Home

Namibië droomt van toekomst door groene waterstof,
maar Europa trekt zich langzaam terug

Europa heeft groene waterstof nodig, maar geen ruimte om het zelf te produceren.

Dat moet in Namibië gaan gebeuren: een megaproject, dat duizenden banen zou opleveren voor de bevolking.

Maar terwijl jonge Namibiërs dromen van werk in groene waterstof, haakt Europa langzaam af.

Door Iva Venneman

Foto en video Sven Torfinn

De jacht op grondstoffen

De 21e eeuw staat in het teken van een mondiale jacht op grondstoffen, die nodig zijn voor technologische ontwikkeling en de energietransitie. Kan Europa de achterstand, vooral op China, nog inlopen? En welke principes – op het gebied van mensenrechten en het milieu – moeten daarvoor wijken? Dat onderzoekt de Volkskrant deze zomer in een serie reportages. Dit is de tweede aflevering.

Aflevering 3. Waterstof in Namibië

Victoria de Klerk (44) scheurt met hoge snelheid door de troefkaart die Namibië in handen heeft. De rotsformaties die tegen de strakblauwe horizon kleven, zijn urenlang haar enige herkenningspunt. De zon schijnt. De zee is vlakbij. De wind beukt tegen de auto. De Klerk reed dezelfde route onlangs met een groep Namibische parlementariërs. ‘Ze stonden versteld’, zegt ze. Want dit enorme lege woestijngebied, ter grootte van half Nederland, leent zich perfect voor het produceren van groene waterstof.

Victoria de Klerk rijdt door het Tsau Khaeb National Park.

De Klerk is een van de eerste Namibiërs die een baan heeft bemachtigd bij Hyphen. Dat bedrijf, een samenwerking tussen de Duitse energiepionier Enertrag, het Zuid-Afrikaanse Nicholas Holding en de Namibische overheid, wil als eerste op grote schaal groene waterstof produceren in Namibië.

Hier in het Tsau Khaeb National Park moet het gebeuren: het produceren van 3 miljoen ton waterstof per jaar, dat als ammoniak naar het buitenland wordt geëxporteerd.

Groene waterstof is de belofte van de Europese energietransitie. Als Europa zijn zware industrie, lucht- en scheepvaart wil decarboniseren, kan het niet zonder de energiedrager en grondstof die wordt geproduceerd met zon- en windenergie.

Het woestijngebied leent zich goed voor de productie van groene waterstof.

Maar Europa heeft een probleem. ‘Om groene waterstof te produceren op de schaal die wij nodig hebben, heb je enorme hoeveelheden groene energie nodig’, zegt Ad van Wijk, emeritus hoogleraar toekomstige energiesystemen aan de TU Delft. ‘Om dat op te wekken, zijn gigantische zonnevelden en windparken nodig, en die ruimte hebben wij als continent niet.’

Zo viel Europa’s oog op Namibië, een land ter grootte van Spanje en Italië samen, waar slechts 2,9 miljoen mensen wonen. Daar is ruimte zat, was de gedachte.

In Lüderitz, de stad die het dichtst bij het toekomstige megaproject ligt, schetst burgemeester Philippus Bolhao van achter zijn bureau hoe zijn inwoners van de waterstofontwikkeling kunnen profiteren. Hyphen zoekt vijftienduizend werklui die vijfhonderd windturbines en zes miljoen zonnepanelen kunnen installeren.

Het bedrijf heeft later drieduizend vaste medewerkers nodig. In Lüderitz wonen dertigduizend mensen, van wie 55 procent werkloos is. ‘Als we onze inwoners opleiden, kunnen ze zo aan de slag.’

De stad Lüderitz, met burgemeester Philippus Bolhao.

Bolhao vindt het onwerkelijk wat er op zijn stad afkomt. Lüderitz was immers op sterven na dood. De Duitse vakwerkhuizen met gele gepleisterde gevels herinneren nog aan de kolonisten die de stad een dikke eeuw geleden stichtten en karrevrachten diamanten uit het woestijnzand haalden.

Maar de laatste jaren nam geen enkel mijnbouwbedrijf nog de moeite om hier te mijnen. Alle inwoners die de kans kregen, trokken weg. De sloppenwijken aan de stadsrand bleven bestaan.

De burgemeester gelooft dat de groenewaterstofontwikkeling, samen met de olie die onlangs voor de kust werd ontdekt, Lüderitz kan redden. Jubelend vertelt hij over de eerste telefoontjes van ontwikkelaars die nieuwe winkelcentra en scholen willen bouwen. ‘We kunnen het Dubai van Afrika worden.’

Europa wil de verdenking van neo-imperialisme verre van zich werpen in zijn zoektocht naar grondstoffen. De samenwerking met Namibië is onderdeel van de zogeheten Global Gateway-strategie. Dat is het Europese antwoord op het Chinese Belt and Road Initiative, het wereldwijde netwerk van infrastructurele projecten waarmee China zijn invloed en toegang tot grondstoffen veiligstelt.

Europa doet het net anders. Global Gateway-projecten moeten ook ten goede komen aan de lokale gemeenschap.

In de Namibische context betekent dit dat waterstof banen moet opleveren. Namibië heeft namelijk een typisch Afrikaans probleem: terwijl de jonge bevolking hoger opgeleid wordt, is er amper werk.

Zonnepark in het Daures Green Hydrogen Village, waar groene ammoniak wordt geproduceerd.

De Europese belofte is dat niet alleen de waterstofsector banen kan genereren. Namibië moet er ook zelf waarde kunnen aan kunnen toevoegen, bijvoorbeeld door groen staal of mest te produceren. Dat levert immers nog meer exportinkomsten en arbeidsplaatsen op. Met door Europa gesteunde pilotprojecten onderzoekt Namibië of dat kan.

In een woestijn in het hart van Namibië, op een uur rijden vanaf de bewoonde wereld, doemt plots een omheind terrein op. Naast rijen glinsterende zonnepanelen staat er ook een half-doorzichtige kas. Daarbinnen, in de verzengende hitte, knopen tientallen jongeren in groene overalls touwtjes waarlangs komkommerplanten hun weg naar boven moeten vinden.

Met de groene ammoniak die het Daures Green Hydrogen Village maakt, wordt kunstmest geproduceerd.

Dit Daures Green Hydrogen Village werd mede met Duits geld gebouwd. De 23 duizend planten worden binnenkort met duurzame mest gekweekt. Wie groene waterstof produceert, kan immers groene ammoniak maken, om vervolgens kunstmest mee te maken. Namibië hoeft dan geen mest meer uit Zuid-Afrika te importeren.

In de container naast de kas installeert de Chinese aannemer Jenny Geng de electrolyzer, die nodig is voor groenewaterstofproductie. ‘Maar’, zegt hij lachend, ‘dit is wel het allerkleinste model dat er bestaat.’

Hyphen, het Duits-Zuid-Afrikaans-Namibische bedrijf, onderzoekt ondertussen in Lüderitz de haalbaarheid van een grootschalige waterstofproject. Europa betaalde ook hieraan mee. Het Nederlandse Invest International stortte namens het kabinet 40 miljoen euro in een Namibisch waterstoffonds. De EU leende Namibië 500 miljoen.

Ook Hyphen geeft prioriteit aan het creëren van banen voor de bevolking. Dat is een gigantische operatie: er moeten vijftienduizend Namibiërs met de juiste papieren klaarstaan als het project groen licht krijgt en de constructiefase eind 2026 begint. Namibische universiteiten moeten voldoende jongeren opleiden. Geïnteresseerden moeten weten waar ze kunnen solliciteren. Hyphen houdt daarom nu al informatiebijeenkomsten.

Studenten krijgen college over duurzame energie in de Namibische hoofdstad Windhoek.

In de oude energiecentrale van Lüderitz, waar ooit met Duitse kolen de eerste elektriciteit in Namibië werd opgewekt, zit op een donderdagochtend een bont gezelschap in een congreszaal. Mannen met zanderige broeken en werkschoenen, vrouwen in nette blouses, onderuitgezakte jongeren die scrollen op hun telefoon. Ze zoeken allemaal werk.

Maar tijdens het ochtendvullende programma blijkt hoe ver sommige aanwezigen nog van een baan zijn verwijderd. Voorin steekt iemand zijn hand op. Hij kan de presentatie niet volgen, omdat hij naast zijn eigen lokale taal geen Engels spreekt.

Even later daalt het enthousiasme bij de mensen die in de bouw werken. Ze horen dat eenmanszaken niet in aanmerking komen voor een opdracht. ‘Ik kwam hier hoopvol naar toe’, verzucht de 57-jarige Ehas Khanixab, eigenaar van een printshop, tijdens de koffiepauze. ‘Maar ik ben een beetje ontmoedigd geraakt.’

Jonge Namibiërs zijn optimistisch over de komst van groenewaterstofproductie. Sommige van deze sporters hebben al een baan bij Hyphen. Sportleraar Eduardo Filipe hoopt op een tweede sportschool.

Op het sportveld tegenover de energiecentrale, waar de plaatselijke volleybalploeg traint en een bootcamp-les gaande is, klinkt meer enthousiasme over de ontwikkelingen rondom de stad. Sommige jonge sporters werken al bij Hyphens kantoor in Lüderitz. Andere maken schoon op buitenlandse boorschepen die voor de kust naar olie zoeken.

‘Zodra die duizenden medewerkers komen’, zegt sportleraar Eduardo Filipe (32), ‘open ik de tweede sportschool van de stad.’

De meeste Duitse kolonisten vertrokken ruim een eeuw geleden uit Lüderitz, maar hun aanwezigheid is nog voelbaar. Hun statige huizen staan nog aan de rand van de stad, ook al wint het woestijnzand aan terrein. Groepen toeristen met melkwitte benen laven zich dagelijks aan de rijkdom van weleer.

De huizen van Duitse kolonisten staan er na een eeuw nog.

Dat Hyphen, een deels Duits bedrijf, uitgerekend hier wil gaan ontwikkelen, is controversieel. Dat ligt vooral aan de impact die het waterstofproject gaat hebben op de natuur. De projectlocatie die de Namibische overheid heeft aangewezen, ligt namelijk in het nationaal park.

Het park heeft bovendien een omstreden geschiedenis. De Duitse kolonisten verklaarden het ooit tot Sperrgebiet. Doorsnee Namibiërs mochten er niet in, omdat de diamanten er voor het oprapen lagen. Het woestijngebied bleef daarna altijd afgesloten, waardoor het een beschutte broedplaats werd voor zeldzame planten en insecten.

In het afgelegen woestijngebied komen zeldzame planten en insecten voor.

‘Ons doel is om het ontwikkelaars zo lastig te maken dat ze afhaken’, zegt Chris Brown, de directeur van de Namibian Chamber of Environment, een koepelorganisatie van Namibische milieuclubs. Het felle betoog dat hij in zijn kantoor in de hoofdstad Windhoek afsteekt, onderbreekt hij alleen af en toe voor een slok thee.

Milieuactivist Chris Brown wil het de projectontwikkelaars 'zo lastig mogelijk maken'.

Dat de biodiversiteit van Namibië potentieel wordt beschadigd om groene waterstof te produceren die naar Europa gaat, vindt Brown neokoloniaal, zelfs als dat duizenden banen voor Namibiërs oplevert. Hij vertrouwt zijn eigen regering ‘absoluut niet’, zegt hij.

Hij vindt het bovendien onterecht dat groene waterstof ‘groen’ wordt genoemd. ‘Mensen vergeten de levenscyclus en grondstoffen die nodig zijn voor zonnepanelen en windturbines mee te rekenen.’

Bij het Namibische waterstofprogramma, dat namens de Namibische regering de voorbereidingen treft om de waterstofambities te realiseren, wil aanvankelijk niemand reageren op de kritiek uit de milieuhoek. De milieu-onderzoeken zijn immers nog niet afgerond. Woordvoerder Jona Musheko maakt pas na lang aandringen een halfuur tijd vrij.

Woordvoerder Jona Musheko: 'Wat we hier doen, is wereldhandel.'

‘Op basis van de studies nemen wij, als Namibië, een beslissing over dit project’, zegt Musheko. ‘Daar hebben we geen bemoeienis van buitenaf bij nodig.’

Hij vindt het een ‘fout narratief’ dat Namibië waterstof voor Europa gaat produceren. ‘Wat we hier doen, is wereldhandel. Als wij krijgen wat we willen, kan Europa krijgen wat het wil. Maar wij kunnen net zo goed zaken doen met andere landen.’

Wie al deze verschillende geluiden aanhoort, merkt dat groene waterstof een onzichtbare lijn trekt tussen verschillende generaties. Veel jonge Namibiërs zijn optimistisch en hopen op een baan. Oudere Namibiërs zijn sceptischer. Ze vrezen dat hun overheid zich laat inpalmen door mooie beloften. Dat de bevolking met nadelige gevolgen achterblijft, terwijl de opbrengst in een beperkt aantal zakken verdwijnt.

Dat Lüderitz plots booming is, komt ook door de olie die onlangs voor de kust werd gevonden. Niet lang daarna werden de ooit wegbezuinigde vluchten tussen de hoofdstad Windhoek en Lüderitz hervat. Drie keer per week landt een nieuwe ploeg buitenlandse medewerkers op het eenvoudige vliegveld in de woestijn, om daar over te stappen op luxe helikopters die hen naar de boorplatformen brengen.

De vondst van olie trekt buitenlandse bezoekers, die met helikopters naar de boorplatformen worden gebracht.

In de waterstofsector gaan ontwikkelingen minder snel. Naast kritiek in Namibië zelf dreigt een onverwachte ontwikkeling van buitenaf Hyphens plannen te dwarsbomen: een terugtrekkende beweging vanuit Europa.

Hyphen heeft een investering van 10 miljard dollar nodig om het plan werkelijkheid te maken. Voor zo’n enorme lening zijn twee dingen nodig: een vraag naar groene waterstof en een land dat garant wil staan voor een lening. Beide ontbreken.

Vraag naar het relatief dure groene waterstof ontstaat alleen met overheidsdruk. Maar Europese landen hebben minder haast met de overstap naar groene waterstof dan voorheen, ondanks de ambities van de EU. De nieuwe Duitse regering wil voorlopig blijven inzetten op andere ‘kleuren’ waterstof, dus ook varianten die niet met groene energie worden geproduceerd.

Sophie Hermans (VVD), inmiddels demissionair minister van Klimaat en Groene Groei, presenteerde onlangs klimaatplannen waarin ze eerdere ambities voor het gebruik van groene waterstof in de industrie halveerde.

Die vertraging wordt aangebracht vanwege de problemen bij de Europese zware industrie, zegt Hans van Cleef, energie-econoom bij het Nederlandse adviesbureau Publieke Zaken. Europese staalbedrijven kunnen nu al amper met China concurreren, laat staan als ze dure groene waterstof moeten gebruiken.

‘Waterstofproductie zit op een soort kip-ei-punt’, zegt hij. ‘Het wordt pas geproduceerd als er vraag is. De vraag komt pas als het goedkoper wordt. En het wordt pas goedkoper als het wordt geproduceerd.’

Zonder Europese steun staan Hyphens plannen in Namibië op de tocht. China schijnt ondertussen wel te willen investeren, zegt het bedrijf. Of dat klopt, wil het Namibische waterstofprogramma niet bevestigen.

Van Cleef noemt het ‘aannemelijk’ en ‘typisch’. ‘Europa zet eerst ergens op in, maar denkt later: het is toch nog te duur of te onhandig, we wachten even. En dan gaat China ermee vandoor. Dat is niet voor het eerst. Maar we leren er maar niet van.’

Hyphen organiseert inspraakbijeenkomsten voor inwoners en lokale ondernemers, terwijl Lüderitz zich voorbereidt op de komst van een groenewaterstoffabriek.

In Lüderitz houdt de burgemeester er rekening mee dat het project helemaal zal stranden, waardoor de vele banen voor zijn inwoners en de luxeappartementen aan de kustlijn een utopie zullen blijven. Hij heeft de Duitse verkiezingen gevolgd en concludeerde: ‘Het ging meer over Europese veiligheid dan over het klimaat.’

Hij weet ook dat zijn slapende stadje uiteindelijk weinig over de toekomst van het project te zeggen heeft. ‘Het enige wat wij kunnen doen, is handelen alsof het morgen gebeurt en zo veel mogelijk voorbereidingen treffen. Als het dan niet doorgaat, hebben we in ieder geval een paar nieuwe straten geasfalteerd.’

Over de makers

Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het nieuws uit het Mondiale Zuiden. Haar focus ligt vooral op verhalen uit Afrika.

Sven Torfinn is al 20 jaar actief voor de Volkskrant als fotograaf in Afrika, waar hij woont in Nairobi, Kenia. Hij werkt ook als fotograaf en cameraman voor onder meer de NOS, The New York Times en The Guardian.

Beeldredactie Gabriel Eisenmeier

Eindredactie Anoushka Kloosterman, Carlijne Vos en Hans-Maarten Dagelet

Graphics Eleanor Mohren

Vormgeving Titus Knegtel

In de zucht naar lithium gedraagt de EU zich in Servië ‘neokoloniaal’: ‘De EU jaagt, wij zijn de prooi’

De Europese Unie heeft haar zinnen gezet op lithium uit Servië. Maar de bouw van een mijn in de Jadarvallei ontwricht de lokale gemeenschap: bewoners zijn uitgekocht en verhuisd, het landschap is vergiftigd. ‘Op deze manier vervreemdt de EU de Servische bevolking van zich.’

De hele wereld jaagt op lithium en kobalt – onmisbaar voor batterijen. Kan Europa bijblijven?

Europa heeft een achterstand in de jacht op kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie zoals lithium en kobalt. Hoe denkt Europa deze achterstand in te lopen?

Source: Volkskrant

Previous

Next