is econoom en publicist.
Het middenkabinet waarover we dezer weken aan het nadenken zijn heeft inmiddels onderwijsbeleid en arbeidsmarktbeleid. Kunnen VVD, GroenLinks-PvdA, CDA, D66 (en/of eventueel een kleintje erbij) samen ook werkend landbouwbeleid maken na de verkiezingen in oktober? Natuurlijk wel.
Het coalitieakkoord zal moeten beginnen met feiten, want dat is de basis van de samenwerking. Kern van de zaak is dat de huidige landbouwsector minder dan 1,5 procent van de Nederlandse economie omvat en hogere schade veroorzaakt dan waarde toevoegt. De schade betreft onder meer de gezondheid van mensen; CO2-uitstoot ten nadele van het klimaat; stikstofuitstoot ten nadele van de natuur. De sector ontvangt uit de schatkist naast omvangrijke subsidies nóg grotere fiscale voordelen. Dit is een onhoudbare situatie.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Het doel van de coalitie is een landbouwsector bouwen die welvaart toevoegt in plaats van vernietigt. De coalitie nodigt de sector uit hiertoe met plannen te komen en reserveert geld om die te helpen realiseren. Het kabinet krijgt wel alvast een rijtje maatregelen mee.
Eén: alle fiscale voordelen die de sector nu geniet worden binnen tien jaar stapsgewijs afgebouwd. Fiscaal worden boerenbedrijven net zo behandeld als andere mkb-ondernemingen.
Twee: de overheid voert een stevige belasting in op wat de een ‘gewasbeschermingsmiddelen’ noemt en de ander ‘landbouwgif’. De hoogte van de belasting varieert met de schadelijkheid van de gebruikte stoffen voor mens en natuur. De opbrengst van deze belasting wordt gebruikt om boeren te helpen omschakelen naar productie zónder chemische middelen.
Drie: de overheid voert een landnorm in voor vee. Langs de lijnen: x koe per hectare. Deze norm wordt de komende jaren steeds scherper zodat de veeteelt gedwongen extensiveert. Het gevolg is minder mest per hectare, en dus minder stikstof.
Vier: de overheid gaat voorlopig onverminderd door met het uitkopen van kippen- en varkenshouderijen.
Vijf: de overheid breidt de Arbeidsinspectie uit om intensiever toezicht te houden op het werken (door arbeidsmigranten) in de landbouwsector. Malafide uitzendbureaus worden opgeheven en hun bestuurders uit de sector geweerd.
Zes: de overheid stelt structureel geld beschikbaar voor boeren die maatschappelijke diensten leveren. Kruidenrijk grasland cultiveren (in plaats van raaigras); hagen en heggen planten; laat in het seizoen maaien omwille van de nesten van weidevogels; en zo voort en verder.
Dit basispakket aan maatregelen kan natuurlijk verder worden uitgebreid. Maar het gaat vooral om de richting. Normalisering. Niet zo veel kapsones. De feiten accepteren. Niet denken dat je recht hebt op speciale behandelingen omdat je een landbouwvoertuig hebt om de snelweg mee te blokkeren. Er zijn duizenden boerenbedrijven die al wél toekomstbestendig werken. Laten zij de toonzettende ondernemingen zijn, de komende kabinetsperiode.
Voor een normalisering van de sector, een sector ook die voor de Nederlandse samenleving meer waarde creëert dan toevoegt, is meer nodig dan dit basispakket. Daar is dat gesprek dus voor. Supermarkten moeten helpen (om ons, de consumenten, stap voor stap te verleiden tot betere keuzen). Banken moeten helpen, bij het financieren van de omschakeling van boerenbedrijven. Natuurorganisaties moeten helpen (door heldere eisen te stellen aan het gedrag van de boerenburen van natuurgebieden).
Zo hebben we Nederland decennialang bestuurd. De politiek geeft richting aan (welvaart verhogen in de landbouw); neemt op hoofdlijnen maatregelen (het basispakket); voert het gesprek met betrokkenen over wat er verder nodig is (redelijk en op een normale toon).
Ik krijg steeds meer zin in dat kabinet!
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns