Home

Stroomnet verstopt? Deze fabriek bakt straks koekjes met eigen elektriciteit

Gerrit Hellema liep met zijn koekjesfabriek aan tegen een vol stroomnet. Dus besloot hij samen met andere Friese ondernemers zelf zijn elektriciteit te gaan opwekken. Met zon, batterijen én een windmolen kan zijn bedrijf zichzelf straks bedruipen wat energie betreft.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Al vijf generaties bakt het Friese geslacht Hellema koekjes in de fabriek in Hallum, even boven Leeuwarden. Maar toen de huidige directeur Gerrit Hellema in 2021 het productieproces deels wilde robotiseren en ook plannen had om zijn acht gasovens van honderd meter lang te vervangen door elektrische versies, liep ook deze ondernemer aan tegen het volle stroomnet.

Hellema zag de toekomst van het familiebedrijf (onder meer bekend van de Smoeltjes) in gevaar komen na de inval van Rusland in Oekraïne en de daarop dichtgedraaide gaskraan. ‘Door de hoge gasprijzen wilde ik overstappen op elektriciteit’, zegt hij. ‘Maar toen bleek dat de stroomkabel in deze regio een landweggetje was in plaats van een snelweg.’

Het zou nog jaren duren voor het landweggetje een snelweg was, dus bedacht de ondernemer een plan: hij wilde zelf de benodigde extra elektriciteitsopwekking gaan regelen.

Er was nog een reden om over te stappen op groene stroom. ‘Mijn kinderen zeiden: papa wat doe je aan het klimaat? En ook mijn klanten vroegen steeds vaker om duurzaam geproduceerde koekjes.’

Niet leven van de zon

Hellema liet 1.800 zonnepanelen op het dak leggen (‘dat is nog maar het begin’) en ging met vier grote familiebedrijven in de buurt en het dorp om tafel zitten om een energiecoöperatie op te richten. Door samen een lokale energiehub te bouwen, zouden buurbedrijven elkaar kunnen helpen aan energie, was het idee.

Maar Hellema kon niet alleen leven van de zon: zijn koekfabriek draait 24 uur per dag. En de zon schijnt ’s nachts niet, waardoor hij toch nog stroom tekort kwam. In Noord-Friesland kan het stevig doorwaaien, zegt hij, dus een eigen windmolen zou het probleem kunnen oplossen. Samen met batterijen, de zonnepanelen, enkele windturbines en hulp van de buren, zo rekende Hellema uit, zou het moeten lukken om te elektrificeren.

‘We zijn geen club die alleen maar klaagt richting de overheid, we hebben ook een plan gemaakt. Op eigen initiatief en eigen kosten’, zegt de Friese ondernemer. ‘Het lost problemen op zoals netcongestie, en het is groener. Dat willen we toch met zijn allen?’

‘Stroom van dichtbij’ is, deels uit nood geboren, een trend in ondernemersland, zegt Olof van der Gaag van De Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie (NVDE), die er onderzoek naar liet doen. ‘Tientallen bedrijven zijn hier achter de schermen mee bezig. De ondernemers die we in ons onderzoek aan het woord laten, zijn het topje van de ijsberg.’

Eigen windmolen

Doordat bedrijven vaak jaren moeten wachten op een zwaardere aansluiting, en ze toch willen verduurzamen, besluiten steeds meer ondernemers hun eigen boontjes te doppen. Dit kan met zonnepanelen, maar die hebben als nadeel dat ze enorme stroompieken opleveren: ’s nachts produceren ze niets en in de winter vaak maar matig. Daar kan de BV Nederland niet op draaien en de Hellema koekjesfabriek al helemaal niet. Dus kijken meer en meer ondernemers met een schuin oog naar windenergie, al dan niet van eigen molen.

Er zijn meer voordelen, zegt Van der Gaag: met een goede mix tussen wind en zon kunnen ondernemers hun energiekosten met de helft verminderen, deels omdat de nettarieven omlaag kunnen.

Helaas is leven van de wind makkelijker gezegd dan gedaan, zo blijkt ook in Friesland. Veel provincies en hun inwoners zitten niet te wachten op ‘lelijke en lawaaiige’ masten in hun omgeving. Ook de provincie Friesland (bepaald geen voorloper als het op wind aankomt) was lange tijd terughoudend. Maar bestuurders zien ook dat het bedrijfsleven klem komt te zitten en omarmen lokale windenergie meer en meer.

Dorp moet meeprofiteren

Dus wordt er ‘bewogen’, zoals Hellema het ook ziet. Onlangs kreeg het dorp Hallum van de provincie een zogenoemde ‘pilotstatus’ die het misschien mogelijk maakt enkele turbines te bouwen. Hoe hoog ze worden, is nog niet bekend, maar wat Hellema betreft worden het eerder drie grote dan bijvoorbeeld twintig kleintjes. ‘Maar we doen dit op onze eigen bedrijfsterrein, zodat inwoners uit het dorp er weinig last van hebben.’

Zolang dat in goed overleg gebeurt met de omgeving en die ook kan meeprofiteren, kan het draagvlak onder de bevolking worden vergroot, zegt hij.

Als bewoners weten dat zij en lokale bedrijven profiteren van een windturbine, neemt de weerstand af, zegt Van der Gaag. ‘Het maakt toch verschil of inwoners weten dat de wind van een turbine in het dorp wordt gebruikt door de plaatselijke fabriek, of dat die stroom anoniem het energiesysteem in gaat.’

Hallum profiteert bijvoorbeeld doordat inwoners straks makkelijker een warmtepomp kunnen installeren, omdat de netcongestie in het dorp afneemt dankzij de energiehub. En belangrijker is de functie van familiebedrijven als het zijne voor de regio, zegt Hellema. ‘Omdat we in onze relatief afgelegen gebied zorgen voor economische en sociale leefbaarheid.’

Als hij niet kan vergroenen en aardgas vroeg of laat taboe wordt, komt de concurrentiepositie van de fabriek in gevaar. ‘We zijn een internationaal concurrerend bedrijf. Zonder betaalbare energie moeten we hoe dan ook om ons heen gaan kijken. Maar het liefst zie ik dat straks ook de zesde generatie van onze familie hier in het bedrijf kan stappen.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next