Home

EU bouwt ‘achterdeurtje’ in nieuw klimaatdoel: is het erg dat landen uitstoot elders mogen afkopen?

Terwijl Europa verkoeling zoekt, presenteert de Europese Commissie een nieuw ‘tussendoel’ voor het klimaatbeleid. In 2040 moet 90 procent minder CO2 worden uitgestoten. De aandacht gaat vooral uit naar het achterdeurtje: EU-landen mogen 3 procent van die reductie ‘flexibel’ buiten Europa halen.

In de Europese klimaatwet zijn de doelen voor broeikasgasreductie in 2030 (min 55 procent) en 2050 (netto geen uitstoot) al vastgelegd. Waarom komt de Europese Commissie met een extra doel voor 2040?

In de Europese klimaatwet is vastgelegd dat de Commissie een tussendoel moet stellen voor 2040. Voorzitter Ursula von der Leyen kreeg vorig jaar een meerderheid in het Europees Parlement voor haar Commissie, met de belofte dat dit doel 90 procent minder uitstoot dan in 1990 zou zijn. Dat percentage is dus geen verrassing.

Maar afgelopen maanden werd al wel duidelijk dat het doel politiek gevoelig ligt. Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra zou het aanvankelijk in februari presenteren. Die datum werd niet gehaald. Nu presenteert hij het klimaatdoel terwijl een hittegolf Europa teistert.

Hoe ambitieus is het doel?

Die 90 procent is nu dus aangepast, want landen mogen 3 procent ‘flexibel’ besparen. Dat betekent dat ze dat deel van hun reductie mogen halen in het buitenland. Op papier oogt 3 procent niet als een grote aanpassing. Maar het gaat om een besparing ten opzichte van 1990, toen de uitstoot heel hoog was.

Tussen 2030 en 2040 moet de uitstoot dalen van 55 naar 90 procent. Van die opgave is 3 procent bijna een tiende. In totaal gaat het om ruim 150 megaton CO2, net zoveel als alle broeikasgasemissies van Nederland vorig jaar.

Daarbovenop geldt dat een deel van de reductie in 2040 al geregeld is via het emissiehandelssysteem van de EU. Daardoor komt die ‘3 procent’ er in de praktijk op neer dat een vijfde van alle uitstootvermindering die Europese lidstaten nog moeten realiseren, nu buiten hun eigen land ‘gekocht’ kan worden.

Al heeft Hoekstra één belangrijk extra criterium toegevoegd. De externe emissies mogen pas vanaf 2036 ingezet worden. Zo denkt hij te voorkomen dat lidstaten vanaf 2030 direct moeilijke en dure investeringen in eigen land op de lange baan schuiven.

Waar komt die afzwakking vandaan?

Die wordt binnen Europa gesteund door de christendemocraten en alle partijen rechts daarvan. Zij vinden een klimaatdoel van 90 procent binnen Europa te verstrekkend voor burgers en bedrijven.

Ook bij de lidstaten is het verzet tegen streng Europees klimaatbeleid groot en groeiend, met landen als Polen, Tsjechië en Hongarije voorop. Commissarissen uit die landen vinden het huidige voorstel nog te ver gaan. Opvallend is dat inmiddels zelfs de Franse Emmanuel Macron, president van het land waar het klimaatakkoord van Parijs werd getekend, pleit voor ‘meer pragmatisme’.

In het politiek linkerdeel van Europa gaat de weerstand juist de andere kant op. Zo drong de sociaaldemocratische commissaris Teresa Ribera (Schone Transitie) aan op maximaal 1 procent flexibiliteit. ‘Dit is een klimaataflaat voor rijke landen’, zegt ook GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Mohammed Chahim. Hij vindt dat de EU het geld beter kan besteden aan het isoleren van huizen in Europa, de aanleg van laadpalen en het scheppen van groene banen.

Waarom is er ophef over die flexibiliteit? Het maakt voor de aarde toch niet uit of er in Europa minder broeikasgas wordt uitgestoten, of in een ander land?

Dat is waar. Maar het ‘uitbesteden’ van CO2-vermindering aan ontwikkelende landen heeft een weinig hoopgevende geschiedenis. Dat concept was al onderdeel van het Kyoto-protocol uit 1997, het zogeheten Clean Development Mechanism (CDM). In theorie was het mooie idee dat rijke landen een prikkel hadden om armere landen te helpen om een schone economie op te bouwen.

De praktijk bleek al snel een stuk minder fraai. Aangeplante bomen bleken dan alweer gekapt of gestorven, en schone stadsbussen stonden kapot langs de weg.

Het belangrijkste probleem met het CDM is dat er veel uitstootrechten zijn verkocht voor projecten die toch wel gebouwd zouden worden. Dan werden er bijvoorbeeld rechten gekoppeld aan een waterkrachtcentrale, terwijl de kolencentrale verderop niet minder ging produceren.

In 2012 stortte het CDM in. Met name door de grote financiële crisis, die maakte dat de uitstoot van van Europese landen sowieso omlaagging en er ineens geen vraag meer was naar uitstootrechten uit ontwikkelende landen. De geloofwaardigheid van het systeem was in Europa toen al zo goed als verdwenen.

Zijn die praktische problemen niet op te lossen?

Dat is wat met name veel ontwikkelingslanden al jaren willen. Zij zien koolstofhandel als een belangrijke bron van financiering voor klimaatprojecten in armere delen van de wereld.

Zij kregen tijdens de klimaattop in Bakoe vorig jaar hun zin: de hele wereld schaarde zich achter het zogenoemde ‘Artikel 6’ over koolstofhandel. Daarin wordt minutieus geregeld hoe landen onderling uitstootrechten kunnen verhandelen, en hoe ook bedrijven hun klimaatschade kunnen afkopen met klimaatprojecten elders in de wereld.

Het idee om dit soort rechten op te nemen in het Europese klimaatdoel voor 2040 is ook breedgedragen. In 2023 werd het bijvoorbeeld opgeworpen door de wetenschappelijke adviesraad van de Europese Commissie.

Alleen adviseerden wetenschappers toen om de rechten te kopen boven op het ‘binnenlandse’ EU-doel. Dat binnenlandse doel zou volgens de wetenschappers moeten liggen op 90 tot 95 procent minder uitstoot dan in 1990. Door daarnaast ook nog eens extra rechten van ontwikkelingslanden op te kopen zou de EU een ‘eerlijk deel’ betalen van de klimaatrekening, stelden de onderzoekers. Historisch gezien is Europa namelijk nog altijd de grootste gebruiker van fossiele brandstoffen.

De raad reageerde begin juni dan ook zeer kritisch toen duidelijk werd dat de externe rechten nu worden gebruikt als onderdeel van het (toch al afgezwakte) doel van 90 procent. ‘De 90 tot 95 procent is door ons nadrukkelijk bedoeld als het binnenlandse doel om de EU op een haalbaar, geloofwaardig en betaalbaar spoort te zetten richting 2050’, stelde voorzitter Ottmar Edenhofer.

‘Lager inzetten ondermijnt niet alleen de voortgang richting dat doel, maar ook de duurzaamheid, competitiviteit en energiezekerheid een tijd van geopolitieke onzekerheid.’

Waarom sloeg Hoekstra die waarschuwing in de wind?

Hij benadrukte woensdag dat het huidige plan, en de vertraging waarmee het gepresenteerd is, het resultaat is van ‘politiek gevoelige discussie’ in een ‘zeer moeilijke context’. Door de geopolitieke spanningen en de de zeer trage groei in Europa ‘zullen sommigen zich afvragen waarom we überhaupt nog met een doel komen’.

Door de mogelijkheid om buiten de EU te compenseren blijft de Unie volgens Hoekstra ambitieus. Tegelijkertijd geeft het doel ‘ademruimte’ aan sectoren waarvoor het nog altijd zeer moeilijk is geheel klimaatneutraal te produceren.

Zowel Hoekstra als Ribera benadrukten woensdag dat de flexibiliteit ook een manier is om een brug te slaan met ontwikkelende landen. ‘In een tijd dat multilaterale onderhandelingen wereldwijd onder druk staan.’

Dat punt wordt onderschreven door kenner van de emissiehandel, senior onderzoeker Axel Michaelowa van de Universiteit van Zurich. ‘De weigering van de EU om mee te doen aan internationale koolstofmarkten is de afgelopen tien jaar een belangrijk obstakel geweest voor internationale samenwerking.’

Hoe gaat het nu verder met dit voorstel?

De EU heeft haast, want eind september moet ze bij de VN de CO2-reductieplannen voor 2035 indienen, en die zijn gebaseerd op de 2040-doelstelling. Het Deense EU-voorzitterschap wil het voorstel met spoed langs de lidstaten en het Europees Parlement loodsen.

Volgende week presenteert Hoekstra het aan de Europese milieuministers, daarna zetten de Denen de turbo op de onderhandelingen. ‘Het wordt een zware strijd’, stelde een nauw betrokken Commissieambtenaar eerder. Velen kunnen niet geloven dat Frankrijk, tien jaar na het Parijsakkoord, dwars gaat liggen. ‘Dat is alsof het Louvre de Mona Lisa op Marktplaats te koop zet. Dat lijkt me geen goede zaak’, aldus Chahim.

Wat als het 2040-voorstel toch sneuvelt?

Dan valt de EU terug op de bestaande doelstellingen in de klimaatwet. Wie een rechte lijn trekt tussen reductie van 55 procent (het doel voor 2030) en nul procent uitstoot in 2050, komt mathematisch op 77,5 procent reductie in 2040 uit. Eerder becijferde de Commissie dat zonder nieuw beleid vanaf 2030, de CO2-uitstoot in 2040 sowieso 88 procent lager zal zijn.

Die berekeningen zijn niet onomstreden. Landen kunnen hun tempo verlagen na 2030 om kiezers te paaien. Daarnaast is juist die laatste 10 procent het moeilijkst te bereiken, omdat alle makkelijke oplossingen dan al ingezet zijn.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next