Home

Lezersreacties: ‘Rijker en gelijker? Laten we de roze bril afzetten en problemen oplossen’

De ongelijkheid tussen rijk en arm is niet zo’n groot probleem, aldus de Zweedse econoom Daniel Waldenström. De afgelopen 100 jaar zijn mensen in Westerse landen rijker en gelijker geworden. Volkskrant-lezers reageren.

Rechts-conservatief

Daniel Waldenström bekritiseert het werk van Thomas Piketty, de Franse econoom die waarschuwde voor de gevaren van groeiende vermogensongelijkheid. Piketty overschat volgens de Zweedse econoom niet alleen ongelijkheid, maar zijn werk zou ook ideologisch gekleurd zijn (‘Thomas werkt openlijk voor socialistische kandidaten’). Waldenström beweert dat zijn eigen werk niet ideologisch gekleurd is: ‘Ik ben pragmatisch en kijk naar de data’.

Mooi natuurlijk, iemand die rustig en beheerst de zaken kan beschouwen, ongebonden en vrij van ideologische driften. Maar of Waldenström die persoon is, is hoogst twijfelachtig. Waldenström werkt bij een instituut dat deels gefinancierd wordt door het Zweedse bedrijfsleven. Hij is economisch adviseur van een minister van de Zweedse liberaal-conservatieve partij Moderaterna en was recent hoofdspreker bij een evenement in Nieuwspoort over vermogensongelijkheid, georganiseerd door een Haags lobbykantoor dat opkomt voor familiebedrijven.

Genoeg over de persoon, nu over de inhoud. Ook Waldenströms werk is ideologisch gekleurd, namelijk rechts-conservatief. Geen probleem op zich, maar het is goed om daar open over te zijn.

Die ideologische kleur komt in Waldenströms boek Richer and More Equal naar voren in zijn keuze om bepaalde indicatoren wél en andere níet te bespreken. Hij besteedt bijvoorbeeld helemaal geen aandacht aan klimaatverandering. Piketty doet dat wel en verdedigt een progressieve belasting op individuele CO2-uitstoot. Kun je echt beweren dat we rijker en gelijker zijn geworden als klimaatschade toeneemt en de kans op een leefbare toekomst voor iedereen op onze planeet volgens het VN-panel voor klimaatverandering IPCC steeds kleiner wordt?

Daarnaast kijkt Waldenström naar ontwikkelingen in ongelijkheidsindicatoren over de afgelopen honderd jaar. Een grote toename in huizenbezit en pensioenvermogen hebben, volgens hem, in die periode geleid tot veel meer gelijkheid. Maar waar Piketty en vele anderen voor waarschuwen zijn ontwikkelingen in de afgelopen 30 jaar. Heel lang geleden was vrijwel alles slechter (behalve klimaatverandering en de achteruitgang in biodiversiteit).

Huizenbezit is, zeker in Nederland, niet de grote gelijkmaker. Een huis kopen is namelijk onmogelijk voor een steeds grotere groep mensen. In 1995 kostte een gemiddeld huis nog 4,2 keer het modale inkomen. Inmiddels is dat 10,1 keer. Volgens Waldenström zijn er wel degelijk goedkope huizen te koop op het platteland en moeten armere mensen daar maar gaan wonen. Dat is misschien nog te beweren over Zweden, maar in Nederland zijn de huizenprijzen op het platteland helaas ook hoog. Bovendien is er ook niet in elke regio evenveel werkgelegenheid, en zijn er nog andere legitieme redenen waarom mensen aan een stad gebonden kunnen zijn.

Pensioenvermogen, de tweede grote gelijkmaker volgens Waldenström, is in Nederland ook heel ongelijk verdeeld. Niet alleen hebben theoretisch opgeleiden drie keer zoveel pensioen opgebouwd als praktisch opgeleiden, maar pensioen is ook heel ongelijk verdeeld tussen man en vrouw, en tussen werknemer en zelfstandige. Ook kunnen rijken door verschillen in levensverwachting veel langer van hun opgebouwde pensioen profiteren dan de armen. De rijkste 20 procent van de Nederlanders leeft gemiddeld 8 jaar langer dan de armste 20 procent.

Al met al is er in Nederland een groeiende groep jongeren die nooit een huis zal kunnen kopen en die een veel onzekerder pensioen heeft dan hun ouders. In plaats van onszelf een pluim te geven, denk ik dat het de hoogste tijd is om aan de slag te gaan om daar iets aan te doen.

Wat betekent dit voor beleid? We weten uit economisch onderzoek dat de rijkste 10 procent van de inwoners van Nederland procentueel de helft minder belasting betaalt over hun inkomen dan de armste 10 procent. Mij lijkt dat zowel rechtse als linkse kiezers het er eens over zijn dat dit oneerlijk is. Ook zou Waldenströms voorstel om de erf- en schenkbelasting af te schaffen olie op het vuur gooien. Als er één belasting is waar rechts en links het goed over eens zouden kunnen worden, is deze het wel. Beiden vinden immers kansengelijkheid belangrijk.

Rijker en gelijker? Laten we de roze bril afzetten en problemen oplossen, in plaats van te beweren dat het allemaal wel meevalt.

Huub Brouwer, econoom en politiek filosoof en als universitair docent Ethiek en Politieke Filosofie verbonden aan het filosofiedepartement van Tilburg University

Valt wel mee?

Leuk dat Daniel Waldenström met Thomas Piketty’s data concludeert dat het allemaal wel meevalt met de ongelijkheid. Tijdens het lezen bleef ik echter wachten op de onderbouwing. Die kwam niet. De kern lijkt: we zijn nu beter af dan 100 jaar geleden, dus niet zeuren. Dat is alsof je zegt dat klimaatverandering niet bestaat omdat het vandaag fris is voor juli.

Wat volledig ontbreekt, is een serieus weerwoord op Piketty’s punt: dat extreme vermogensconcentratie bij een kleine elite leidt tot economische en politieke scheefgroei. Grote vermogens groeien namelijk makkelijker dan kleine, en onttrekken zich aan democratische controle. De Zweed prijst de democratie, maar lijkt blind voor het feit dat steeds meer macht zich juist daaraan onttrekt. Kijk naar Elon Musk in de Verenigde Staten.

Piketty pleit helemaal niet tegen ondernemerschap, integendeel. Hij wil juist een dynamische economie, maar dan zonder dat alles bij een paar families blijft hangen. Alleen belasting op inkomsten uit vermogen, zoals Waldenström bepleit, is dan niet genoeg.

Kortom: prima dat er debat is. Maar dan wel graag met betere argumenten dan ‘het valt wel mee’.
Leon Stille, Bollnäs (Zweden)

Huizenzeepbel

De kernboodschap van het boek Richer and more equal (‘rijker en gelijker’) van Daniel Waldenström: in de westerse wereld valt het wel mee met de ongelijkheid. De rijken werden inderdaad rijker, maar het vermogen van de middenklasse groeide nog veel sneller, met dank aan de huizenmarkt en de pensioenen.’

Waldenström: ‘De huizenmarkt is een uitdaging. In het algemeen is het goed dat er zo veel waarde is gecreëerd. Maar niet iedereen heeft daarvan kunnen profiteren. Huiseigenaren hebben wijs geïnvesteerd, of hebben geluk gehad. Dus de vraag is hoe meer mensen huiseigenaar kunnen worden. (...) Moeten we bonussen uitdelen voor meer woningen?’

Natuurlijk valt ongelijkheid mee als je alleen ‘rijken’, ‘de middenklasse’ en ‘huiseigenaren’ in beschouwing neemt. En als je een huizenzeepbel als oplossing ziet, hoef je ongelijkheid ook niet te tegen te gaan.
Jasper Laros, Zaandam

Bedrijfslobbyist

Het boek Richer en more equal van de Zweedse econoom Daniel Waldenström over de ongelijkheid in het westen kreeg weer even wat aandacht. Na Piketty’s boek Kapitaal in de 21ste eeuw, waarin deze betoogt dat de inkomensongelijkheid in deze eeuw enorm aan het oplopen is, heeft het eigenlijk nog best lang geduurd voordat daar een antwoord op kwam. Het betoog van Waldenström is echter nogal bedroevend.

Zijn constatering dat de middenklasse het vergeleken met 100 jaar geleden een stuk beter heeft, lijkt me er een in de categorie ‘inkoppertje’. Ook zonder diepgravend onderzoek naar datapunten zou dat iets zijn dat elke leek zou kunnen deduceren — en waarschijnlijk haalt ook Piketty hier zijn schouders over op.

Kijkend naar de laatste decennia is er echter iets heel anders aan de hand. We hebben op dit moment te maken met een bedrijfsleven en een rijke klasse die steeds meer macht naar zichzelf toetrekt. In deze tijd gaat het over de volledige vermarkting van onze nutsbedrijven en de opkomst van een slechts op winstmaximalisatie gerichte aandeelhouderscultuur. En dan is praten over milieu, inflatiecorrectie op inkomen, een hogere belasting voor superrijken, of een maatschappelijke visie op de lange termijn not good for business. Dat Waldenström ook nog werkt voor een instituut dat deels door de Zweedse werkgevers wordt gefinancierd, zou eigenlijk al genoeg moeten zeggen.

Nu Trump zijn Big Beautiful Bill door het Amerikaanse congres heeft weten te loodsen en we ons hier kunnen opmaken voor het volgende disfunctionele kabinet, mag deze als onderzoeker verpakte bedrijfslobbyist niet onweersproken blijven — en wie kan dat in dit geval beter doen dan een ongebonden burger uit de middenklasse?
Martijn Veldhoen, Amsterdam

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next