Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
In televisiespotjes wordt vaak gebruikgemaakt van gezinssituaties om ons, de kijkers, het gevoel te geven dat zij daar op het scherm net zo zijn als wij. De meeste van die reclames zijn zoetsappig en sentimenteel, zeker als de feestdagen aan het eind van het jaar weer in aantocht zijn.
In veel spotjes treden kinderen op, een nogal goedkope manier om in te spelen op de gevoelens van je potentiële klanten. Ik heb me eens voorgenomen nooit meer producten te kopen van bedrijven die kinderen in reclames laten optreden, maar daar bleek geen beginnen aan. Je kunt dan in geen enkele supermarkt meer terecht.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toch gaat er momenteel een spotje rond dat ik nogal treffend vind. Het is de recente aflevering in de gezinsserie van Kruidvat – u weet wel, die reclames waarin Hadewych Minis ‘altijd verrassend, steeds voordelig’ roept en waarin die andere actrice, Liz van Olden, een alleenstaande moeder speelt met twee opgroeiende pubermeisjes die steeds maar weer de waarheid moeten zeggen. Kortom, alle ingrediënten voor een hoop clichés zijn aanwezig, maar dit spotje steek er op een verrassende manier uit.
Dit keer is de moeder met haar pubers namelijk beland op een vakantieoord in het buitenland. Daar ontmoet zij andere Nederlanders – tot dusver alleen vrouwen – en die zijn stuk voor stuk onuitstaanbaar. Ze pikken niet alleen de zonnebrand en de anti-muggenspray, maar ook grissen zij het wc-papier weg als de moeder zit te kakken. Aan het eind van het spotje is de moeder zo fed up met haar graaiende landgenoten, dat zij zich nog liever voordoet als: Eine Deutsche!
Hoe erg zijn Nederlanders?
Voor de reclame wel een erg opmerkelijk thema. Bij mij bleef die vraag in elk geval hangen en dan heeft zo’n spotje zijn doel bereikt. Het zal wel typisch Nederlands zijn, maar zodra ik in het buitenland ben, wil ik andere Nederlanders zo veel mogelijk mijden. Helaas hoor je ze van verre aankomen en dat is niet alleen omdat je hun taal kent, maar ook omdat die doorgaans op luide toon wordt uitgesproken.
Nederlanders in het buitenland betekenen ergernis, ongemak en onheil. Remco Campert, ooit columnist van deze krant, zei het zo: ‘Nederland is een vreugdeloos, somber land. Ik haat het om op je eigen land af te geven, maar ik kan niet ontkennen dat het hier altijd heel benauwend is.’
Zodra ik in het buitenland ben, kom ik ook allerlei landschappen, steden en huizen tegen waarin ik veel liever zou willen wonen dan waar ik woon in Nederland. Op de een of andere slappe manier is het er nooit van gekomen om mijn verhuisplannen daadwerkelijk uit te voeren. Er was altijd weer een reden om het uit te stellen, en dat is dan vermoedelijk ook weer typisch Nederlands.
Nederland mag dan regelmatig worden uitgeroepen tot een van de gelukkigste landen ter wereld, mij verbaast het niet dat de emigratiecijfers momenteel stijgen. Vorig jaar vertrokken 205 duizend Nederlanders, onder wie opvallend veel jongeren. Uit onderzoek blijkt bovendien dat meer dan de helft van de 18- tot 30-jarigen erover nadenkt te emigreren, al zegt slechts een klein deel dat nog dit jaar te willen doen.
De redenen voor vertrek zullen niemand verbazen: te vol, te weinig woningen, te weinig kansen op de arbeidsmarkt, te duur en te intolerant. Ik zie het ook aan mijn eigen zoon, die zijn studie het liefst zou willen afmaken in het buitenland. Ik vrees dat ik hem dan voorgoed kwijt ben, maar het hoort ook bij jongeren dat zij de wereld willen verkennen, wat vooral betekent: weg uit eigen land.
Je kunt een boek vullen met citaten waarin Nederland en Nederlanders op uiterst negatieve wijze worden getypeerd. Heinrich Heine heeft misschien niet gezegd dat in Nederland altijd alles vijftig jaar later gebeurt, maar wel dat Nederland hoofdzakelijk een land is van kaas en pruimtabak. Bernhard Shaw vond ons ‘nare winkeliers’ en Ernest Hemingway zag ‘een vlak en saai land’.
Nederlandse schrijvers dragen zelfkastijding erg hoog in het vaandel. Het begint al bij Multatuli, maar ook bij Slauerhoff, Hermans en Komrij komen Nederlanders er bepaald niet goed vanaf. Op dit onderdeel is Maarten ’t Hart kampioen: ‘In Nederland is de domste onder ons de maatstaf voor alle dingen.’
De socioloog Peter B. Hofstede (1924-2021) heeft ooit onderzoek gedaan naar emigratie en kwam tot de conclusie dat Nederlandse emigranten over het algemeen conservatief van aard waren. In het buitenland zochten zij vooral naar het Nederland zoals zij dat kenden uit hun jeugd, compleet met de waarden, normen en religies van toen. Nergens is men zo braaf hervormd en gereformeerd als in het Amerikaanse plaatsje Holland (Michigan). Het is de vraag of dat conservatisme nog geldt voor de huidige jeugd die uit Nederland weg wil.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns