Home

Een landerige zondagmiddag met een schitterende explosie aan het eind

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Het was een landerige zondagmiddag en de Ronde van Frankrijk trok haar spoor door het Pas-de-Calais, op weg naar Boulogne-sur-Mer. Het miezerde een beetje. Andries Lamain en Michael Boogerd hadden zich voorbereid op een lange zit, de etappe telde meer dan 200 kilometer. Aan het eind wachtte er misschien spektakel, er stond wind uit zee en er lagen een paar klimmetjes in het verschiet. Maar tussen het nu en het einde lag nog een zee van lege uren. In Boulogne-sur-Mer zei Roxane Knetemann tegen Jeroen Stomphorst dat het een heel smerige aankomst was.

Het beloofde een oefening in geduld te worden. Voor er eventueel iets opwindends zou voorvallen - dat weet je nooit, in het wielrennen - was het zaak lijdzaam de uren en minuten te ondergaan en niet te vaak naar de kilometers boven in beeld te kijken.

Nog 147 kilometer.

Gelukkig was Han Kock er ook weer. Voor de start had hij Mathieu van der Poel geinterviewd. ‘Kijk eens naast je’, zei Han tegen Mathieu. Daar stond Jasper Philipsen in de gele trui die hij zaterdag had veroverd. ‘En wie draagt die trui na vandaag?’ vroeg Han. Mathieu dacht dat het Jasper zou zijn, een antwoord waar Han eerlijk gezegd meer van had verwacht.

Zo nu en dan klonk er trompetgeschal, iets wat we in de Tour nog niet eerder hebben meegemaakt. Het was de aankondiging van een VVV-reclame: er zullen de komende weken nog heel wat kastelen voorbijtrekken.

Er waren elf fietsen gestolen uit de bus van Cofidis, zei Andries. Michael begon maar eens over plassen onderweg. Als je wist dat je naar de controle moest, zei hij, kon je het beter nog even ophouden, had je nog wat over voor in de dopingcaravan. Op oude beelden zagen we Jean-Paul van Poppel in Boulogne winnen op ‘de elf’.

Nog 103.

Op nog oudere beelden kwam Norbert Callens voorbij, de Vlaamse stoemper die in Boulogne ook een keer had gewonnen, maar die destijds geen gele trui had gekregen omdat de vrachtwagen met gele truien niet was aangekomen, of zoiets. ‘Maar 45 jaar later heeft hij van de burgemeester van Boulogne toch nog een gele trui gekregen’, zei Andries. Het bleef even stil. ‘Da’s mooi’, zei Boogerd, die er ook even doorheen zat.

De middag sukkelde voort, het was nog 77 kilometer.

Lennert van Eetveld was gevallen en had een grote scheur in zijn koersbroek. ‘Hij fietst met het hol open’, zei Boogerd, blij dat hij die oude wieleruitdrukking eindelijk een keer in een serieus commentaar naar voren kon brengen. ‘Misschien moet hij even een nieuwe broek aantrekken’, zei Andries. Maar daar was geen tijd voor.

In Boulogne stond Roxane nog steeds aan het hek met Jeroen Stomphorst. ‘Het wordt straks hectisch’, zei Roxane. ‘Positionering is the key.’

Nog 53 kilometer.

Er klonk weer trompetgeschal, honderden motoren stoven over het strand. Boogerd zei dat je vroeger op Scheveningen ook zoiets had gehad. Maar dat wist Andries niet, daar was hij te jong voor.

En toen, eindelijk, begon de pre-finale, waarmee tegenwoordig het stadium voor de finale wordt aangeduid. Het tempo ging omhoog, de favorieten kwamen naar voren.

En toen kwam de lome zondagmiddag, kwamen al die uren van geduldig wachten en luisteren naar Andries en Michael, tot een explosie. Opeens wist je dat het allemaal niet voor niks was geweest en dat je de zondagmiddag niet tevergeefs had opgeofferd.

Al op de tweede dag voorzag Mathieu van der Poel de Tour van 2025 van een gouden rand.

‘Een onwaarschijnlijk mooie overwinning’, zei Andries.

‘’Ne superdag’, zei Van der Poel.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next