Dat de eerste week van deze Tour de France rampzalig verloopt, durf ik te beweren dankzij een les die ik leerde tijdens mijn stage bij Studio Sport. Tijdens mijn eerste week op die redactie, die toevallig samenviel met de eerste Tourweek van 2012, werd ik steevast in een donker hokje geparkeerd om daar iedere dag zes uur lang mee te schrijven met de livebeelden uit Frankrijk. Gebeurde er iets, zoals een valpartij, dan moest ik dat in een blocnote noteren zodat het door iemand anders kon worden samengevat voor het Sportjournaal.
Aangezien die hele eerste week bestond uit oneindige wandeletappes waarin werkelijk niets gebeurde tot André Greipel 200 meter voor de finish begon te sprinten, reageerde ik enthousiast toen mij werd gevraagd of ik dat weekend met een échte verslaggever mee wilde naar een écht sportevenement: een wedstrijd van AZ samen met Joep Schreuder, op de sportredactie ook wel de Grote Joep Schreuder genoemd.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Tuurlijk, zei ik, wat achteraf een grote inschattingsfout bleek, omdat Schreuder mij die hele dag volledig negeerde, tot de wedstrijd afgelopen was en hij mij wenkte. Hij zei dat ik naast hem moest plaatsnemen en vanaf dat moment exact tien minuten had om van hem te leren. Hij drukte op de stopwatchfunctie van zijn telefoon, waarna de langste tien minuten van mijn carrière begonnen, want ik wilde helemaal niets leren van Joep Schreuder.
Het gevolg: na die middag in Alkmaar was het verlangen om weer in mijn piere-eentje een wandeletappe van de Tour de France te kijken zo groot, dat het nooit meer is gaan liggen. Sindsdien associeer ik honderdtachtig mannen die op een fiets door Frankrijk trekken met ontspanning, geborgenheid, veiligheid en de afwezigheid van zowel Joep Schreuder als verplichtingen. Ja, ik associeer die eerste Tourweek met geluk.
Juist omdat er niets gebeurt, zijn die eerste dagen het tegenovergestelde van fomo, the fear of missing out, want er is simpelweg niets om te missen. De favorieten verstoppen zich achter in het peloton, waardoor de kijker zich enkel bezig hoeft te houden met het Château de Brissac vanuit de helikopter, de bibberende broeiwarmte en een kansloze kopgroep vol boerenzonen en stratenmakers die heel hard trappend op de pedalen proberen weg te vluchten uit het mondaine leven.
Het zweet, de krampen, de pijnlijke knieën, de dorst en de vervloekingen, die komen allemaal pas tijdens week twee, net als de spanning, de sensatie en de helden. In de ideale week één zitten namelijk geen bergen, enkel diepe dalen van verveling waarin je als kijker dient te mijmeren, te dagdromen en zelfs zittend in slaap te vallen, want precies daarvoor is dat begin bedoeld: als een surplace in een verder gejaagd leven.
Dit jaar echter vervalt die functie volkomen, omdat alles direct spannend is. Elke kilometer doet ertoe, iedere deelnemer is goed. Voordat onze gedachten goed en wel konden wegvliegen richting de ontspanning, was er al een Nederlander in het geel, deden twee topfavorieten elkaar kraken op de Saint-Hilaire, waren er myriaden valpartijen, waaiers, tijdritten, alle Grote Vier vooraan. Iedereen blijft maar doorhengsten, waardoor de sterk aangelengde soep die de eerste Tourweek behoort te zijn dit jaar is veranderd in een ondrinkbaar bord bouillon.
Vroeger deed ik vaak een dutje tijdens de eerste Tourweek, met als gevolg dat ik mijn zomers uitgerust begon. Nu is de Tour pas vijf dagen oud en ben ik reeds afgepeigerd. Ik maak mij grote zorgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns