Home

Sloom naar de Tour de France kijken is heel goed voor je brein (zelf fietsen mag ook)

Tijdens momenten van rust, bijvoorbeeld wanneer je naar een saaie Tour-etappe kijkt, wordt in je brein het default mode netwerk actief. Dat netwerk houdt je mentaal gezond, dus gooi die televisie maar aan.

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Martijn van den Heuvel zit op een plantenbak in de zon, om de hoek van de Amsterdamse Vrije Universiteit waar hij werkt, en draait met zijn handen een apenbreintje in de rondte. Geen echt apenbreintje, het komt uit de 3D-printer. De 44-jarige hoogleraar neurowetenschappen is de laatste jaren nogal geïnteresseerd geraakt in het evolutionaire aspect van onze wordingsgeschiedenis, en dan vooral in dat van ons unieke brein, het stukje lijf dat hij bestudeert.

‘Jaren hebben we het brein gezien als een onafhankelijk element dat onze geest bepaalt, maar het is uiteindelijk gewoon een onderdeel van ons lichaam. En al die onderdelen hebben effect op elkaar. Wat we eten, hoeveel we bewegen: het heeft allemaal invloed op de hersenen.’

Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden.

Ik ben naar Martijn van den Heuvel gegaan omdat ik een theorie heb ontwikkeld over de Tour de France. Jaren geleden sprak ik hem voor een stuk over lummelen, vanwege zijn onderzoek naar het default mode network, een netwerk in het brein dat ‘aan’ gaat wanneer het brein rust heeft, bijvoorbeeld doordat de eigenaar ervan sloom voor zich uit zit te staren. Die ruststand is heel gezond, vertelde Van den Heuvel toen.

Hypnotiserend gebabbel

Nu wil het geval dat in mijn huishouden deze weken vele uren wordt gestaard naar een scherm waarop fietsende mannen traag (nou ja, gemiddeld 45 km per uur) door pittoreske landschappen deinen, begeleid door hypnotiserend gebabbel van ‘Renaat’ en ‘José’ dan wel ‘Michael’ en ‘Andries’.

Tijdens het meestaren viel me in dat kijken naar de Tour de France wel eens bijzonder heilzaam zou kunnen zijn voor het brein, aangezien de Tour negentig procent van de tijd zó saai is dat het brein als vanzelf in die gezegende ruststand komt waarover Van den Heuvel destijds vertelde.

Mijn aanname klopt, beaamt Van den Heuvel, terwijl zijn ogen beginnen te stralen – hij is een groot wielerliefhebber. En over het default mode netwerk is alweer meer bekend dan zes jaar geleden. Maar eerst nog even die apen.

Apenbrein

Het mensenbrein verschilt nauwelijks van het apenbrein, zegt Van den Heuvel, terwijl hij op de 3D-print de verschillende gebieden aanwijst. ‘Lang is gedacht dat het mensenbrein uniek was. Dat de prefrontale cortex bij de mens een stuk groter is dan bij de makaak of de chimpansee of de bonobo, de soorten die evolutionair het dichtst bij ons staan. En dat klopt, maar het verschil is gradueel. Ons héle brein is drie keer zo groot als dat van die apen, ook de temporale cortex en de pariëtale cortex. Het is een schaalkwestie.’

Dat de mens dingen kan die andere dieren niet kunnen – huizen bouwen, boeken schrijven, fietsen – dankt hij dus niet aan de omvang van zijn brein (dat van een olifant of walvis is nog weer een stuk groter) en ook niet aan een of ander uniek stukje hersenweefsel.

Wat bij ons wel anders is, is het default mode netwerk. Dit netwerk werd eind vorige eeuw ontdekt door de Amerikaanse neuroloog Marcus Raichle. Tijdens het maken van PET-scans, waarmee de doorbloeding en het energiegebruik van hersenen kunnen worden gemeten, zag hij dat in grote delen van het brein het energieverbruik in rust niet omlaag ging, zoals hij verwachtte, maar juist omhoog.

Dynamisch proces

Aanvankelijk werd de nieuwe ontdekking de default state gedoopt, de basisstaat van het brein. Rond de eeuwwisseling brak het inzicht door dat die term misschien wat misleidend was, vertelt Van den Heuvel. ‘Ons brein staat eigenlijk nooit stil, en in rust zie je geen staat maar juist een dynamisch proces. In allerlei delen van de hersenen lichten stukjes op: in de frontale cortex, de precuneus achter in het brein, in de temporale en pariëtale gebieden. Het is een verspreid netwerk van gebieden die allemaal belangrijke cognitieve taken hebben in de hersenen en sterk met elkaar verbonden zijn.’

Het default mode netwerk wordt extra actief als het menselijk brein min of meer in rust verkeert – niet de rust van de slaap, maar de rust die je ervaart als je in een bos wandelt of naar fietsende mensen staart. In zo’n rustend brein gebeuren mooie dingen. Het netwerk is betrokken bij zaken als bezinning en nadenken over de lange termijn, en activatie ervan levert ingevingen op die je niet krijgt zolang je keihard aan het nadenken bent.

Hersenonderzoekers als Martijn van den Heuvel denken dat het default mode netwerk samenhangt met wat wel ‘hogere orde cognitieve functies’ worden genoemd. ‘Dat wij een gesprek kunnen hebben waarbij ik me kan inleven in jouw situatie en jij in de mijne, is zo’n hogere orde cognitieve functie. Chimpansees en bonobo’s kunnen dit ook, maar bij mensen is het een stuk sterker ontwikkeld. De ontwikkeling van het default mode netwerk speelt een grote rol in wie we zijn. Het is een heel spannend en interessant netwerk.’

Mentale weerbaarheid

Magisch is het ook: ‘Omdat we veel nog niet weten. We begrijpen niet precies wat het doet en waarom het doet wat het doet.’ Maar dat een goede vorm van rust van essentieel belang is voor onze mentale gezondheid, is wel duidelijk, zegt Van den Heuvel. ‘Er worden steeds meer verbanden gevonden tussen mentale weerbaarheid en het default mode netwerk. En zoals we moeten sporten om onze longen en hart en spieren op peil te houden, moet je ook je brein en je default mode netwerk onderhouden. Dat doe je door voldoende rust te nemen, wat in onze tijd met al zijn afleiding nog helemaal niet zo gemakkelijk is.’

Zelf organiseert Van den Heuvel dat onderhoud door een paar keer per week op zijn racefiets te stappen. ‘Na een tijdje kom ik in een prettig gedachtenritme van mijn default mode netwerk en bij het sporten komen ook nog eens allerlei geluksstofjes vrij. Maar kijken naar de Tour is bijna net zo leuk.’ Zijn favoriet? ‘Van der Poel natuurlijk, maar ik heb wel een zwak voor Pogi hoor. Hoe hij in de voorjaarsklassiekers heeft huisgehouden: geweldig. Ik hoop dat Pogacar wint.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next