Home

Inburgeraars die te laat slagen voor examen mogen niet standaard boete krijgen, oordeelt Raad van State

De overheid mag niet stelselmatig boetes opleggen aan inburgeraars die niet op tijd hun examen halen. De boetebepaling uit de Wet inburgering is in strijd met Europees recht, aldus de hoogste bestuursrechter van het land.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.

Dat heeft de Raad van State bepaald in een uitspraak die woensdag openbaar is gemaakt. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de hoogste bestuursrechter in Nederland. De Raad heeft eerst advies gevraagd aan het Europees Hof van Justitie, en baseert daarop zijn uitspraak.

De zaak was aanhangig gemaakt door een Eritrese asielzoeker met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Onder de Wet inburgering was hij verplicht om binnen drie jaar alle onderdelen van het inburgeringsexamen te halen. Dit is niet gebeurd, ook niet na verlenging van de termijnen.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verantwoordelijk voor participatie en integratie (voorheen de minister), legde hem daarom een boete op van 500 euro. Ook moest de man zijn bij de Dienst Uitvoering Onderwijs afgesloten lening van 10 duizend euro terugbetalen. De rechtbank in Amsterdam oordeelde dat dit terecht was.

Andere afweging

De Raad van State maakt een andere afweging. Van belang is dat de zaak speelt onder de vorige Wet inburgering, uit 2013. Uitgangspunt van die wet was dat vreemdelingen verantwoordelijk waren voor hun eigen inburgering en dat zij zelf opdraaiden voor de kosten van cursussen en examens.

Inmiddels is in de herziene Wet inburgering, ingegaan op 1 januari 2022, de inburgeringsverplichting gebleven maar zijn de kosten voor rekening van de overheid. De boetebepaling is wel blijven staan.

Het Europees Hof in Luxemburg bepaalde in februari dit jaar in zijn arrest (twee jaar nadat de Raad van State hierom vroeg) dat verplichte integratiemaatregelen voor asielstatushouders in beginsel kosteloos moeten zijn. Eisen stellen aan inburgering mag, omdat het leren van de taal en kennismaken met de regels in het gastland bijdraagt aan integratie.

Maar gelet op de ‘speciale behoeften, specifieke omstandigheden en bijzondere kwetsbaarheid’ van mensen die bescherming hebben gekregen, verzet het Unierecht zich ertegen dat lidstaten de kosten van deze maatregelen door de statushouders zelf laten dragen. Daarom hoeft de man de lening niet terug te betalen.

Verplichte inburgering

Nederland heeft inmiddels geregeld dat de verplichte inburgering kosteloos is, maar hanteert ook onder de nieuwe wet boetes van maximaal 1.250 euro bij het niet nakomen van de inburgeringsplicht.

Het stelselmatig opleggen van zulke bestuurlijke boetes door de staatssecretaris mag niet, zegt de Raad van State in navolging van het Europees Hof. Het niet met succes afleggen van onderdelen van het inburgeringsexamen mag niet stelselmatig worden bestraft met een boete. De wet is op dit punt strijdig met Europees recht.

Een boete opleggen mag alleen in een uitzonderlijk geval, als de betrokken persoon een ‘bewezen en aanhoudend gebrek aan bereidheid tot integratie heeft getoond’. Het niet op tijd behalen van onderdelen van een inburgeringsexamen valt daar dus niet onder.

‘Onredelijke last’

Inburgering moet gericht zijn op integratie van de vreemdeling, waarbij rekening moet worden gehouden met individuele behoeften en belemmeringen. Een stelselmatige, hoge boete past daar niet bij. Zo’n boete kan juist, gelet op de persoonlijke- en gezinssituatie van de betrokken persoon, een ‘onredelijke financiële last’ vormen.

Verantwoordelijk staatssecretaris Jurgen Nobel (VVD) laat in een reactie weten ‘te kijken welke ruimte er volgens de rechter wel is’ en zich te beraden op ‘alternatieven’. Nobel: ‘Inburgering is niet vrijblijvend. Er moet altijd een stok achter de deur zijn om in te burgeren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next