Alle grote namen gaan zaterdag van start in de Tour de France. Verovert Tadej Pogacar opnieuw het geel? Het parcours kan in ieder geval tot de nodige spanning leiden.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Nog voor de eerste vragen worden gesteld, pakt Tadej Pogacar zijn telefoon om een foto te maken. Een uurtje eerder deed Mathieu van der Poel precies hetzelfde. Het moet een mooie aanblik zijn geweest: de imposante ruimte in de Opera van Lille gevuld met internationale pers.
Voorafgaand aan le Grand Départ oogt vooral Pogacar opvallend ontspannen. Hij heeft er zin in en vertelt uit te kijken naar een nieuw gevecht met Jonas Vingegaard. De laatste vijf edities van de Ronde van Frankrijk werden immers door een van de twee gewonnen. ‘Het is een mooie rivaliteit. Hij is een van de beste klimmers in de wereld, misschien wel de allerbeste. Ik ben benieuwd wie waar beter gaat zijn dit jaar.’
Of het daadwerkelijk weer tot die gedroomde tweestrijd gaat komen is de vraag. Op voorhand lijkt weinig een herhaling van het Tourpodium van 2024 (1. Pogacar, 2. Vingegaard (+6.17), 3. Remco Evenepoel (+9.18)) in de weg te staan. Net als vorig jaar staan alle grote namen aan de start. Van der Poel en Wout van Aert mogen vechten om ritzeges. Pogacar, Vingegaard, Evenepoel en Primoz Roglic strijden opnieuw om het eindklassement van de Tour, die na drie jaar weer eens in Frankrijk begint. Sterker nog: tijdens de 112de editie wordt geen enkele van de 3.320 kilometers – met 69 officiële beklimmingen en twee tijdritten – buiten l’Hexagone verreden.
Gaat iemand Pogacar in Frankrijk kunnen verslaan? Hoe hard de rest ook trapt, de drievoudig Tourwinnaar lijkt van een andere planeet. Vingegaard komt nog het dichtst in de buurt, maar ook de renner van het Nederlandse Visma-Lease a Bike moest tot dusver zijn meerdere erkennen in Pogacar. Evenepoel volgt op de rij daarachter. ‘Gezien hoe sterk Tadej en Jonas zijn, is het een gezonde ambitie om het podium te willen halen’, zei de Belg begin deze week.
In het Critérium du Dauphiné afgelopen maand, waar ook Vingegaard en Evenepoel reden, kon niemand Pogacar volgen als hij bergop aanzette. De kopman van Team UAE won met speels gemak. Al moet gezegd dat Pogacar tijdens de tijdrit iets verloor op zijn naaste concurrenten. Later ging rond in de pers rond dat de Sloveen zich wellicht had ingehouden.
Hoe dan ook: Pogacar steekt er, al dan niet met kop en schouders, bovenuit. Om te voorkomen dat de Tour na een week al in een plooi zou liggen, besloot de organisatie op voorhand extra spanning te creëren. In de eerste tien etappes is er geen bergetappe te vinden, maar moeten de klassementsrenners toch continu op hun hoede zijn. De ritten zitten bomvol korte beklimmingen, bieden kansen voor waaiers en kennen spannende finishes.
Daar liggen mogelijkheden voor de puncheurs – met maar liefst vier kansen voor Van der Poel in de eerste tien dagen. Maar dat betekent ook dat de klassementsmannen voorin willen zitten, bang om de eerste seconden te verliezen. ‘Het wordt een hectische eerste week. Er zijn verschillende rijders met verschillende doelen’, zegt Van der Poel in Lille. Dringen geblazen, op de Noord-Franse wegen.
En dan liggen ook valpartijen op de loer. ‘Ik denk dat iedereen een beetje bang is voor de eerste tien etappes’, zei Evenepoel daarover. ‘Het wordt duwen en wringen. De eerste dagen moet ik op mijn fiets blijven zitten. Ik moet vooral proberen om uit de problemen te blijven.’
Pogacar maakt zich daarentegen minder zorgen over de beginfase. ‘De eerste week is altijd de meest nerveuze, je kunt er de Tour verliezen. Maar ik zie dit jaar ook mogelijkheden met etappes met lastige finales en weinig sprintetappes. Je kunt tijd winnen, maar je moet vooral geen tijd verliezen.’
Echt tijd winnen kan pas na de eerste rustdag – die dit keer niet na negen maar pas na tien etappes valt, omdat ook op quatorze juillet wordt gefietst – als het peloton de bergen in trekt. Dan volgen niet zomaar wat cols, onder meer de Hautacam, Mont Ventoux en Col de la Loze staan in het routeboek, de beklimmingen waar Vingegaard Pogacar in het verleden wist te kloppen.
Mocht de spanning er na die bergetappes toch uit zijn, dan heeft de organisatie nog een extra troef in handen met een nieuwe finale in Parijs. In plaats van de klassieke sprint op de Champs-Élysées, moet het peloton nu drie keer de Butte Montmartre (1,1 kilometer met een gemiddelde stijgingspercentage van 5,9 procent) over. Wie weet wordt daar het eindklassement nog beslist. De kopmannen hebben in elk geval geen enkele ruimte om tijdens de komende drie weken ook maar één dag rustig aan te doen.
Hoe anders is dat voor de sprinters en puncheurs, die hun etappes al maanden geleden hebben uitgekozen. Zeker in de eerste week lijken er al drie sprintkansen te liggen voor Nederlanders als Dylan Groenewegen, Danny van Poppel en Cees Bol. Al zullen ze dan wel favorieten Tim Merlier, Jonathan Milan, en Jasper Philipsen moeten verslaan. Vandaag krijgen de sprinters hun eerste kans op een overwinning, met na vijf jaar ook meteen een tijdelijke gele trui als beloning.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant