Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij.
Zomers stinken alle steden, schreef Menno Wigman dertig jaar geleden. Intussen kun je daar wel aan toevoegen dat alles in de stad vanaf een graadje of 25 ook behoorlijk begint te zinderen. Het centrum, de pleinen en parkeerplaatsen. De zwarte daken op huizen en kantoren. De woonblokken en flats met grote ramen – binnen is het bijna even warm als buiten. Hoeveel mensen wonen daar wel niet? Ik ken er zelf al een paar voor wie het daar niet nog eindeloos veel hittegolven leuk blijft.
De fiets is normaal gesproken mijn psycholoog, het platteland was altijd mijn uitvlucht. De fiets doet het nog wel, maar eerlijk gezegd werkt het weiland niet meer mee. Er is droogte, hitte, mest, gif en stikstof. Op de hele provincie ligt een dikke laag vloerbedekking van snelgroeiend raaigras. Er leeft haast niks meer, bijna geen vogels of insecten, behalve schimmels en bacteriën – voor de frisse lucht hoef je er niet naartoe.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Eigenlijk is alles natuurlijk verkeerd om ingericht: het land om zo veel mogelijk water te lozen, het weiland om zo snel mogelijk water te laten verdampen en de stad om zo veel mogelijk licht en warmte vast te houden. Eerlijk gezegd verbaas ik me al langer over die nodeloze hittestress in steden, over nieuwbouwprojecten zonder groen of schaduw in de buurt, alsof ze dertig jaar geleden zijn bedacht – het Forum in Groningen is bijvoorbeeld een schitterend gebouw, dat als een kleine klimaatramp oprijst uit het hete gesteente van de stad.
Nu is het drinkwater bijna op en dreigen er tekorten, want veel voorraad is er niet en het seizoen is nog maar net begonnen. Nog even en we mogen onze auto’s niet meer wassen en onze Versailles-gazons niet meer sproeien. Een beetje verkoeling zoeken in het favoriete zwemwatertje is er vaak ook al niet meer bij, want die zitten door alle mest en stikstof op de eerste hete dag al meteen vol met blauwalg en zwemmersjeuk.
Misschien zou het weleens goed voor ons zijn als er een keer geen water uit de kraan komt en we allemaal een paar dagen rustig de tijd krijgen om te voelen wat er aan de hand is. Misschien dat we dan eindelijk eens van onze politici gaan verlangen dat ze er wat aan gaan doen. Het is de laatste hoop, het laatste restje geloof dat het gezond verstand uiteindelijk toch zal zegevieren, al gebeurt dat in de praktijk bijna nooit.
Maar niemand klaagt over het klimaat, hooguit over de hitte zelf. Je hoort alleen maar klagen over asielzoekers, statushouders, ‘illegalen’. Heel hard en heel lang. De kudde lijkt halfgek van verontwaardiging, aangevuurd door Wilders en Yesilgöz. Bij Ter Apel joegen mannen bij de grens op asielzoekers en mensen die erop lijken. In Coevorden voorkwamen volwassen mannen met geweld dat er veertien minderjarige meisjes worden opgevangen.
Het was veel logischer geweest om hysterisch te reageren op klimaatverandering en rustig te blijven bij asiel, verhoudingsgewijs een klein, praktisch probleem. Maar net als de stad, het land en het weiland is de boel ook in ons hoofd verkeerd om ingericht.
Dat wordt veel fietsen deze zomer. Want ik begrijp het op zich best – zelf vind ik echte dingen ook veel minder eng dan dingen die ik bedenk. Maar toch kan ik het niet begrijpen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant