Jeroen Vanbelleghem en Karsten Kroon vormen een succesvol commentaarduo voor Eurosport, Andries Lamain is bezig aan zijn eerste Tour bij de NOS. Hoe bereiden zij zich voor op het drie weken lang aan elkaar praten van niet altijd even spannende etappes?
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Het is een week voor le Grand Départ in Lille en Karsten Kroon (49) moet nog aan zijn voorbereiding op de Tour de France beginnen. Sterker, hij heeft niet scherp op welke dagen hij op Eurosport verwacht wordt commentaar te geven.
‘Eens even kijken’, zegt de oud-wielerprof aan de telefoon, terwijl hij door paperassen bladert. ‘Hier heb ik het. Op 6, 7 en 8 juli, en op de 14de. Weet je wie er op die datum in 2002 een rit won?’ Lachend: ‘Ik, inderdaad. Mijn mooiste dag op de fiets.’
Vanuit Vlaanderen klinkt het onmiskenbare stemgeluid van zijn collega Jeroen Vanbelleghem (36), die sinds de Giro d’Italia van 2018 samen met Kroon een commentaarduo vormt. ‘Ik ben me al weken aan het inlezen’, zegt hij. ‘Drie uur per dag, als het niet meer is. Ik ga prat op mijn voorbereiding.’
Op alle vlakken zijn ze elkaars tegenpolen, Vanbelleghem en Kroon, en waarschijnlijk zijn ze daarom zo goed. De website Wielerflits riep de twee afgelopen januari voor het derde jaar op rij uit als beste commentaarduo van de Lage Landen, voor het tweetal Renaat Schotte en José De Cauwer van de Vlaamse omroep VRT. Ook de wielercommentatoren van de NOS, met voorheen mastodont Herbert Dijkstra en nu het jonge talent Andries Lamain, dolven in die uitverkiezing het onderspit. Dat terwijl de Tour-uitzendingen van de NOS het best worden bekeken.
‘Ja, we hebben totaal andere persoonlijkheden’, beaamt Vanbelleghem. ‘Maar als we meer op elkaar zouden lijken, zou het wrijven. Karsten is van de nonchalance. Het kan gebeuren dat hij binnen komt vallen als de uitzending al begonnen is. In het begin kon ik me daaraan ergeren, want ik ben meer van de structuur. Maar ik ben nooit lang boos op hem. Daar is hij een te innemende man voor. Een zonderling.’
Bij Kroon duurde het even voor hij gewend was aan de feitjes uit vervlogen tijden die zijn Belgische collega kan opdreunen alsof hij er zelf bij was. ‘Jeroen wil het dan hebben over wie een rit won in 1978, terwijl ik op dat moment lama’s in beeld zie lopen, of een bever zie zwemmen, en daarover wil uitweiden. Ik heb een associatief brein en kan voor Jeroen onnavolgbare afslagen nemen.
‘Het is een proces geweest om onze persoonlijkheden op elkaar af te stemmen. We hebben eens een half uur lang gediscussieerd over de vraag of het woord ‘muffin’ mannelijk of vrouwelijk is. Toen ben ik door iemand van de leiding op de vingers getikt. Soms vind ik dat Jeroen iets doms zegt. Het schijnt dat de stiltes die ik laat vallen veelzeggend zijn.’
Kroon werd in 2015, een jaar na het beëindigen van zijn wielercarrière, door collega-commentator José Been gevraagd om bij Eurosport te komen werken. Tot zijn verbazing werd hij zonder de geringste begeleiding in het diepe gegooid. Het was wennen.
Kroon: ‘Soms had je een vlakke rit van 220 kilometer en was er een kopgroep van vier man weg. Ik dacht dan: wat ben ik hier in godsnaam aan het doen? Dat had ik ook weleens als renner, maar als toeschouwer vond ik de nietszeggendheid van die dagen confronterender.’
Vanbelleghem is al zo lang hij het zich kan herinneren in sport geïnteresseerd. Hij studeerde communicatiewetenschappen in Gent en liep stage bij Sporza (VRT), toen hij door Eurosport werd gevraagd. Hij bezocht zelden een koers, maar is erdoor gegrepen sinds het tijdperk-Tom Boonen. Het commentaar doet hij vanuit huis of de studio in Hilversum. ‘Soms alleen, dan weer in een bedompt hok met Kroon.’
In 2020 voorzagen de twee drie weken lang elke rit van de Giro d’Italia van integraal commentaar, van start tot finish. Vanwege de onlinekijkers moesten ze ook tijdens reclames doorpraten. Dat brak vooral Kroon op.
‘Ik werd daar ongelukkig van. Het komt de kwaliteit van je werk niet ten goede, als je zeven uur lang commentaar moet geven. Dat merkte ik ook aan Jeroen. Tijdens de eerste drie uur was hij scherp en enthousiast, daarna kakte het in. Na de Giro heb ik dat aangekaart en sindsdien verdelen we etappes in blokken van drie, vier uur. Een ander duo neemt het dan over. Dat scheelt enorm.’
Van Belleghem: ‘Ik denk dat ik dit beter volhoud dan Karsten. Met de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix vind ik het geen probleem om vanaf ’s ochtends commentaar te geven. Die koersen kan ik dromen. Maar met Milaan-San Remo heb ik het ook zwaar. Op van die lange dagen keek ik dan weleens naast me als ik Karsten niet meer hoorde, en dan had hij zijn ogen dicht.’
Die ellenlange dagen waarin het peloton door de uitgestrekte Franse landerijen rijdt en er urenlang niets gebeurt, vindt ook Andries Lamain (35), bezig aan zijn eerste mannen-Tour als commentator bij de NOS, een uitdaging: ‘De truc is doseren. Je wilt geen circus maken als er weinig gebeurt, want dat strookt niet met het beeld dat mensen zien. Dan moet je ook stiltes durven laten vallen, terwijl dat tegennatuurlijk is voor een commentator.
‘Vervolgens moet je zorgen dat je een tweede, derde of zelfs vierde versnelling achter de hand hebt, zodat je naar een climax kunt toewerken, zoals dinsdag in de vierde etappe. Of dat lukt, valt of staat met de dynamiek met je co-commentator.’
Een goed commentaarduo bestaat volgens Kroon inderdaad uit een ervaringsdeskundige en een host. ‘Dat was al zo bij Michel Wuyts en José De Cauwer, iconen van de VRT. De Cauwer heeft vaak van die heerlijke verhalen over Eddy Merckx. Ook ik vertel veel eigen verhalen. Dat is mijn meerwaarde.’
Vanbelleghem neemt binnen die rolverdeling de leiding: ‘Ik ben de moderator, maar ik moet zo min mogelijk opvallen. Als mensen Karsten goed vonden, heb ik hem de ruimte gegeven om te freewheelen. Dat leerde ik van Michel Wuyts, mijn voorbeeld. Die man heeft een woordenschat waar ik nog een puntje aan kan zuigen. Ik heb weleens aan hem gevraagd wat ik beter kan doen, waarop hij zei dat ik meer moest gaan lezen.’
Desgevraagd vertelt Wuyts (68), de man die in 2021 na drie decennia met pensioen ging, dat hij dertig romans per jaar leest. ‘Omdat de taal het allerbelangrijkste werktuig van de wielercommentator is’, aldus de coryfee. ‘En kennis daarover kun je niet opdoen uit lezen over sport alleen. Die moet je elders durven verruimen.’
Er is een periode geweest dat het Vlaamse wielercommentaar ook in Nederland populair was. Vanbelleghem denkt dat dit komt doordat Vlamingen zich de koers meer toe-eigenen dan Nederlanders. ‘Wij zijn vergroeid met de koers. En als je bij ons het wielercommentaar mag doen, dan moet je de sport echt heel goed kennen.’
Wuyts: ‘Nederlandse wielercommentatoren klinken droger, zijn afstandelijker. Men is geneigd emoties te verbergen, terwijl Vlamingen daar meer in opgaan, op het bombastische af. Ik heb lang gedacht dat wij in jullie zuidelijke regio’s in de smaak vielen, maar minder boven de rivieren.
‘Maar een paar jaar geleden waren José en ik bij de start van een etappekoers in Leeuwarden, toen wij door het publiek werden aangeklampt. De VRT heeft eens uitgevlooid dat een kwart van de Nederlandse kijkers destijds naar ons overschakelde voor het wielercommentaar.’
Op het hoogtepunt van hun samenwerking waren Wuyts en De Cauwer zo populair dat hun zeven uur durende wielercommentaar van de olympische wegrit van Rio de Janeiro in 2016 bij de mannen integraal werd afgedrukt in het boekje Praat maar vol, jongens!
‘In het begin vond ik dat irreëel’, zegt Wuyts. ‘Maar uiteindelijk is het iets om van gecharmeerd te raken.’
In de nadagen van zijn carrière, waarin hij freelance commentaarklussen doet namens DPG, zou Wuyts het mooi vinden om samen te werken met Karsten Kroon. ‘Hij is een rustgevende factor, windt zich nooit op. Zelfs in de finale blijft hij zijn kalme zelf. Dat is prettig voor de kijker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant