Home

Hoe is het de Oranje Leeuwinnen vergaan na de doorbraak in 2017, en hoe staan we ervoor tijdens dit EK?

Het EK vrouwenvoetbal 2025 barst woensdagavond los in het Zwitserse Basel. Heeft het Nederlandse team, acht jaar na hun EK-winst, nog steeds dat wauwgevoel? Met het vertrek van Lieke Martens is het zoeken naar een kartrekker, een idool waaraan jongere generaties zich kunnen optrekken.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Er klonk een diepe zucht toen Lieke Martens onlangs in Andere tijden sport terugblikte op haar carrière. Ze vertelde over de heimwee, de aandacht van het grote publiek die haar had overvallen. En toen die zucht. ‘Het heeft heel veel gekost.’

Voor Martens (32) was het vorig jaar genoeg, ze zette haar carrière op het tweede plan. Na de geboorte van haar zoontje Lowen wil ze weer voetballen bij een club, maar van het Nederlands team heeft ze afscheid genomen. Het EK in Zwitserland, dat woensdag begint, is het eerste grote toernooi sinds 2013 waarop Oranje het zonder haar moet doen en dat roept de vraag op: waar blijft haar opvolger?

Grote talenten

Het huidige Nederlandse team heeft nog steeds voorbeelden, zoals Vivianne Miedema die na veel blessureleed op het EK haar honderdste interlanddoelpunt hoopt te maken. Net als spelers als Daniëlle van de Donk en Jill Roord maakt zij deel uit van Martens’ ‘gouden generatie’. Er zijn ook grote talenten, zoals Esmee Brugts, Wieke Kaptein en Veerle Buurman, de jongste. Maar vooralsnog is er niemand die het land opnieuw zo versteld doet staan zoals Martens dat deed in 2017.

De aanvaller groeide na de EK-winst uit tot het eerste Nederlandse vrouwelijke voetbalidool. Daar zat ze eigenlijk niet op te wachten, maar ze zei ook altijd: dit is goed voor het Nederlandse vrouwenvoetbal. Meer aandacht was nodig om te kunnen groeien en daarvoor zijn helden aan wie jongere generaties zich kunnen optrekken onmisbaar, spelers van wie ze shirts willen dragen.

‘Martens was in Nederland natuurlijk de eerste’, zegt sportmarketeer Rowin Bouwmeester van bureau SportsGen. Bij het grote publiek was vrouwenvoetbal acht jaar geleden nog nauwelijks bekend, en toen was er opeens dat team dat het toernooi in eigen land nog won ook. ‘Met haar als opvallende, frisse verschijning. Een frivole buitenspeler met passeeracties, creativiteit. Veel mensen wisten niet dat zulke voetbalsters bestonden.’

Dat wauwgevoel komt nooit meer terug, simpelweg omdat er maar één de eerste kan zijn. Het is volgens de sportmarketeer alleen daarom al moeilijk om er nu uit te springen, om uit te groeien tot hét idool. En dan maakte Martens ook nog deel uit van een team dat EK-goud won en de finale haalde op het WK in 2019.

‘De concurrentie is nu vele malen groter’, zegt Mandy van den Berg (34), die in 2017 in de Oranje-selectie zat en het Nederlandse team al jaren volgt als analist voor de NOS, ook in Zwitserland. Op het EK geldt Nederland als een outsider, Spanje, Engeland, Zweden, Duitsland en Frankrijk worden door kenners op voorhand meer kansen toegedicht.

‘De tijd dat één land er jarenlang bovenuit kon steken is echt voorbij’, zegt de oud-voetbalster van onder meer Valencia en PSV. ‘Het niveau van spelers, van teams en van landen is enorm toegenomen, ook dat maakt het moeilijker om je te onderscheiden.’

De analist sluit een Nederlandse verrassing op het EK niet uit, maar ze ziet ook dat het team na de succesjaren ‘niet meer zo swingt’. Zeker de laatste twee jaar waren wisselvallig en dat komt volgens haar ook omdat er sinds 2017 structureel te weinig aandacht is besteed aan het inpassen van talenten.

Meer kansen voor jongeren

Ze is zelf twee jaar ouder dan Martens en zag hoe in haar tijd jonge speelsters snel voor de leeuwen werden geworpen. ‘Miedema en Martens hadden geen wereldtoppers voor zich. Dan is het natuurlijk makkelijker om voor talenten te kiezen, maar ik vind dat jongeren daarna meer kansen hadden moeten krijgen. Je moet ze er ook bij betrekken, minuten laten maken, langzaam laten wennen.’

Bondscoach Andries Jonker en zijn voorgangers Mark Parsons en Sarina Wiegman vertrouwden alle drie op een kern van routiniers. Meestal werden zij pas vervangen als ze uit eigen beweging stopten. Het team wordt nu nog altijd gedragen door spelers die er in 2017 al bij waren: Dominique Janssen, Jackie Groenen, Daniëlle van de Donk, Jill Roord, Vivianne Miedema en Lineth Beerensteyn. Aanvoerder Sherida Spitse lijkt haar basisplek kwijt te zijn, maar is nog altijd de natuurlijke leider.

Deze ‘toppers’ zijn volgens Jonker hard nodig om kans te maken op het EK. Hij heeft niet ‘geschroomd’ om spelers kansen te geven, vindt hij zelf, maar talenten als Lotte Keukelaar (Ajax) en Nina Nijstad (PSV) liet hij toch afvallen. ‘Het is aan hen om verder door te bijten’, zei hij tijdens de voorbereiding op het EK in Zeist.

Middenvelder Wieke Kaptein is dat gelukt, de bondscoach nam haar op haar 17de al mee naar het WK – zij speelt nu bij Chelsea en in de basis bij Nederland. Het afgelopen jaar heeft Jonker ook verdediger Veerle Buurman (19) klaargestoomd voor het EK. Twee jaar geleden speelde zij in een jongensteam bij VV Bemmel, na de zomer verruilt ze PSV voor Chelsea.

‘Laten we blij zijn dat we als klein landje weer een aantal meiden hebben opgeleid die tot de wereldtop behoren’, zegt de bondscoach. Maar ook hij constateert dat er meer nodig is als Nederland in de toekomst wil meedoen om de prijzen. ‘Dan heb je een nieuwe gouden generatie nodig, daarvoor moeten we er nog vijf vinden van het kaliber Wieke, Veerle en Esmee.’

Talent in de aanval

Vooral in de aanval ontbreekt het op dit moment aan zo’n groot talent. Terwijl het juist vaak de creatieve, aanvallende spelers zijn die uitgroeien tot idolen. Of is de natuurlijke opvolger van Lieke Martens al gewoon in huis?

Toen Esmee Brugts drie jaar geleden bij Oranje kwam, leek het daar op. Zij speelde ook linksbuiten, Martens was een van haar idolen. De ster gaf haar graag advies – ‘vaker schieten!’ – en toen ze afscheid nam, nam Brugts haar rugnummer 11 over.

Inmiddels speelt Brugts bij Barcelona, net als Martens toen, maar haar carrière heeft een onverwachte wending genomen. Onder Jonker speelt zij niet meer als linksbuiten, maar als linksback. Hij zette haar eind 2022 als eerste op die plek, bij Barcelona speelt ze nu ook op die positie. Net als bij Oranje moet ze daar zo aanvallend mogelijk spelen, maar het is minder makkelijk om op te vallen met goals, assists en flitsende schijnbewegingen, de acties van voetbalidolen.

‘Esmee Brugts op linksback, dat vind ik nou echt helemaal niks’, zucht Van den Berg, die bij PSV nog met haar samenspeelde. ‘Ik stond op de trainingen echt versteld van haar niveau, maar dan heb ik het over haar aanvallende kwaliteiten. Het is natuurlijk niet de taak van Jonker om iemand uit te laten groeien tot winnaar van de Gouden Bal, maar die potentie heeft zij wel. En ik ben ervan overtuigd dat het team ook beter wordt als je haar hoger op het veld neerzet.’

Brugts is pas 22, Martens was in 2017 twee jaar ouder. Sportmarketeer Bouwmeester noemt haar ook meteen als mogelijke nieuwe ster, ook omdat ze goed past in de huidige tijdgeest. Het vrouwenvoetbal is snel professioneler geworden, en daarmee ook wat afstandelijker.

Investeren in de vrouwentak

‘Dat is natuurlijk jammer’, zegt hij. ‘Maar het was misschien ook naïef om te denken dat alles zo open en sympathiek zou blijven. Martens had dat aaibare, zij paste heel erg in die tijd. Brugts is wat stoerder, meer gewoon topsport. Ik denk dat jongeren dat ook aanspreekt.’

Brugts speelt bij Barcelona met twee van de huidige grootste idolen. Alèxia Putellas won in 2021 en 2022 de Gouden Bal, Aitana Bonmatí nam in 2023 en 2024 het stokje over. Met Vicky Lopez en Salma Paralluelo dienen mogelijke opvolgers zich alweer aan, ook zij zijn aanvallend ingestelde spelers die het verschil kunnen maken. De Catalaanse club besloot in 2015 volop te investeren in de vrouwentak en koos er voor om vrouwelijke talenten zelf op te leiden.

‘Daar profiteert het Spaanse team van’, zegt analist Van den Berg. ‘De speelwijze is duidelijk en jongeren kunnen er langzaam aan wennen. Eerst in de jeugd, dan in de competitie, en uiteindelijk in het nationale team. Dat is waar het in Nederland aan ontbreekt.’

In aantallen zit het niet, Spanje telt rond de 100 duizend geregistreerde voetbalsters, in Nederland ligt dat aantal boven de 160 duizend. Talent is er bovendien genoeg: Oranje onder 20 werd vorig jaar vierde op het WK, onder 17 pakte onlangs de Europese titel.

‘Dat geeft hoop voor de toekomst’, zegt Van den Berg. Maar dan moeten de nieuwe bondscoach Arjan Veurink én de clubs wel veel meer investeren om die nieuwe talenten klaar te stomen. Zij is zeker niet de enige die vindt dat het niveau van de eredivisie achterblijft bij dat van andere landen.

Een nieuwe Martens?

Dat probleem is niet nieuw, ook Lieke Martens vertrok daarom op 19-jarige leeftijd naar het buitenland en hield het daar twaalf jaar uit. In Andere tijden stelde ze zich de vraag of ze dat nog een keer zou doen. ‘Nee, nooit meer’, antwoordde ze resoluut.

‘Zij is uniek, een nieuwe Martens gaat er sowieso nooit meer komen’, zegt Van den Berg. ‘En zeker niet vanzelf. We moeten heel hard zoeken naar de talenten die nu het verschil kunnen maken én keihard werken aan hun ontwikkeling. Voor 2017 kwamen we nog weg met een matige eredivisie en een gebrekkige opleiding, nu worden we daar vroeg of laat voor afgestraft.’

Zware loting Nederland

Het EK gaat woensdagavond om zes uur van start met een noordelijk duel tussen IJsland en Finland. Om negen uur wordt het toernooi ook officieel geopend als gastland Zwitserland het in Basel opneemt tegen Noorwegen.

Nederland speelt zaterdag om zes uur het eerste duel tegen Wales. Dat is de zwakste tegenstander in groep D, want Oranje heeft het niet getroffen. Volgende week woensdag om zes uur is Europees kampioen Engeland, van coach Sarina Wiegman, de tegenstander. Op zondag 13 juli speelt Nederland om negen uur tegen Frankrijk, dat op het vorige EK in 2022 in de kwartfinale nog te sterk was.

Mocht het team van de vertrekkende bondscoach Andries Jonker de groep overleven, dan wacht in de kwartfinale waarschijnlijk Duitsland of Zweden, ook twee toplanden. Wereldkampioen Spanje zit in het lichtere deel van het schema, dat land kan Nederland pas treffen vanaf de halve finale.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next