In een week tijd zetten zowel de VS als de EU hun klimaatambities op een (zeer) laag pitje. Is de wereldwijde klimaatpolitiek ten dode opgeschreven?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
‘Als er een vacuüm is, dan zullen anderen dat opvullen – en dat geldt ook voor ons.’ Zo luidde de reactie van EU-klimaatcommissaris Wopke Hoekstra, toen de Amerikaanse president Donald Trump begin dit jaar het klimaatakkoord van Parijs opzegde.
Maar na een week waarin de VS met Trumps ‘Big Beautiful Bill’ de energietransitie stopzette, en de EU een achterdeurtje inbouwde in het klimaatdoel voor 2040, kun je je afvragen: gaat dat – het vullen van dat vacuüm – nog wel lukken?
‘Laten we één ding vooropstellen’, zegt Detlef van Vuuren, klimaatdeskundige bij het Planbureau voor de Leefomgeving en de Universiteit Utrecht. ‘Wat in de VS gebeurde deze week, is veel erger dan dat van de EU. Ze hadden daar tot nu toe een ambitieuze klimaatagenda. Nu niet meer.’
De VS schrapten de belastingvoordelen die golden voor hernieuwbare energie. Dat raakt het bedrijfsleven, maar ook burgers, die korting kregen op de aanschaf van elektrische auto’s en warmtepompen.
Voor de Democraten is het een behoorlijke domper dat de omschakeling naar hernieuwbare energie tot stilstand komt. Zij dachten dat ze hun anti-inflatiewet zo hadden ontworpen dat een lange levensduur was gegarandeerd. Immers, de investeringen uit die wet in zonne- en windenergie kwamen vooral terecht in Republikeinse staten.
Ook voor Amerikaanse burgers is het niet per se gunstig dat wind- en zonne-energie in de ban gaan. Volgens denktank Energy Innovation valt de energierekening voor Amerikaanse huishoudens hierdoor tussen de 3 en 18 procent hoger uit, afhankelijk van de staat waar ze wonen. Elektriciteit uit gas en kolen is over het algemeen duurder dan uit hernieuwbare bronnen.
Het lijkt Trump weinig te kunnen schelen. De Amerikaanse president heeft volgens de The New York Times ‘een intense persoonlijke afkeer van wind- en zonnekracht, en ook van elektrische voertuigen’. De krant wijst erop dat Trump tijdens de verkiezingsrace volop steun kreeg vanuit de fossiele industrie.
En in de EU? Op het moment dat de Europese Commissie het klimaatdoel voor 2040 bekendmaakte, had Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bezoek van dertien Duitse industriebonzen, noteerde Politico. Ook hier doet de zware industrie haar invloed gelden, met teksten over ‘pragmatisch zijn’, ‘een reality check’ en ‘het concurrentievermogen’.
De EU wil de uitstoot van broeikasgassen in 2040 met 90 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. Dat percentage is niet nieuw, wel dat de EU-landen daarvan 3 procent in het buitenland mogen behalen. Door te betalen voor herbebossing, voor elektrisch stadsvervoer of voor zonne-energiecentrales in andere landen, kunnen ze zogeheten carbon credits verdienen.
Dat pakt voor burgers niet goedkoop uit. Als de EU alleen voor de betrouwbaarste carbon credits gaat, die garanderen dat koolstof voor honderd jaar uit de atmosfeer verdwijnt, kost dat 46 miljard euro per jaar, becijferde de Deense klimaatdenktank Concito. Aan belastinggeld.
Daarnaast geldt in Europa, net als in Amerika, dat hernieuwbare energie op de lange duur goedkoper is. ‘Op de korte termijn kost de energietransitie geld, je moet een heel nieuwe energie-infrastructuur opbouwen’, zegt Van Vuuren. ‘Maar op de lange termijn lijkt veel technologie goedkoper te zijn dan bij fossiele brandstoffen. En in de kosten van luchtvervuiling en klimaatverandering scheelt het zéker.’
Maar ook Europese regeringen voelen de hete adem van radicaal-rechts in hun nek. Het duidelijkst bleek dat afgelopen week wel in Frankrijk. Terwijl de radicaal-rechtse politica Marine Le Pen opviel door een ‘groots plan voor airconditioning’ te lanceren, pleitte de Franse president Emmanuel Macron voor meer ‘flexibiliteit’ bij het halen van de klimaatdoelen. Volgens Politico wil hij niet 3 procent, maar tussen de 5 en 10 procent van de emissiereductie halen in het buitenland. Het is nogal een ommezwaai, voor het land waar in 2015 het akkoord van Parijs werd gesloten.
‘De wereld aan het begin van 2024 is niet meer de wereld van nu’, concludeerde Teresa Ribera, eurocommissaris van Schone Transitie, deze week. Ook Van Vuuren erkent dat er veel is veranderd. ‘Een jaar geleden dacht ik dat we de doelstelling van maximaal 2 graden opwarming zouden halen’, zegt hij. ‘Daarover ben ik nu somberder.’
Tegelijkertijd is het te vroeg om het wereldwijde klimaatbeleid op te geven. ‘Ondanks alles houdt de EU vast aan 90 procent minder uitstoot in 2040’, benadrukt Van Vuuren. ‘Dat is al heel wat, gezien de politieke wind die er waait. Ook andere landen blijven klimaatplannen maken.’
En dan is er nog China, dat veel heeft te winnen bij een ambitieuze klimaatagenda. De meeste zonnepanelen, veel windturbines én goedkope elektrische auto’s worden daar geproduceerd.
Kortom, van harte zal het niet gaan – maar het is nog steeds niet uitgesloten dat andere landen het vacuüm dat de VS achterlaten zullen vullen.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant