De Europese Unie heeft haar zinnen gezet op lithium uit Servië. Maar de bouw van een mijn in de Jadarvallei ontwricht de lokale gemeenschap: bewoners zijn uitgekocht en verhuisd, het landschap is vergiftigd. ‘Op deze manier vervreemdt de EU de Servische bevolking van zich.’
Door Maartje Bakker
Fotografie Jelle Krings
De 21ste eeuw staat in het teken van een mondiale jacht op grondstoffen die nodig zijn voor technologische ontwikkeling en de energietransitie. Kan Europa de achterstand, vooral op China, nog inlopen? En gaan daarvoor geen principes op het gebied van mensenrechten en het milieu wijken? Dat onderzoekt de Volkskrant deze zomer in een serie reportages. Dit is de tweede aflevering.
Ze had altijd een goede verstandhouding met de buren verderop in de straat, vertelt Vesna Filipovic. ‘We kwamen op elkaars bruiloften, vierden samen feesten. Maar ineens praatten ze niet meer met ons. Daarna zag ik hoe ze hun meubels uit hun huizen haalden. En toen verdwenen ze, een voor een, naar nieuwe huizen in de stad.’
In de heuvels bij het Servische plaatsje Gornje Nedeljice woonden een paar jaar geleden nog ruim 150 mensen. Verspreid tussen de akkers en boomgaarden, in grote huizen en hoeven. Maar inmiddels zijn ze bijna allemaal vertrokken. Ze zijn gezwicht voor het geld dat mijnbouwbedrijf Rio Tinto hun aanbood. De Brits-Australische multinational heeft in deze vallei vergevorderde plannen voor een lithium- en boormijn, plus een bijbehorende verwerkingsfabriek.
Vesna Filipovic en haar familie. Hun huis ligt nét buiten de zone die mijnbouwbedrijf Rio Tinto op het oog heeft voor de lithiummijn, waardoor ze niet in aanmerking komen voor de uitkoopregeling.
Zelf woont Filipovic, die samen met haar man een bloementeeltbedrijf heeft, nét buiten de zone die het mijnbouwbedrijf op het oog heeft. Zij kwamen niet in aanmerking voor de uitkoopregeling. Nu kijkt ze uit op lege huizen.
Rio Tinto moedigde de vertrekkende bewoners aan alles mee te nemen wat hun van nut kon zijn. De huizen bleven in onttakelde toestand achter: zonder daken, zonder ruiten. Daarna ging het verval snel: paardenbloemen groeien in de sponningen, waterdruppels lekken door de plafonds.
Vida Jovic, een vrouw die een stukje verderop woont en wél een aanbod kreeg van Rio Tinto, is een van de weinigen die zich niet liet verjagen. ‘Ik houd van deze plek’, zegt ze. ‘Hier ben ik geboren. En voor de stad ben ik veel te oud.’
Vida Jovic is een van de weinigen die zich niet liet verjagen. De andere woningen in haar buurt zijn achtergelaten nadat ze door Rio Tinto werden opgekocht.
Jovic staat op het punt om voor een paar dagen weg te gaan, op bezoek bij haar kleinkind. ‘Maar wie zal er voor de dieren zorgen als ik er niet ben?’, vraagt ze zich bezorgd af. Ze scheurt een zak voer open en legt die klaar voor de honden op de veranda. ‘Ik ben eenzaam hier’, verzucht Jovic. ‘Als er nog een uitkoopronde komt, zal ik mijn huis waarschijnlijk ook verkopen.’
Rio Tinto heeft om alle aangekochte erven linten met rode en witte vlaggetjes gespannen. Er staan waarschuwingsborden bij: pas op, instortingsgevaar. Het is een effectieve manier om te laten zien hoe de verhoudingen hier liggen. Bijna de hele vallei is inmiddels veroverd gebied. Klaar voor exploitatie.
In de wereldwijde jacht op grondstoffen is Servië een van de landen waar de Europese Unie probeert toe te slaan. Ze heeft vooral haar zinnen gezet op het lithium dat zich hier in de Jadarvallei, in het westen van Servië, onder de grond bevindt. Lithium, het lichtste metaal, is cruciaal voor de accu’s van elektrische voertuigen.
Bron: OpenStreetMap contributors
Op dit moment is Europa voor de lithiumvoorziening grotendeels afhankelijk van China. Volgens een EU-rapport uit 2023 komt daar 56 procent van het verwerkte lithium vandaan. Dat is een groot risico in een tijd waarin handelsketens door de geopolitieke aardverschuivingen zomaar kunnen breken.
Bron: Europese Commissie (2023)
Afgelopen zomer sloten Servië en de EU daarom een ‘strategisch partnerschap’, met als doel ‘een veilige, betaalbare en duurzame aanvoerketen voor batterijen en elektrische voertuigen’ op te zetten. De EU belooft daarin investeringen te doen, in ruil voor producten die voldoen aan de Europese standaarden voor milieu en mensenrechten. De plannen van Rio Tinto, een bedrijf dat al sinds 2001 actief is in de Jadarvallei, spelen een belangrijke rol in deze productieketen.
De Servische premier Aleksandar Vucic toonde zich bij het sluiten van het partnerschap ingenomen over de enorme buitenlandse investeringen in zijn land. Hij sprak van een bedrag van 6 miljard euro, onder andere door autobouwers zoals Mercedes-Benz en Stellantis, die er baat bij hebben de lithiumverwerking en batterijenproductie in Servië van de grond te krijgen. ‘De crème de la crème van de Europese economie, industrie, financiële organisaties’, jubelde Vucic.
Infrastructuur nabij Belgrado. De Europese Unie is de grootste investeerder in de infrastructuur van Servië.
Maros Sefcovic, destijds vicevoorzitter van de Europese Commissie voor de Green Deal, had het over ‘de grootste directe buitenlandse investeringen in de geschiedenis van Servië’.
De financiële beloften zeggen iets over het enorme belang dat de EU aan de nieuwe aanvoerketen hecht. Met name Duitsland, nog steeds de grootste autoproducent in Europa, is enthousiast. Niet toevallig was ook de toenmalige bondskanselier Olaf Scholz naar Servië afgereisd om de ondertekening van het partnerschap bij te wonen.
Ook de Groenen stuurden vanuit Duitsland een vertegenwoordiger. Bondsdaglid Franziska Brantner, die in het vorige Duitse kabinet klimaatstaatssecretaris was, juichte de grondstoffenwinning in het Balkanland toe. ‘Klimaatbescherming is niet mogelijk zonder grondstoffen’, verklaarde ze tegenover Die Tageszeitung.
De Duitse politici benadrukten dat de ‘hoogste milieustandaarden’ zullen gelden voor het lithiumproject in Servië.
Maar deze grote beloften stellen de bewoners van de Jadarvallei niet gerust. Zlatko Kokanovic, een boer en veearts wiens huis op slechts 300 meter van het toekomstige mijnbouwgebied staat, weet nog goed hoe hij er een paar jaar geleden achter kwam dat Rio Tinto van plan was om op zijn akkers een dumpplaats voor het industriële afval in te richten.
Zlatko Kokanovic, vicevoorzitter van Ne Damo Jadar, de actiegroep die tegen de mijnplannen strijdt.
Het was in de zomer, vlak voor Vitusdag, een belangrijke nationale feestdag in Servië. ‘Tijdens de feestelijkheden troffen we elkaar allemaal hier in het dorp’, vertelt Kokanovic. ‘Al snel ontstond het idee: we moeten ons gezamenlijk tegen de mijnbouwplannen verzetten. Dit bedreigt onze gezondheid, de natuur, ons leven.’
Een kaart van de Servische Jadarvallei, waar Rio Tinto de mijn wil bouwen.
De buurtbewoners kwamen samen in een zaaltje bij de kerk, onder het toeziend oog van Sint-Joris, de heilige die zelfs de machtigste draak wist te verslaan. Ze richtten een actiegroep op: Ne Damo Jadar, oftewel We Geven Jadar Niet Op. Rondom het huis van Zlatko Kokanovic zie je die strijdkreet nu overal – van de T-shirts aan de waslijn tot aan de sticker op een kinderfietsje. De boer werd vicevoorzitter van de actiegroep.
Kokanovic spreidt een enorme kaart uit op zijn eettafel, vol gaten en koffievlekken, waarop is ingetekend hoe de toekomstige mijnindustrie het leefgebied van de omwonenden koloniseert. ‘Als bewoners van de Jadarvallei willen we niet dat alles hier verandert’, zegt hij vastbesloten. ‘We willen gewoon doorgaan met ons oude leven.’
Drie van de dochters van Zlatko Kokanovic.
Zijn drie volwassen dochters luisteren mee vanaf de bank, sigaretten rokend, verveeld omdat hun colleges al maandenlang niet doorgaan vanwege de Servische studentenprotesten. Tegenover hen een idyllisch landschap van Vincent van Gogh – het had zomaar de Jadarvallei kunnen zijn.
Het verzet tegen de Servische lithiummijn bleef niet beperkt tot de directe omgeving. Tot in de hoofdstad Belgrado waren er grote protestmarsen, met tienduizenden deelnemers die allemaal vreesden voor de milieugevolgen van de mijn.
Zlatko Kokanovic en andere lokale protestleiders demonstreren tegen de aanleg van de lithiummijn in de Jadarvallei.
In 2023 trad er als gevolg van het massale verzet een nieuwe groene partij toe tot het Servische parlement. De fractieleider is Radomir Lazovic. ‘De regering heeft vanaf het begin geprobeerd de indruk te wekken dat er milieugaranties voor dit lithiumproject komen van de Europese Unie, en dan vooral van Duitsland’, zegt hij op het partijkantoor in Belgrado.
‘Dat is een heel slim staaltje manipulatie. Iedereen in Servië, en misschien wel over de hele wereld, denkt dat Duitse bedrijven, Duitse auto’s en de Duitse maakindustrie van topkwaliteit zijn.’
Fractieleider Radomir Lazovic van de Groenen in het Servische parlement.
Het probleem is, zegt Lazovic, dat Duitsland helemaal geen garanties kan geven over de handhaving van de regels binnen Servië. ‘Dat bepaalt de Servische regering. En deze regering is door en door corrupt.’
Zo staan de Groenen uit Servië lijnrecht tegenover de Groenen uit Duitsland.
‘Dit is de enige plek ter wereld waar een lithiummijn wordt gepland in zo’n vruchtbaar gebied’, zegt Dragana Djordjevic, milieuchemicus aan de Universiteit van Belgrado. ‘Twintigduizend mensen hebben in de Jadarvallei nu een goed leven. En straks wonen ze onder verschrikkelijke omstandigheden: luchtvervuiling, lawaai, vrachtwagens die af en aan rijden.’
Dragana Djordjevic, milieuchemicus aan de Universiteit van Belgrado, waar studenten demonstreren tegen corruptie in de Servische regering en academici zich tegen het project van Rio Tinto keren.
Ook andere Servische academici keerden zich tegen het project van Rio Tinto. Onlangs nog stuurden drieduizend van hen een noodkreet aan de Europese Commissie. Djordjevic is een van hen. ‘Waarom zouden wij ons land vernietigen om lithiumbatterijen te produceren voor de Europese auto-industrie?’ zegt ze, nadat ze een drukbezochte persconferentie over het onderwerp heeft gegeven.
Djordjevic nam monsters rond de proefboringen die Rio Tinto had gedaan, en kwam erachter dat er nu al giftige metalen zoals boor en arseen lekken. ‘Bij de boringen raken verschillende ondergrondse waterlagen met elkaar vermengd’, zegt Djordjevic. ‘De giftige stoffen uit de onderste laag komen zo terecht in het oppervlaktewater.’ Djordjevic en collega’s publiceerden een artikel over hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.
De blauwe palen markeren de plekken waar Rio Tinto proefboringen heeft gedaan in de Jadarvallei.
Het oordeel van Djordjevic is vernietigend. ‘Waarom is Duitsland zo geïnteresseerd in het Servische lithium? Ze hebben zelf óók lithium, in grote hoeveelheden, veel meer dan Servië. Maar ze willen gewoon dat het afval hier blijft.’
Bron: U.S. Geological Survey, 2025
Wie een gebouw van Rio Tinto binnengaat – of het nu het informatiecentrum is, of een van de kantoren – is verplicht eerst een veiligheidsinstructie aan te horen. Als in een vliegtuig wijst een medewerker aan waar de nooduitgang is, waar de brandblusser staat en waar het verzamelpunt is bij een calamiteit. En niet onbelangrijk: bij het traplopen altijd een hand op de leuning, anders zou je kunnen vallen.
Veiligheid voor alles, is de tamelijk expliciete boodschap. Maar de werkelijkheid is anders. Rio Tinto is wereldwijd talloze malen in opspraak geweest vanwege het lozen van afvalstoffen en de gezondheidsproblemen als gevolg daarvan – of het nu was bij een kopermijn in Nieuw-Guinea, een titaniummijn in Madagascar of een uraniummijn in Namibië.
‘Maar daarvan hebben we geleerd’, zegt Chad Blewitt, een Australiër die door Rio Tinto is aangesteld als algemeen directeur van het Jadar-project. Hij werkte eerder in het West-Afrikaanse Guinee aan het opzetten van een ijzermijn. Onlangs bleek dat bij dat project in minder dan twee jaar dertien mensen waren omgekomen. De veiligheidsrichtlijnen waren vaak niet opgevolgd.
Chad Blewitt, algemeen directeur van het Jadar-project.
‘En toch kunnen mensen ons vertrouwen’, verzekert Blewitt. ‘Vergelijk het met vliegmaatschappijen. Die zijn ook niet gestopt na de crashes die er zijn geweest. Nu vliegen we veiliger dan ooit.’
Rio Tinto zal in de Jadarvallei anders te werk gaan dan in het verleden, vertelt Blewitt. ‘Dit wordt geen open mijn, maar een ondergrondse mijn. Vergelijk het maar met het gangenstelsel van de metro in Londen of Parijs. En het afval van de verwerkingsfabriek leggen we niet in vloeibare vorm achter een dam. We gaan het drogen. We weten dat er anders grote problemen kunnen ontstaan bij een damdoorbraak.’
Een milieuspecialist van Rio Tinto legt uit dat het water met giftige stoffen uit de diepe ondergrond straks echt niet zomaar in het rivierwater terechtkomt, zoals Dragana Djordjevic vreest. Om de mijnwerkers en -machines droog te houden, zal al het water uit de mijn worden opgepompt. Pas na uitgebreide zuivering wordt het geloosd – met als enige uitzondering de momenten waarop er zeer veel regen valt.
In dozen zitten gesteentemonsters die Rio Tinto over een langere periode heeft verzameld in de Jadarvallei. De cijfers geven de diepte aan waarop de mineralen zijn gevonden; de witte stipjes in het gesteente wijzen op jadariet, dat lithium bevat.
Het zijn allemaal niet de goedkoopste oplossingen, benadrukt Blewitt. ‘Maar onze natuurlijke markt is Europa. We willen lithium en boor uit de Jadarvallei verkopen in Europa. En daarom moeten we voldoen aan de Europese standaarden, die de hoogste zijn ter wereld.’
Voor tegenstanders van de mijn heeft Blewitt geen enkel begrip. ‘Al deze mensen willen uiteindelijk wél de producten hebben die we kunnen maken dankzij de mijnindustrie’, zegt hij fel. ‘Kijk om je heen. De elektriciteit, de lampen, jouw kleding, jouw telefoon, het tv-scherm dat hier hangt: voor al die producten is de mijnindustrie nodig. We hebben straks batterijen nodig. En we hebben levensonderhoud nodig en geld om de pensioenen te betalen. Hoe krijgen we dat allemaal voor elkaar zonder industrie en banen?’
Het idee was dat lithium de EU en Servië, een kandidaat-lidstaat, nader tot elkaar zou brengen. ‘Dit herbevestigt het EU-pad van Servië’, meende Olivér Várhelyi, de toenmalige Eurocommissaris van Nabuurschap en Uitbreiding, bij het sluiten van het strategisch partnerschap.
Toch heeft het lithiumproject in de praktijk een andere uitwerking: de bevolking vervreemdt erdoor van de EU. ‘Een overduidelijke meerderheid van de Serviërs is overtuigd tegenstander van deze lithiummijn’, zegt Strahinja Subotic, senior onderzoeker aan het European Policy Center in Belgrado. ‘Je ziet hier in de hoofdstad teksten op de muren staan: ga weg Rio Tinto, ga weg EU. Het wordt gezien als een neokoloniaal project, dat voordelig is voor de EU, maar niet voor onze burgers.’
Strahinja Subotic, senior onderzoeker aan het European Policy Center in Belgrado.
Subotic zet, in de keuken van de denktank waar hij werkt, een pannetje op het vuur om koffie te maken. ‘Kijk’, zegt hij dan, ‘de EU zegt altijd dat democratie het allerbelangrijkst is. En hier in Servië is het superduidelijk dat bijna iedereen het lithiumproject haat. Dan zou het democratisch zijn om het project af te blazen. Maar de EU gaat voor haar eigenbelang. Dat drijft de Serviërs van het EU-lidmaatschap af. Onlangs bleek uit een peiling voor het eerst dat meer Serviërs tegen het EU-lidmaatschap zijn dan vóór. Dit is een belangrijke reden.’
Bovendien, zegt Subotic, koopt premier Vucic door de lithiumsamenwerking legitimiteit in het buitenland. Terwijl zijn land er de afgelopen jaren niet democratischer op is geworden, met onderdrukte protesten en dubieus verlopen verkiezingen, zwijgen regeringsleiders in EU-landen daarover in alle talen.
Intussen is het onwaarschijnlijk dat de Servische regering zich door de nieuwe economische verbintenis werkelijk volledig tot de EU zal bekeren. Subotic: ‘Vucic wil niet bij de EU – ja, als hij een tweede Orbán zou mogen zijn, maar niet als hij de rechtsstaat moet hervormen. In Servië geldt al jaren een buitenlandbeleid met vier pijlers: Washington, Beijing, Brussel en Moskou. Ook de huidige regering balanceert zorgvuldig daartussen.’
De twee oudste dochters van Zlatko Kokanovic, de boer uit de Jadarvallei die actievoerder is geworden, rijden voorop naar de kerk van Sint-Joris. Hier is het toekomstige mijnbouwgebied te overzien. Ernaast, op het kerkhof, liggen de voorgaande generaties van de familie Kokanovic. De zwart-witportretten van de overledenen tonen steeds dezelfde vastberaden blik.
Milica Kokanovic, een dochter van Zlatko Kokanovic loopt over het familiegraf bij een kerk met uitzicht op de Jadarvallei, waar haar familie al generatieslang woont.
‘Sommige voorouders van mij zijn gestorven in een oorlog’, heeft Kokanovic eerder gezegd. ‘Ze verdedigden het land tegen buitenlandse mogendheden. Het land, zeggen sommigen, is meer waard dan je leven. Weet je, wij Serviërs hebben een aangeboren karaktereigenschap: we zijn koppig. Niemand kan ons iets laten doen wat wij niet willen.’
Zelfs de EU niet, verzekert Kokanovic. ‘Zij jagen, wij zijn de prooi. Maar we zullen ons verdedigen.’
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze richt zich op het Middellandse Zeegebied en op de thema’s migratie, klimaat en natuur. Eerder werkte ze als politiek redacteur in Den Haag, correspondent in Spanje, Portugal en Marokko en als wetenschapsredacteur.
Jelle Krings is fotograaf en filmmaker. Met langdurige, mensgerichte projecten brengt hij grote thema’s als oorlog, migratie en klimaatverandering dichterbij. Hij werkt regelmatig voor onder andere The Guardian, National Geographic en De Volkskrant.
Beeldredactie Gabriel Eisenmeier
Eindredactie Carlijne Vos, Anne van driel, Wout van Gils
Graphics Eleanor Mohren
Vormgeving Titus Knegtel
Europa heeft een achterstand in de jacht op kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie zoals lithium en kobalt. Hoe denkt Europa deze achterstand in te lopen?
Onder de Zweedse stadje Kiruna ligt de grootste ijzerertsmijn ter wereld. En vlakbij ligt nóg een klomp zeldzame aardmetalen. Klein minpunt: de grond in het stadshart verzakt door al het delven. Dus Kiruna moet een stukje opschuiven. Kosten: 1,5 miljard euro.
Source: Volkskrant