aan de onderliggende partij, aan het slachtoffer. In geen enkel opzicht is Superman ooit het slachtoffer. Het enige dat hem kan vellen is een groen mineraal, dat de schrijvers er later bij hebben bedacht omdat een held zonder enige zwakte slaapverwekkend is.

De aantrekkingskracht die superhelden op ons uitoefenen lijkt op die van Griekse goden; enerzijds zijn ze verheven en oppermachtig, anderzijds zijn ze nog menselijker (nukkiger, makkelijker te verleiden) dan stervelingen. Ze waken over ons en tegelijk zijn het uitvergrotingen van onszelf. We kunnen van ze dromen en van ze walgen.

Spiderman is soms een Hamlet-achtige twijfelaar. Batman is een psychopaat. DareDevil is verslaafd aan geweld. The Punisher is feitelijk een seriemoordenaar. De plek van de klassieke held, de westernachtige figuur die de orde moet herstellen, de super-man, is overgenomen door de antiheld, die weet dat er niet zoiets bestaat als het absoluut goede, die een element van chaos in zich draagt.

Onkreukbaarheid

Met de bril van vandaag lijdt de klassieke held aan een hemeltergend redderscomplex. Wat moet een regisseur vandaag nog met Superman? Handhaaf je zijn algehele onkreukbaarheid, zoals Bryan Singer probeerde in de commercieel mislukte en inmiddels vergeten Superman Returns (2006) of ontdoe je hem van zijn aureool en benader je hem als een held als alle andere, misschien zelfs met trekjes van de antiheld?

Dit laatste probeerde Zack Snyder in Man of Steel (2013). Aan het slot van die film draait Superman de nek van zijn vijand General Zod om; de held schreeuwt het uit en zijn ogen zijn roodgloeiend. Hij heeft een moord begaan. De online fanbase was er niet blij mee: #notoursuperman.

Superman mag van ons dus noch perfect, noch gemankeerd zijn, noch een klassieke held, noch een antiheld. Zo is de wrange situatie ontstaan dat Superman, de aartsvader van het superheldenpantheon, de laatste jaren in Hollywood-termen ‘besmet’ is. Op een of andere manier lukt het maar niet om een geslaagde Superman-film te maken. Eigenlijk is Superman II (1980) de laatste geweest.

Het enige wat je als regisseur nog kunt doen: alles tegelijk. En dat is precies wat James Gunn deze keer heeft gedaan. Hij heeft Superman de behandeling willen geven die zijn Guardians of the Galaxy – dat draaide om een tamelijk onbekend zooitje superhelden geleid door Star-Lord (Chris Pratt) – zo onweerstaanbaar maakte. Met name delen 1 en 2 waren speels, vreemd, snel, humoristisch. Het was alsof een stripfan voor de vuist weg aan het vertellen was geslagen.

Ook nu deinst Gunn niet terug voor camp. De rode slip die Superman in veel strips boven zijn pak draagt, is terug. Superman heeft een hond, Krypto genaamd, oftewel Superdog. Het is een vol, misschien zelfs overvol tableau, afgeladen met superhelden en supervillains – The Green Lantern, Mr. Terrific, Ultraman, The Engineer, Hawkgirl, om er een paar te noemen – allemaal bovenmenselijk sterk en met een Marvelleske neiging tot inside jokes.

Een watje

Gunns Superman is niet langer onfeilbaar. Hij is bij vlagen emotioneel, wanneer hij merkt dat de wereld zijn goede inborst wantrouwt. Fysiek gezien vangt hij rake klappen, hij puft en steunt. Superman bloedt. Maar wat gebleven is, is zijn hoopvolle houding, die te midden van dit spektakel enigszins absurd maar ook ontroerend aandoet, juist omdat Superman is omringd door allerlei figuren die zijn goede inborst niet delen. Green Lantern noemt hem onomwonden een watje.

‘Ik vertel een verhaal over een man die uitzonderlijk goed is, en dat is nodig omdat er een algehele boosaardigheid heerst, aangewakkerd door invloedrijke figuren die zich online schofterig uitlaten’, aldus Gunn tegen de Hollywood Reporter. Daarmee doelt hij op de felle culture wars in de Verenigde Staten, van ‘woke links’ versus ‘fascistisch rechts’. Die verdeeldheid is zo hevig dat nieuwe films en boeken geregeld worden verketterd omdat ze ‘van de andere kant’ zouden zijn.

Superman zelf verwoordt zijn goedheid in de film nog wat knulliger dan Gunn; hij beweert dat er in de cynische wereld waarin wij leven, niks méér punkrock is, dan uitgaan van het goede in mensen.

Nee, Superman is niet meer de held van weleer. En hij is ook geen antiheld. Superman is naakt vermaak geworden. Hij is toegetreden tot het pantheon waar hij ooit boven stond, en heeft daar een nieuwe plek gevonden. Hij is ‘een normale superheld’, een held als alle andere, met zwaktes en onzekerheden, met zijn eigen strubbelingen.

Is dit erg? Ja en nee. Het maakt Superman minder verheven, minder eendimensionaal, minder irritant. Maar het maakt ook dat Superman niet langer uniek is. Je zou kunnen zeggen: Superman is Superman niet meer. Superman is dood, lang leve Superman.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next