Home

Statushouders krijgen helemaal geen ‘voorrang’, ze worden gelijk behandeld met anderen in nood

De lezersbrieven! Met het verschil tussen begrip en wantrouwen, het glooiende heuvelland van Limburg, reclame voor pesticiden en literaire duimzuigerij.

Ik lees vaak dat ‘statushouders voorrang krijgen op de woningmarkt’. Het voelt oneerlijk: iemand die hier net is, krijgt sneller een huis dan mensen die jaren wachten?

Maar wat betekent ‘voorrang’? Status­houders krijgen in sommige ­gemeenten een urgentieverklaring, net zoals andere mensen in schrijnende situaties. Het betekent géén voorrang bóven anderen in dezelfde nood, maar als groep met urgentie gelijk worden gesteld. Omdat dit niet wordt uitgelegd, weten mensen dit niet, wat een voedingsbodem vormt voor haat.

Nu heeft de Kamer ingestemd met een wet die urgentie voor statushouders wil schrappen. Dat zou statushouders als enigen uitsluiten, in strijd met de Grondwet: iedereen die zich in Nederland bevindt, wordt in gelijke gevallen gelijk ­behandeld.

Dus daarom deze brief. Kennis maakt het verschil tussen wantrouwen en begrip. En gelijkwaardigheid is geen mening, maar een recht.

Wilma Geldof, Haarlem

Beeldvorming

Berichten over de landbouw worden vaak vergezeld van schattige plaatjes. Neem de foto van koeien in een schitterend Limburgs natuurgebied bij het stuk over de krimp van de Europese veestapel. Ik raad iedereen aan om te gaan wandelen in het Vijlenerbos, maar de afgebeelde weides in het glooiende heuvelland tussen verkoelende bosschages zijn bepaald niet representatief voor de veehouderij.

In 2023 kwam 27 procent van het melkvee volgens het CBS helemaal niet in de wei. Melkkalfjes, o zo schattig, komen nog minder vaak buiten: 67 procent van de melkkalfjes jonger dan 1 jaar, komt niet in de wei. Na hun eerste verjaardag komt 42 procent van de melkkalfjes nog steeds nooit buiten. En als je de pech hebt een vleeskalf te zijn, word je nog geen jaar oud en kom je in dat korte leven waarschijnlijk nooit buiten (tenzij je ‘gezegend’ bent met 2 of 3 beter­-leven-sterren).

De veestapel omvat natuurlijk meer dieren dan koeien. Zo komen veel varkens ook nooit buiten, die met een ster van het Beter Leven Keurmerk in ieder ­geval niet. En ook de kippen kunnen niet genieten van het prachtige mergellandschap in Zuid-­Limburg. Zij zien meestal niet meer dan een overdekte uitloop.

Landbouw is industrie. Overweeg stukken over de landbouw vaker realistisch te illustreren, bijvoorbeeld met een megastal, of abattoir.

Gerrit Dusseldorp, Leiden

Beestje bij de naam

De toelatingsautoriteit voor bestrijdingsmiddelen doet soms verwarrende uitspraken over de veiligheid ervan. Samen met vier betrokken ministeries wordt daarom een reclamebureau in de arm genomen om de boodschap beter over te brengen.

Alleen al de naam van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) – een ‘onafhankelijk’ zelfstandig bestuursorgaan voor burgers en agrariers – doet vermoeden dat de landbouwlobby de touwtjes strak in handen heeft. Begin eens door ‘gewasbeschermingsmiddelen’ in de naam gewoon ‘bestrijdingsmiddelen’ te noemen.

Kees de Jong, Utrecht

Beestje bij de naam (2)

De Nederlandse taal is kennelijk niet meer toereikend om zaken met één woord aan te duiden. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is het woord ‘veilig’ niet meer voldoende om aan te geven of pesticiden daadwerkelijk wel of niet schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Er moet nu een woord aan toegevoegd worden om de lading te kunnen dekken, namelijk: ‘absoluut’.

Aan de politiek gelieerde onderzoeksbureaus hebben meer op met economisch gewin, dan met de gezondheid van de mens. Op dat gebied voel ik mij in Nederland niet meer ­‘absoluut veilig’. Over een aantal jaar waarschijnlijk niet meer ‘absoluut absoluut veilig’.

Marcus van den Idsert, Almere

De autonome lezer

De verontwaardiging over de duimzuigerij waar Raynor Winn’s Het Zoutpad (deels) op lijkt te berusten, vind ik nogal kinderachtig en illustratief voor deze tijd. Blijkbaar willen we een bijsluiter die ons van tevoren zekerheid geeft over wat we wel en niet van een boek mogen verwachten. Staat er roman op, dan móét het verzonnen zijn en bij non-fictie, moet je het waargebeurd zijn. Waar komt die behoefte aan houvast vandaan? Wat is er gebeurd met onze autonomie als lezers?

‘De kunst van de roman is dat de ­lezer weet dat het fictie is, en toch het verhaal met een beleving leest alsof het echt is. (…) Dat is het samenspel tussen schrijver en lezer’, schrijft Joost de Vries (Volkskrant.nl, 8/7). Nou, zo heb ik het nooit bekeken. Het verrijkende van lezen vind ik juist dat ik zélf mag bepalen wat ik als waar aanneem. Zo kan een roman volkomen echt zijn, omdat de personages onder mijn huid gaan zitten. En kan non-­fictie een werkelijkheid representeren die voor mij totaal onwaar is. Bij Het Zoutpad heb ik me in elk geval geen seconde afgevraagd of het wel allemaal echt gebeurd was.

Marloes Telle, Den Haag

Straf voor hulp

De aanname van de twee wetten ter beperking van immigratie, ging gepaard met de aanname van een amendement gericht op het strafbaar stellen van illegaliteit met een maximumstraf van 6 maanden. In theorie kan ook een hulpverlener van migranten die hier illegaal ­verblijven gestraft worden, omdat je als burger niet mag bijdragen aan strafbare handelingen.

In de praktijk van de wetstoepassing kan het OM echter besluiten om, op basis van het opportuniteitsbeginsel, van vervolging af te zien. Sterker nog: uit rechterlijke statistiek blijkt dat zaken in de praktijk, vanwege grote capaciteitstekorten in de strafketen, vaker niet dan wel worden ­vervolgd. Met name het cellen­tekort maakt overgaan tot feitelijke vervolging, niet snel denkbaar – zelfs als de wet ongewijzigd zou passeren.

Overigens zou de mogelijkheid tot opsluiting van notoire overlastgevers die gezien de situatie in hun thuisland geen kans maken om asiel te krijgen, wel tegemoetkomen aan een maatschappelijke behoefte. Dit zou de veiligheid van de burger en het draagvlak voor asielverlening sterk tegemoet komen.

Bij de toepassing van een wet gaat het in iedere individuele zaak om de afweging van de rechter, met inachtname van persoonlijke omstandigheden en maatschappelijke context. De rechtspraktijk redelijk kennende, verwacht ik hier uiterste terughoudendheid van de rechter­lijke macht, evenals de ­benutting van hun maatschappelijke inter­pretatie, binnen het wettelijk kader en de rechtsgeschiedenis.

Er is thans veel politieke retoriek rond dit onderwerp die de nodige nuance behoeft. Nu er, na decennia ontbrekende grip op het immigratiebeleid en dienovereenkomstig maatschappelijk ongenoegen, sprake lijkt van een politieke meerderheid, zou beslechting van dit maatschappelijk vraagstuk veel waard zijn.

Ruud Nijhof, oud-lid Selectiecommissie van Leden Rechterlijke Macht van de Raad voor de Rechtspraak, Amsterdam

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next