is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Dat de zogenoemde zeurolanden economisch minder goed boeren dan de neurolanden, zou aan het weer kunnen liggen. Warmer weer heeft een negatieve invloed op de productiviteit. Wanneer het heet wordt, neemt de arbeidsproductiviteit snel af. Boven 25 graden Celsius daalt de productiviteit met ongeveer 2 procent per graad, zo luidt de standaardregel.
Bij een temperatuur van 30 graden presteren de mensen 10 procent minder. Dit komt doordat het lichaam harder moet werken om af te koelen, wat leidt tot vermoeidheid en verminderde concentratie. Het is nu 46 graden op sommige plekken in Zuid-Europa. Dan is de productiviteit volgens die berekening 42 procent lager.
Ook de denktank van de Oeso, de club van rijke landen, stelde enkele jaren geleden in een onderzoek naar de klimaatveranderingen in 23 landen vast dat de toename van het aantal dagen met hoge temperaturen en hittegolven leidt tot een lagere arbeidsproductiviteit. ‘Dit effect is substantieel, sterker bij minder productieve en kleinere bedrijven, en wordt versterkt door langere hittegolven, een hoge luchtvochtigheid en lage windsnelheden’, aldus de wijsneuzen van de Oeso.
Nu heeft de mensheid daar oplossingen voor gevonden. Op het heetste tijdstip van de dag kun je een middagdutje doen. De bekendste is de Spaanse siësta, maar ook in Zuid-Italië (pennichella/pisolino) en Griekenland (messimeri) stoppen de mensen met werken op het heetste tijdstip van de dag of sluiten zelfs de zaken.
Er zijn moderne hulpmiddelen zoals airco en ventilatoren uitgevonden. In de VS staan die soms zo hoog dat een buitenlander meteen naar muts en wanten verlangt bij binnenkomst in een winkel.
Mensen krijgen ook nuttige adviezen, zoals het aanpassen van de roosters, luchtige kleding en continu hydrateren. De stropdas is allang afgelegd - alleen nog niet door politici en nieuwslezers - de klerk loopt niet meer in een zwarte pandjesjas en de pastoor mag ook in korte broek en T-shirt de biecht afnemen. Nederlanders lopen bij hitte massaal met flesjes water, lippenbalsem en zonnebrandcrème rond - iets wat vijftig jaar geleden ondenkbaar was.
Volgens TNO ervaren jaarlijks 360 duizend Nederlanders hittestress op het werk - 4 procent van de beroepsbevolking. Koks, politieagenten, bakkers en lassers behoren tot de beroepsgroepen die het meest te lijden hebben van hitteklachten. De werkomgeving, zoals fornuizen en machines, speelt daarbij een grote rol, maar ook klimaatverandering.
Afhankelijk van het beroep ervaren werknemers elk jaar meer dan tachtig uur hittestress, wat neerkomt op twee volle werkweken.
Nederlanders zijn slechter gewend aan de hitte dan mensen in het zuidelijk deel van Europa. In warmere landen en landen die meer gewend zijn aan hittegolven is minder productiviteitsverlies bij vergelijkbare temperatuursextremen, aldus de Oeso. ‘Dat wijst op een zekere mate van acceptatie.’
Dat verklaart misschien ook dat de grote beschavingen in de geschiedenis nogal eens zijn ontstaan in steden en landen in subtropische of zelfs tropische klimaatzones: Griekenland, Rome, Egypte, Perzië, India en Mexico. En niet in Groenland, Siberië en Vuurland.
Maar waar het warmer wordt, worden de mensen nu ook armer.
Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant