Door Robin de Puy
Video Maarten van Rossem
Božica Simeunović (38)
Zoekt naar een open en eerlijke omgang met het beladen verleden. Zet zich in voor de Rotterdamse herdenking van de Srebrenica-genocide.
Haar zachtroze sokken passen uitstekend bij haar rode lippen en perfect gelakte nagels. In haar boekenkast staan titels zoals Women’s Side of War en Gender Matters in Global Politics. Een boek over popster Britney Spears legt Božica Simeunović snel aan de kant. Met een lach: ‘Die heb ik moeten lezen voor de Boze Bitches Boekenclub.’ Op haar dressoir staat de beroemde foto van de Britse fotograaf Tom Stoddart, waarop de Bosnische Meliha Varešanović tijdens de belegering van Sarajevo in 1994 met opgeheven hoofd, gekleed in een jurk vol bloemen, voorbij een soldaat loopt.
Links de foto van Meliha Varešanović.
Božica werd op een ijskoude januaridag in 1987 in Tuzla geboren, maar de eerste vier jaar van haar leven woonde haar ouders in Kroatië. De werkgelegenheid was daar beter. Toen de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, keerde het gezin terug naar Bosnië.Toen ook daar oorlog dreigde, verhuisden ze in 1991 naar Nederland. Hier studeerde Božica politicologie en specialiseerde ze zich in ‘vrouwen, vrede en veiligheid’.
‘Vrouwen in conflicten worden vaak neergezet als slachtoffer, maar ze zijn zoveel meer. Vrouwen zijn activisten, cultuurdragers, ze nemen de taken over van de man zolang de man aan het front is – noem maar op. De vrouwen houden, kortom, de boel draaiende.’
Enkele belangrijke details: Božica is Bosnisch-Servische. De overgrote meerderheid van haar familie is niet uitgesproken nationalistisch of extremistisch, maar toch hebben ook velen van hen nationalistische overtuigingen en ontkennen ze de Bosnische genocide van dertig jaar geleden.‘Ik ben altijd een kritisch denker geweest. En toch dacht ik ooit niet heel anders dan dat zij doen.’
Božica krijgt geregeld het verwijt dat ze, doordat ze aan een westerse universiteit heeft gestudeerd, de dingen ‘anders’ of zelfs ‘verkeerd’ ziet. ‘Maar’, zegt ze, ‘ik ben juist vaak genuanceerd. Daarnaast heb ik jarenlang onderzoek hiernaar gedaan. Ik spreek me steeds openlijker uit tegen de genocide-ontkenning en de verheerlijking van oorlogsmisdadigers.’
Wat die ontkenning inhoudt, zag ik in Višegrad, een stad in het oosten van Bosnië, waar al in 1992 de etnische zuivering van de niet-Servische bevolking begon. Een bekende plek daar is Vilina Vlas, een luxe spa-resort. Hier wordt de geschiedenis vakkundig onder het tapijt geveegd. Op de balkonnetjes zitten mensen in witte badjassen en stoffen slippers tevreden voor zich uit te staren.
Spa-resort Vilina Vlas in Višegrad. Tijdens de oorlog werden niet-Servische vrouwen hier systematisch verkracht.
Van diezelfde balkonnetjes sprongen vrouwen en meisjes uit pure wanhoop naar beneden om te ontsnappen aan de gruweldaden die hen werden aangedaan. Dit hotel met 72 kamers diende tijdens de oorlog als ‘verkrachtingshotel’. Nergens wordt vermeld wat hier is gebeurd, terwijl de bedframes waar de hotelgasten ’s nachts op slapen nog altijd dezelfde zijn als die waarop jarenlang Bosnische vrouwen werden verkracht door paramilitairen.
De ontkenning gaat zelfs zo ver dat het woord ‘genocida’ is weggekrast van het herdenkingsmonument voor de omgebrachte Bosniërs. Want, zeggen de Servische autoriteiten: ‘Het woord genocide is beledigend voor de lokale bevolking omdat er geen bewijs is voor noch een vonnis is over genocide in Višegrad.’
Iemand die mij sterk aan Božica doet denken, is de in Višegrad geboren Bakira Hasečić, activist en oprichter van de Association of Women Victims of War. Zij zette – net als veel andere vrouwen – met rode lippenstift het woord ‘genocida’ terug op het monument. Haar organisatie speelde een grote rol in de veroordeling van 29 oorlogsmisdadigers door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
Božica: ‘Vaak denken we bij nationalisme aan iets extreems, terwijl het juist ook in veel kleine dingen kan zitten. Dat is het enge eraan. Als je met bepaalde overtuigingen, gezegden of grappen opgroeit, vind je ze heel normaal, terwijl die ook bijdragen aan haat of classificatie. Dingen die we als maatschappij normaal zijn gaan vinden, zijn vaak niet normaal.’
Dan: ‘Ik vind het ondraaglijk wat er tijdens de Bosnische genocide is gebeurd. Ik geloof niet in collectieve schuld, maar wel in collectieve verantwoordelijkheid.’
Door mee te werken aan onder andere de herdenking van de Srebrenica-genocide in Rotterdam probeert Božica op haar manier verantwoordelijkheid te nemen. ‘En’, voegt ze eraan toe, ‘ik voel heel sterk dat ‘nooit meer’ nu is. Met de juiste ingrediënten kan een oorlog overal uitbreken. Ook in Nederland.’
In deze serie portretteert fotograaf Robin de Puy mensen wier levens zijn getekend door de Bosnische genocide. Op 11 juli is het dertig jaar geleden dat Srebrenica, een door de VN beschermd gebied, viel. Meer dan 40 duizend mensen werden gedeporteerd door Bosnisch-Servische troepen. 8.372 mensen, vooral mannen en jongens, werden vermoord.
De Volkskrantserie ‘De elf stemmen van Srebrenica’ is een onderdeel van een gezamenlijke productie van Alma Mustafić, Marjolein Koster, Robin de Puy, FOTODOK, OVT (VPRO) en Nationaal Monument Kamp Vught. Deze serie is tevens te zien als expositie in Nationaal Monument Kamp Vught, tot 26 oktober. De elf verhalen zijn ook te beluisteren als podcast, in een serie gemaakt door Fotodok.
Source: Volkskrant