Fotograaf Jan Mulders portretteerde amateursporters die ermee stoppen. Paul Onkenhout speelde in september 2021 zijn laatste voetbalwedstrijd. Een ode aan het stoppen, aan het missen en aan alles wat was.
Door Paul Onkenhout
Fotografie Jan Mulders
Met Jan Mulder, de Groningse voetballer van Anderlecht en Ajax die schrijver en meesteranalist werd, heb ik helaas gemeen dat ik mijn laatste wedstrijd speelde zonder dat ik me hiervan bewust was. Een fatsoenlijk en gepast afscheid (in mijn geval: op de schouders van het veld af, bos bloemen, ingelijste teamfoto, bier, bitterballen en nog meer bier in de kantine) was ons allebei niet gegund.
Sterker nog, tot voor kort had ik zelfs geen flauw idee met welke wedstrijd mijn lange, ruim vijftigjarige loopbaan op de Hollandse voetbalvelden was geëindigd. Dat kwam hoofdzakelijk door de coronapandemie. Door lockdowns lag de competitie stil. Het team, Terrasvogels veteranen 1 35+, liep op zijn laatste benen. Ook een slepende kuitblessure speelde mij parten.
Laila Youssifou is gestopt met roeien: 'Ik heb het roeien wel gezien, ik wil heel graag andere dingen gaan doen.'
Op een dag was het voorbij, ik zette er een punt achter. Welke dag, dat wist ik niet meer, totdat fotograaf Jan Mulders (in 2020 speelde hij zijn laatste rugbywedstrijd, zijn lichaam had hem in de steek gelaten) op het geweldige idee kwam om amateursporters te fotograferen die ermee stopten – alleen bij uitzondering mag worden geschreven dat de schoenen, roeispanen of sticks aan de wilgen worden gehangen – en ik in de geschiedenis van de appgroep ‘Terrasvogels Zaterdag 1’ ben gedoken. Daar vond ik een bericht van 24 september 2021.
Aan mijn ‘lieve mannen’ liet ik op die dag weten dat ik – in zo’n appje kan het dus wel – mijn kicksen aan de wilgen had gehangen. Het was mooi geweest en nu was het klaar. ‘Dat is best verdrietig, maar het besluit was onvermijdelijk.’ Zorgvuldig was toegewerkt naar het dramatische, maar ook enigszins ironische einde. ‘Het besef dat het voetballeven eindig is, en het leven trouwens ook, hakt er stevig in, maar wat moet, dat moet.’
Daarna: lieve opmerkingen van de mannen, emoji’s van een huilend mannetje en hartjes, en zelfs kussen. Iemand schreef dat hij naast de ‘snelle acties’ ook mijn ‘geschreeuw’ zou gaan missen en een ander trok een zwartgallige conclusie: ‘Wat rest is de dood.’
Sport, club: roeien, DSRV Laga (Delft).
De laatste: Varsity in Houten, dames vier (eerste plaats), 6 april 2025.
‘Het is fijn om aan die dag terug te denken. Ik had al bedacht dat het mijn laatste wedstrijd als topsporter zou zijn. Voor ons als ploeg viel alles op zijn plek. We wonnen, dat was heel gaaf. Mijn internationale carrière had ik al eerder afgesloten, op de Olympische Spelen in Parijs. Toen we daar zilver wonnen, wist ik: dit was het. Maar die Varsity wilde ik nog doen, voor Laga. De club had de Varsity al 28 jaar niet gewonnen.
‘Topsport is geweldig, het is een groot privilege om een sport te vinden waarin je zo goed bent dat je op het allerhoogste niveau actief kunt zijn. Maar er was al die tijd ook een keerzijde. Je hele, héle leven is gericht op de sport. Je krijgt veel, maar moet ook veel laten. Het is een leven dat weinig ruimte laat voor spontaniteit. Er zijn veel restricties.
‘Ik heb het roeien wel gezien, ik wil heel graag andere dingen gaan doen. Ik ga veel missen, maar vooral het heerlijke gevoel om in een boot te zitten die lekker roeit, op topniveau. En ik zal de extase missen van een overwinning waarvoor je jarenlang keihard hebt getraind. Dat is met heel weinig dingen in het leven te vergelijken.’
Na de daaropvolgende thuiswedstrijd, ik was toeschouwer geworden, kreeg ik in de kantine uit handen van de voorzitter zes flesjes Santpoorts Bier plus een bijpassend glas en sprak hij enkele mooie woorden. Dat was aardig. Verder gebeurde er weinig, logischerwijs. Lid van verdienste van de club was ik al.
De competitie was door de pandemie lang onderbroken geweest. Mijn laatste wedstrijd had ik, zo ontdekte ik, al een jaar eerder gespeeld, op 19 september 2020. Het was een thuiswedstrijd tegen de veteranen van Bloemendaal. Onze ploeg, gevormd in 1988, wankelde al een tijd door een gebrek aan spelers. Aan elke wedstrijd ging een moeizame, dagenlange zoektocht naar invallers vooraf. Ik was de aanvoerder en maakte de opstelling.
‘Topsport is geweldig, maar er was al die tijd ook een keerzijde. Je hele, héle leven is gericht op de sport.'
Appverkeer met medespelers met een beter geheugen dan het mijne leverde een scala aan herinneringen op, om te beginnen de uitslag: 5-1 gewonnen, na een 0-1 ruststand. We speelden thuis. Voor een laatste wedstrijd is dat perfect en ik was het zelf vergeten, maar de zon scheen en het was warm bovendien. Timo scoorde drie keer, ‘wereldgoals’ volgens hem zelf, ‘intikkertjes’ volgens anderen. Bloemendaal protesteerde omdat de man die het merendeel van de goals had voorbereid, invaller Henk, de leeftijd van 35 nog niet had bereikt. De protesten waren terecht, hij was te jong.
De ene laatste wedstrijd is de andere niet. Voor een voetballer met zijn statuur is er van de laatste wedstrijd van vijfvoudig international en Anderlecht-icoon Jan Mulder bar weinig bekend. Hij verdient beter. Wikipedia komt niet verder dan dat ‘na afloop van het seizoen 1974-75 de 30-jarige Mulder omwille van zijn knieblessure medisch werd afgekeurd’. Wie wil weten in welke wedstrijd van Ajax Mulder voor het laatst in actie kwam, moet goed zoeken.
Bouke Plat is gestopt met voetbal: ‘Om de overgang wat makkelijker te maken, blijf ik nog een jaar in de appgroep.'
Het blijkt om een vriendschappelijke wedstrijd te gaan; in principe géén goede uitgangspositie voor een laatste wedstrijd, en dan werd deze match ook nog eens in Azië gespeeld, in juni 1975 toen Ajax het seizoen verlengde met een trip naar Indonesië. Een van de tegenstanders, de laatste van Mulder, was Manchester United. Dat klinkt als een klok, maar die club speelde in 1974-75 in Engeland niet eens op het hoogste niveau en was, zo berichtte de Indonesische pers verbolgen, slechts met twaalf spelers naar Jakarta gereisd.
Ook Ajax beleefde na vette jaren een periode van achteruitgang, zonder Johan Cruijff en met Hans Kraay sr. als trainer. Manchester United werd op 3 juni in het door de Sovjet-Unie gefinancierde stadion Utama met 3-2 verslagen. Johnny Rep, Willy Brokamp en Ruud Geels (voorzet: Mulder) scoorden.
Sport, club: voetbal, AVV Swift (Amsterdam).
De laatste: AVV Swift 8 - SV RAP 2 (0-3), 24 mei 2025.
‘Het was zo’n typische kelderklassewedstrijd. We moesten andere shirts aan omdat RAP ook in het wit speelt, het regende en we verloren kansloos met 3-0. Alles wat mis kon gaan, ging mis. Ook daar kan ik van genieten.
‘Om de overgang wat makkelijker te maken, blijf ik nog een jaar in de appgroep. Ik kap ermee om een mix van redenen. Ik woon in Utrecht, moest steeds op en neer naar Amsterdam. En ik werd steeds minder belangrijk voor de ploeg. Ik ben altijd spits geweest. Vroeger scoorde ik twintig, dertig keer per seizoen, maar de laatste jaren maakte ik het team niet beter.
‘Ik heb me nooit beperkt tot alleen de wedstrijden, ik organiseerde graag dingen. Dat kreeg ik uitgebreid te horen en de jongens hadden een boekje voor me gemaakt. Thuis realiseerde ik me pas goed dat iedereen baalde dat ik was gestopt en hoeveel ik heb betekend voor de jongens. Dat ontroerde me. Ik had ook een bakkie bier op hè, dat scheelde.’
De laatste wedstrijd van Jan Mulder werd bijgewoond door 90 duizend toeschouwers, onder wie de vrouwen van de Ajax-spelers. Het was bloedheet. Alleen Het Parool had een verslaggever meegestuurd, Rob van den Dobbelsteen. In bloemrijk taalgebruik en met onverwachte zijpaden (‘Jan Pieterszoon Coen kan in het voormalige Batavia nauwelijks meer opschudding hebben verwekt dan Ajax nu in Djakarta’) deed hij verslag.
Geïmponeerd schreef hij: ‘Jan Mulder snelde, voordat hij geblesseerd raakte, bij Ajax nog nooit zo snel langs de lijn.’ Mulder vormde de aanval met Brokamp en Rep. In zijn laatste wedstrijd werd de aanvaller uit Bellingwolde getroffen door een blessure. ‘De blessure van Mulder laat zich vrij ernstig aanzien. Dokter Rolink dacht zelfs aan een zweepslag.’
Frank Volleberg is gestopt met rugby: 'Ik zal vooral het teamgevoel missen; het gevoel dat je onderdeel bent van een groep en samen in weer en wind knokt om iets moois te bereiken.'
Intermezzo: jaren later zou journalist Bram de Graaf in zijn boek Voetbalvrouwen: de glorietijd van het Nederlandse voetbal 1974-1978 een leuke onthulling doen over de man met de zweepslag. Op 10 juni, de verjaardag van de vrouw van rechtsback Wim Suurbier, werd er flink gepimpeld. Maja Suurbier, Yvonne Krol en Johanna Mulder hadden met assistent-trainer Bobby Haarms uren aan de bar gehangen en zich ‘flink bezat’.
De volgende ochtend werden ze geconfronteerd met een boze Jan Mulder. Hij zat in een rolstoel. Maja: ‘Hij was in de wedstrijd tegen Manchester United geblesseerd geraakt en vond dat Johanna voor hem had moeten zorgen. Chagrijnig dat hij keek! Ach, Jan had altijd wel wat.’
Sport, club: rugby, ORC Black Bulls (Stevensbeek)
De laatste: ORC Black Bulls - Bredase Rugby Club (77-17), 11 mei 2025.
‘Tegen Breda was er wat extra publiek en voor de gelegenheid was ik aanvoerder. We wonnen heel dik, dat was ook fijn. Daardoor passeerden we Breda op de ranglijst en eindigden we op de derde plaats. Alles klopte, ook na afloop. Er was een barbecue en voor mij waren er een paar flauwekultoespraken.
‘Ik ben al twee keer aan mijn knie geopereerd. Het gaat nog best goed, maar mijn knie is na elke wedstrijd dik. Om me heen zie ik weleens rugbyers die te lang zijn doorgegaan, dat ziet er sneu uit. Het gezin speelt ook een rol. Vooral de uitwedstrijden kosten een hoop tijd. Breda, Den Bosch, Aken zelfs, het is niet om de hoek.
‘Hier in Stevensbeek was geen rugbyclub, ik ben er in 2018 mee begonnen. Ik blijf bij de club betrokken, maar meer op de achtergrond. Ik zal vooral het teamgevoel missen; het gevoel dat je onderdeel bent van een groep en samen in weer en wind knokt om iets moois te bereiken. Eigenlijk was het al die jaren een alternatief voor de stapavonden van vroeger.’
Mogelijk speelde de onzekerheid over het vervolg van zijn loopbaan Mulder destijds parten. Zijn lichaam was een tegenstander geworden. ‘Progressie van de artrose in de rechterknie’ dwong hem tot stoppen, enkele weken later. Hij deed dat onvrijwillig en onder protest en hij was nog jong, 30 jaar pas.
In november van dat jaar werd Mulder geïnterviewd door Henk Huurdeman van de Volkskrant. ‘Een van mijn beste wedstrijden’, zei hij over zijn laatste, ‘ik was een half uur lang erg goed’. Twee jaar later, Mulder was inmiddels als columnist ingelijfd door de Volkskrant, schreef hij stoer over ‘mijn beste wedstrijd in het Ajax-shirt’.
Niet slecht, al met al, voor een laatste wedstrijd. De meeste laatste wedstrijden zijn gewone wedstrijden. De sjeu zit niet in het spel of het resultaat, maar in de festiviteiten eromheen: toespraken, een barbecue misschien, wat presentjes. De vraag is wat er daarná gebeurt; hoe groot het gemis zal blijken te zijn en of er een leven voor en na is, en of het ene leven wezenlijk verschilt van het andere.
Sophie van Keulen is gestopt met hockey: '‘Ik heb het hockey altijd enorm serieus genomen, maar sinds ik kinderen heb, ben ik een stuk minder hard voor anderen en voor mezelf.'
Het eensluidende antwoord van de vier hier geportretteerde sporters op de vraag of ze hun sport, hun wedstrijden, gaan missen: ‘Misschien.’ Zeg maar: niet. Niemand twijfelde. Wie stopt, stopt niet zomaar, het besluit is te groot om het achteloos te nemen.
En dan? Hoe moet het verder? Mulder speelde in 1975 met de gedachte om een galerie te openen. De voetballer had na zijn verhuizing van Brussel naar Amsterdam kunstminnende vrienden ontmoet. ‘Jan Mulder begint nieuw leven in de kunst’, zette het AD boven een interview met hem. Het zou er niet van komen.
Mulder was toen een half jaar ex-voetballer. In het stuk sprak hij zich uit over het grote gemis, in de eerste plaats van de ‘glorie van een vol stadion, daar kreeg ik een kick van’. Herkenbaarder, voor amateurs, was wat hij daarna zei. ‘En dan het hele ritueel eromheen… Met z’n allen bij elkaar komen voor een wedstrijd, nog even met je schoenen tegen de muur van de kleedkamer schoppen, voelen of je kousen wel lekker zitten en dan het veld op (...). Ik mis het allemaal, echt waar.’
Sport, club: hockey, Voordaan (Groenekan).
De laatste: Kampong D30-1 - Voordaan D30-1 (0-9), 15 juni 2025.
‘Ik ben héél nieuwsgierig hoe na 36 jaar een leven zonder hockey eruit ziet. Ik weet niet beter dan dat ik hockey. Toen ik 5 was ben ik begonnen bij de mini’s van HC Houten en ik heb heel lang bij Kampong gespeeld. Dit was mijn zesde seizoen bij Voordaan, en mijn laatste.
‘Mijn leeftijd speelt geen rol bij mijn besluit, fysiek gaat het nog steeds hartstikke goed. Ook met drie kinderen kun je nog prima op hoog niveau hockeyen. Het is vooral het gevoel dat het wel mooi is geweest. Dat bekroop me vorig jaar al. Is dit het nog? Wil ik dit nog? Maar toen werden we kampioen en promoveerden we naar de hoofdklasse. Dat wilde ik nog meemaken.
‘Ik heb het hockey altijd enorm serieus genomen, maar sinds ik kinderen heb, ben ik een stuk minder hard voor anderen en voor mezelf. Het is maar een spelletje hè. Van een nederlaag was ik de laatste jaren ook niet meer zo ziek als vroeger.’
Dat gevoel zou nooit verdwijnen. Jongstleden april nog zei Mulder, de professionele voetbalkijker en -deskundige en inmiddels 80, in Humo dat ‘zelf op dat veld staan’ door niets wordt overtroffen. ‘Laatst had ik het weer: droomde ik van een sprint, van hier tot aan dat hek daar. Niet eens van een bal in de kruising. Wat een treurnis dat je dat niet meer kunt: dit beeldschone lichaam komt niet meer vooruit.’
Wat Mulder na zijn laatste wedstrijd de rest van zijn leven zou missen, was het voetbal, het spel zelf, de passes, de sprints, de goals, een geslaagde schijnbeweging. Ik mis het nauwelijks. Wat ik mis, zijn de rituelen; eerst koffie, de kantine die volloopt, opstelling maken, reserves aanwijzen, protesten van de aangewezen reserves, luidruchtige gesprekken in de kleedkamer, mannen onder elkaar, de geur van Midalgan en het getik van noppen op de tegels. Voetbalschoenen (Adidas Copa Mundial) die lekker zitten.
Sophie van Keulen: ‘Ik ben héél nieuwsgierig hoe na 36 jaar een leven zonder hockey eruit ziet.'
De grappen, op de rand of erover. Volslagen onzinnige, maar verbeten gevoerde discussies in de rust over de tactiek, alsof het er allemaal iets toe doet. Iemand die na een kansloze, zware nederlaag zegt: ‘Lekker gewerkt, mannen.’ Het bierdrinken ook. De totale gelijkwaardigheid. Het onbekommerde plezier.
Een paar weken geleden kwamen we weer bij elkaar, in een café deze keer, voor wat we een ‘Kerstborrel’ noemden. Vrijwel iedereen heeft inmiddels zijn laatste wedstrijd gespeeld. De ploeg bestaat niet meer, de wilgen hangen vol, maar meteen veranderde het terras weer in de bekende en vertrouwde uitwisselingsplaats van anekdotes, onzinverhalen en persoonlijke ontboezemingen. Ook na de laatste wedstrijd is de kleedkamer gelukkig overal.
Achter hoge muren en prikkeldraad van de PI Vught werd rugby de afgelopen twee maanden ingezet om gedetineerden te helpen bij hun terugkeer in de samenleving. Afsluiting van het project: een wedstrijd tegen de ervaren spelers van The Dukes. Kan een potje rugby echt levens veranderen?
Rafael Nadal is door de koning van Spanje benoemd tot markies. Het is een adellijke titel, die koning Felipe niet eerder uitdeelde. De afgezwaaide tennislegende mag de titel zelfs overdragen aan zijn oudste zoon.
De Nederlandse topsport kenmerkt zich door een harde en masculiene cultuur, maar driekwart van de topsporters voelt zich daarin wel thuis. Dat is een van de conclusies na vier jaar onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland.
Source: Volkskrant