Hij leerde dat hij anderen nodig had om verder te komen in het leven, dus wil hij nu ook zelf van betekenis voor anderen zijn. Séun Steenken, geboren in Nigeria, zet zich onder meer in voor de jongeren in zijn stad, Almere.
‘De rol van de barbershop wordt in Nederland zwaar onderschat, in de Verenigde Staten zien ze die veel meer. Het is een plek waar jongeren komen om te chillen, er is zo’n relaxte sfeer dat iedereen met elkaar praat. We zijn vrienden, er is respect. Je kunt er diepe gesprekken voeren met jongens die nooit naar een buurthuis zouden gaan. ‘Het is een soort mannentherapie’, zegt onze barber altijd.’
Tijdens een knipbeurt in kapperszaak MotionFades in Almere krijgt de 23-jarige Séun Steenken het idee dat er meer mogelijk is met de informele gemeenschap die de kappersklanten vormen. Hij is onder de indruk van de verhalen van de kapper, de dertiger Malcolm Power, die van alles organiseert voor de jongeren: barbecues, voetbalwedstrijden, discussies. ‘Hij betaalde dat allemaal uit zijn eigen zak. Met een paar honderd euro bereikte hij meer jongeren dan wanneer de gemeente voor 10K (10 duizend euro, red.) iets in het buurthuis organiseert.’
Met Power en een derde kompaan is hij een half jaar geleden de stichting The Next Way begonnen. Doel: jongeren ‘concrete handvatten’ bieden voor het dagelijks leven, zoals tips en tricks voor sollicitatiegesprekken, door hen te helpen bij de ontwikkeling van hun talenten.
Voor Steenken maakt The Next Way deel uit van zijn bredere, maatschappelijke engagement. Naast zijn studie bestuurs- en organisatiewetenschap werkt hij naar schatting veertig uur per week op verschillende terreinen: als medewerker bij de belangenorganisatie Cliëntenbelang Amsterdam (‘voor kwetsbare Amsterdammers’), als spoken word-artiest en nu ook als bestuurder van de kapperszaakstichting. ‘Daarmee wil ik vooral iets moois voor Almere neerzetten, maar het wordt niet mijn toekomst. Die zie ik op drie vlakken: beleid, cultuur en praktisch werk. Op alle drie wil ik maatschappelijke impact hebben. Misschien word ik wel de eerste burgemeester die ook spoken word-artiest is, haha.’
In 2001 werd hij in Nigeria geboren. Drie jaar later adopteerde een wit Nederlands-Duits stel uit Almere hem, samen met zijn drie jaar oudere, verstandelijk gehandicapte zus. Zijn moeder krijgt een ernstige vorm van artrose waardoor ze haar baan bij de KLM verliest. Tijdens de kredietcrisis raakt ook zijn vader zonder werk. Financiële problemen leiden ertoe dat ze hun koophuis moeten verlaten en zelfs een tijd lang op de voedselbank zijn aangewezen.
Juist in die periode moet Séun zijn Cito-toets maken. Door zijn lage score belandt hij onderaan in het onderwijssysteem, vmbo-kader. Dan begint een indrukwekkende opmars tot aan de universiteit, waar hij inmiddels tweedejaarsstudent is. Ook komt hij als 19-jarige bij de Nationale Jeugdraad, de koepel van jongerenorganisaties, waar hij twee jaar in het bestuur zit, en is hij lid van ‘2100’, een beweging voor jonge leiders die maatschappelijke impact willen hebben.
Wat is vooral vormend voor u geweest?
‘Adoptie is natuurlijk een grote, invloedrijke gebeurtenis, maar ik wil daarop niet te veel de nadruk leggen. Voordat je het weet wordt je hele identiteit eraan opgehangen, terwijl mijn persoonlijkheid nog zo veel meer kanten heeft. Wat ik door adoptie in ieder geval wel heb geleerd, is me in verschillende werelden te bewegen.
‘Door mijn familie ben ik in een witte context opgegroeid, maar de buitenwereld heeft me vooral in een zwarte context bekeken. Dat belang van mijn huidskleur kreeg ik al vrij jong door – eerst door impliciete opmerkingen, later door de politie die me zo maar aanhield terwijl er niets aan de hand was. Dat maakten mijn witte familieleden nooit mee.’
Voelt u zich meer thuis bij een van die twee werelden?
‘Ik voel me vooral een zwart persoon – een trotse Afrikaan en Nigeriaan, ook al ben ik nooit naar mijn geboorteland terug geweest. Onder mijn kleding draag ik vaak een ketting met een hanger van het Afrikaanse continent, dat geeft me een soort houvast en kracht. Ik ben altijd dicht bij mijn cultuur gebleven – mijn moeder had een Afrikaanse hoek in ons huis ingericht en we hadden een Yoruba-woordenboek, het Nigeriaanse dialect dat ik in mijn eerste jaren sprak.
‘Van jongs af ging ik ook naar een Nigeriaanse kapper. Almere is een zeer multiculturele stad, mijn meeste vrienden hebben ook een biculturele achtergrond. Uiteindelijk zijn we allemaal op zoek naar een gevoel van belonging, erbij horen. Ik heb ook witte vrienden en familie, maar vanuit mijn identiteit voel ik me meer met mensen van kleur verbonden.’
Biedt Nederland u niet het gevoel erbij te horen?
‘Jawel, ik ben ook oprecht een trotse Nederlander. Ik doe op allerlei manieren mijn best voor de maatschappij, ik wil Nederland een beetje mooier maken. Maar door de buitenwereld word ik er vaak aan herinnerd dat ik er misschien toch niet volledig bij hoor, bijvoorbeeld wanneer er wordt gesproken over een integratieprobleem. Dan gaat het over een groep waar ikzelf niet toe behoor, maar met wie ik me wel verwant voel. Als er dan zo’n term wordt gebruikt, denk ik: oei, kennelijk hoor ik er toch niet volledig bij.’
Wat leert u van het bewegen tussen een zwarte en een witte wereld?
‘Dat heeft me tot een rijker persoon gemaakt. Vooral mijn inlevingsvermogen is er denk ik door toegenomen. Ik weet hoe het voor iemand is om te maken te krijgen met vooroordelen over je achtergrond of je huidskleur. Maar ik denk ook te weten hoe het voor een witte Nederlander voelt om te maken te hebben met een steeds veranderende samenleving waarin je jezelf minder herkent.
‘Wat ik altijd probeer is de dialoog met zo veel mogelijk mensen aan te gaan. Ik kan erg genieten van mijn verjaardagen, waar je witte en zwarte mensen volop met elkaar in gesprek ziet gaan. Mensen met heel goede banen bij grote bedrijven, mbo’ers die voltijds werken, ambtenaren, echt van alles. In het begin is het een beetje awkward en schuurt het, aan het einde van de avond is het hartstikke gezellig. Dat is precies zoals het in het groot zou moeten zijn. Als je de juiste intenties hebt en je oprecht in elkaar verdiept, kan het aan het einde van de dag in Nederland alleen maar gezelliger worden.’
Hoe zou u uw ideaal omschrijven?
‘Alles wat ik doe heeft te maken met verbinding, met elkaar beter leren kennen, meer begrip voor elkaar. Daarmee komen we in de samenleving het verst. Het lijkt iets waar niemand op tegen kan zijn, maar in de praktijk loop je tegen grote weerstanden op. Vooral bij mensen met wie het grotendeels goed gaat. Dat verbaasde me in het begin wel: hoe kun je nu weerstand hebben tegen het in contact komen met mensen?
‘Maar de houding is vaak: waarom zou ik daar moeite voor moeten doen, waarom is het nuttig te praten met iemand die heel anders naar de wereld kijkt dan ik? Daarachter zit volgens mij vooral angst voor het onbekende, het wordt als spannend gevoeld. Gelukkig heb je ook mensen die zeggen: wat tof, dat moeten we gaan doen.’
‘Wat mijn boodschap ook lastig maakt, zijn de algoritmen waarin mensen zich verliezen. Als je online alleen dingen bekijkt waarmee je het eens bent of je alleen met gelijkgestemden omringt om zo gemakkelijk mogelijke gesprekken te hebben, neemt je weerstand toe om je te verbinden met mensen die tot een andere wereld behoren. Dat maakt samenleven nog lastiger.
‘Samenleven is sowieso al moeilijk - niemand heeft ooit echt goed geleerd om te gaan met mensen die er anders uitzien en denken. In je eigen bubbel blijven bied je veel comfort. Maar het verblindt ook.’
Hoezo?
‘Alleen al binnen mijn vriendengroep merk ik dat we vooroordelen over elkaar hebben - tussen verschillende groepen wordt het alleen maar erger. Bij mensen die uit een hogere sociaaleconomische laag komen kom ik aannames tegen over mensen uit andere lagen. Hebben die een uitkering dan wordt al snel gezegd dat dat door luiheid komt.
‘Omgekeerd merk ik bij mensen die met moeite rond kunnen komen onbegrip over het klimaatprobleem en mensen die aan de A12-demonstraties meedoen. Dat komt ook doordat er te weinig begrijpelijke informatie over het klimaatprobleem is - je moet haast een universitaire opleiding hebben om het te kunnen begrijpen. Ik probeer de urgentie die demonstranten voelen uit te leggen aan mijn vrienden of in de barbershop. Als dat soort groepen jongeren met elkaar verbinding zouden zoeken ben ik ervan overtuigd dat ze elkaars perspectief kunnen begrijpen.’
Wat ziet u als bron van uw maatschappelijk engagement?
‘In mijn jeugd kreeg ik te horen dat ik met mijn adoptie geluk had. Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik iets moest terugdoen voor de kansen die mij werden geboden. Tegenwoordig zie ik adoptie vooral als iets dat me is overkomen, ik voel me daardoor niet meer verantwoordelijk. Maar mijn engagement is wel gebleven. Mijn ervaring in het leven is dat ik hulp van anderen nodig heb gehad om te komen waar ik nu ben. Dus probeer ik zelf ook van betekenis voor anderen te zijn.’
Aan wie heeft u veel gehad?
‘Allereerst aan mijn moeder. Zij kon me maar gedeeltelijk voorbereiden op wat ik als zwarte man in het leven zou gaan ervaren. Ze heeft me voorgehouden dat er hindernissen op mijn pad zouden komen, maar dat ze altijd voor mij zou strijden. Dat deed ze bijvoorbeeld toen het onderwijssysteem mij onderschatte door vmbo-kader te adviseren. Toen ik daar toch terecht was gekomen, heb ik veel te danken gehad aan mijn leraar, Joop Soetekouw. Hij was de eerste docent door wie ik me gezien voelde, hij zag dat ik meer kon. Hij kon goed met verschillende culturen omgaan, daardoor zag ik mezelf ook deels in hem.
‘Later ben ik mensen tegengekomen die ik als rolmodellen ging ervaren. Bij de Nationale Jeugdraad leerde ik Kim Putters (SER-voorzitter, red.) kennen. Hoe hij iedereen hetzelfde behandelt, of het nu de koning is of een jongere zoals ik, dat vind ik tof aan hem.
‘Defano Holwijn, een rapper en influencer, is ook iemand die ik bewonder. Hij bespreekt grote, maatschappelijke problemen met jongeren en laat zich niet in een hokje duwen. Dat kan ik erg waarderen.’
Met uw maatschappelijk engagement krijgt u ook met de politiek te maken. Hoe kijkt u daarnaar?
‘In het begin volgde ik alles over de regering, nu ben ik meer uitgezoomd. Iedere week is er een nieuw relletje, ondertussen blijven de grote problemen onopgelost. Wat ik erg vind, is de harde taal die een tweedeling veroorzaakt: het ‘ons’-denken van ‘Nederland voor de Nederlanders’. Veel jongeren in mijn omgeving zoomen daardoor uit, terwijl je juist wilt dat ze meer vertrouwen in de overheid krijgen. Wat dat betreft zijn we nu averechts bezig – de bezuinigingen op jongerenwerk dragen ook niet bij aan verbinding.
‘Met The Next Way doen we aan een vorm van preventie. De waarde kun je niet met harde cijfers aantonen, maar het helpt wanneer wij jongeren die normaal niet worden bereikt kansen op toffe stages bieden, over duurzaamheid vertellen of kunnen helpen wanneer ze in hun werk of studie tegen problemen aanlopen. Dat zijn kleine daden, maar daardoor verandert er toch iets.’
The Tyranny of Merit, Michael Sandel
‘Dit boek bevestigde mijn gevoel dat opleiding als een scheidslijn in de samenleving werkt – bestuurders of Kamerleden hebben bijna altijd een wetenschappelijke opleiding, terwijl die voor hun functie niet vereist is. De Amerikaanse hoogleraar Michael Sandel maakt duidelijk hoe opleiding bijdraagt aan wat hij de tirannie van de meritocratie noemt.’
Dit is de laatste aflevering van deze serie voor de zomerstop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant