Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft na een chaotische donderdag ingestemd met de twee veelbesproken asielwetten van oud-minister Marjolein Faber (PVV). Uiteindelijk kregen de wetten steun van PVV, VVD, NSC, BBB, SGP, Forum voor Democratie en JA21.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
De stemverhouding kwam daarmee op 95 voor en 55 zetels tegen. Bij de Asielnoodmaatregelenwet bleef alleen NSC-Kamerlid Faith Bruyning dissident, waardoor de stemverhouding daar uitkwam op 94 tegen 56.
De stemuitslag betekent dat de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel nu naar de Eerste Kamer gaan. Of zij daar komend najaar ook een meerderheid halen, is onzeker. De partijen die in de Tweede Kamer voor stemden, blijven in de senaat steken op 35 zetels. Zij hebben er 38 nodig en zullen moeten winkelen bij de drie eenmansfracties daar: 50Plus, OPNL en Kemperman (ex-BBB).
Het CDA keerde zich woensdag tegen de wetten, nadat de linkse oppositie dat al vorige week had gedaan. De toevoeging dinsdag aan de Asielnoodmaatregelenwet van strafbaarstelling van illegaliteit, en expliciet ook hulp aan illegalen, gaf voor het CDA de doorslag. De partij weet uit ervaringen onder de kabinetten-Rutte I en II dat haar kerkelijke achterban hecht aan een menselijke behandeling van illegalen.
Bij de Wet invoering tweestatusstelsel was de te hoge werkdruk voor immigratiedienst IND leidend in de beslissing om tegen te stemmen. Het CDA is wel voorstander van een onderscheid tussen vluchtelingen die persoonlijke vervolging hebben te vrezen en vluchtelingen die naar verloop van tijd kunnen terugkeren als hun land weer veilig is. Maar de partij wil wachten met dit te regelen totdat het Europese asiel- en migratiepact op 12 juni 2026 van kracht is. Met de afwijzing door het CDA van beide wetten vielen zes Eerste Kamerzetels weg.
Aan de uiteindelijke instemming door de voormalige coalitiepartijen ging een nerveuze donderdag vooraf. De stemmingen over de wetten waren gepland voor half twee ’s middags, maar werden tot in de avond uitgesteld. SP-Kamerlid Michiel van Nispen vroeg aan Kamervoorzitter Martin Bosma om hoofdelijke stemmingen (waarvoor drie uur voorbereidingstijd nodig is) en de NSC-fractie wilde van waarnemend minister van asiel David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) eerst een uitleg over de strafbaarheid van illegaliteit.
Die was dinsdag in de wet gekomen door een amendement van PVV-Kamerlid Marina Vondeling, dat werd aangenomen na een chaotische stemming waarbij negen Kamerleden ontbraken. Bij voltallige aanwezigheid zou die wetswijziging geen meerderheid hebben gekregen (ook NSC was tegen), maar door het bezoek van een delegatie parlementariërs aan de slavernijherdenking in Amsterdam kreeg de stemming een ander verloop.
Aan de Asielnoodmaatregelenwet werd daardoor toegevoegd dat een meerderjarige vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van maximaal zes maanden. Vooral omstreden bleek een zinsnede in de toelichting: ‘Personen of organisaties die illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen helpen onder te duiken, zullen op grond van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht ook strafbaar zijn.’ Artikel 47 gaat over het ‘medeplegen’ van een strafbaar feit.
Dat bracht na het CDA ook de NSC-fractie in problemen, want daar zijn de meningen over strafbaarstelling verdeeld. Antwoorden op Kamervragen van NSC-Kamerlid Diederik Boomsma aan Van Weel, over de ‘uitvoeringsconsequenties van dit amendement’, moesten uitkomst bieden. Die kwamen donderdagmiddag. Van Weel schreef dat hij weinig anders kon doen dan de wens van de Kamer uit te voeren, want immers: de wet is de wet. Maar hij schreef ook: ‘Het Openbaar Ministerie gaat over de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, waaronder de handhaving van deze strafbaarstelling.’
Hij legde uit dat het vervolgen van iemand die humanitaire hulp biedt aan illegalen, zoals het uitdelen van soep, weinig kans loopt op vervolging. Daar heeft het OM de capaciteit niet voor en het heeft geen prioriteit. Wel prioriteit hebben overlastgevende en criminele illegalen. Bij hen is het ‘vertrekbelang’ het grootst, aldus Van Weel. ‘Met deze prioritering kan ik mij voorstellen dat het handhaven op het bieden van hulp door bijvoorbeeld een kerk of het Leger des Heils niet snel aan de orde is.’
In een mondelinge toelichting aan de Kamer, omdat hij daar voor een ander debat moest zijn, bevestigde hij aan BBB-Kamerlid Claudia van Zanten dat in landen waar illegaliteit ook strafbaar is − zoals Duitsland, België en Italië − dit niet tot willekeurige vervolging van hulpbiedende burgers leidt.
Niettemin stelden de antwoorden van Van Weel de in het nauw gebrachte SGP-fractie, inmiddels ook gealarmeerd door haar achterban, niet gerust. ‘Waar het amendement-Vondeling ziet op opzettelijke hulp om mensen in de illegaliteit te houden en aan het gezag te onttrekken, lijkt de minister nu zonder onderbouwing te stellen dat álle hulp strafbaar is’, liet de partij op X weten. Reden om om uitstel van de stemmingen te vragen. De SGP had behoefte aan een spoedadvies van de Raad van State.
Aan het eind van de middag gingen enkele NSC-Kamerleden op bezoek bij de SGP-fractie, een overleg dat aan het begin van de avond werd voortgezet. Het leidde tot nieuwe vragen aan minister Van Weel, nu van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk. Hij vroeg om garanties dat humanitaire hulp niet strafbaar zou zijn. Vlak voor de definitieve stemmingen, tegen middernacht, kwam Van Weel met een antwoord.
De bewindsman legde de Kamer nog eens de trias politica uit (de scheiding der machten; politici kunnen niet voorspellen hoe rechters wetten interpreteren), maar schreef ook: ‘Ik zal zodra het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is aangenomen de Raad van State vragen te adviseren over de vraag of een aanmerkelijke kans bestaat dat ook individuele gedragingen uit menselijkheid of humanitaire hulp onder dit artikel vallen.’
Waarop hij liet volgen: ‘Na ommekomst van het advies van de Raad van State wil ik met uw Kamers beraadslagen over de consequenties van het zwaarwegende advies van de Raad van State, alvorens dit artikel in werking te laten treden.’ Dat zou dus voorafgaand aan de behandeling van de wetten in de Eerste Kamer moeten zijn. Dit overtuigde zowel SGP als NSC.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant