Home

Klimaatminister Sophie Hermans geeft maatwerkaanpak industrie grotendeels op

En weer sneuvelt een pijler onder het Nederlandse klimaatbeleid. Minister Sophie Hermans meldt dat het haar niet lukt de uitstoot van de industrie voldoende te verlagen met vrijwillige afspraken. Ze zet vanaf nu in op het afvangen en ondergronds opslaan van CO2.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

De VVD-minister van Klimaat en Groene Groei geeft in haar Kamerbrief toe dat het eerder gestelde broeikasgasreductiedoel voor de Nederlandse industrie niet wordt gehaald. Een substantieel deel van die uitstootvermindering voor 2030 wilde het kabinet bereiken door individuele afspraken te maken met de dertig grootste industriële uitstoters.

Deze ‘maatwerkaanpak’ werd in 2021 aangekondigd door toenmalig VVD-minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat. Adriaansens wilde de grootste industriële vervuilers ertoe verleiden hun broeikasgasemissies voor 2030 meer te beperken dan ze wettelijk verplicht zijn, door daarover harde afspraken te maken in ruil voor financiële steun van de overheid.

Die aanpak is grotendeels mislukt, erkent Hermans nu. Het kabinet heeft na bijna vier jaar onderhandelen met slechts één bedrijf, zoutproducent Nobian, een bindende maatwerkafspraak gemaakt. Daar komen nog maximaal zes bedrijven bij, schrijft Hermans. Het lopende onderhandelingstraject met deze zes bedrijven (waaronder de grootste uitstoter van allemaal, Tata Steel) biedt op dit moment nog perspectief op een positief resultaat.

Gesprekken gestaakt

De gesprekken met circa twintig andere bedrijven, waaronder de oliemaatschappijen ExxonMobil, Shell en BP, worden - voor zover die nog liepen - gestaakt. Hermans noemt de verslechterde marktomstandigheden en de complexiteit van de benodigde verduurzamingstrajecten als voornaamste reden. Maar uit de bijlage van haar brief blijkt dat bijvoorbeeld het Amerikaanse Exxon nooit iets in de maatwerkaanpak zag.

Alles over politiek vindt u hier.

De verslechterde marktomstandigheden waren de afgelopen maanden al reden om een aantal klimaatmaatregelen voor bedrijven af te zwakken of af te schaffen. De Tweede Kamer stemde recentelijk voor het schrappen van de nationale CO2-heffing, hoewel bedrijven daar nog amper last van hadden. Ook een aantal andere milieuheffingen draait het kabinet voor invoering terug, terwijl subsidies op het gebruik van fossiele brandstoffen terugkeren.

Dit gebeurt in een internationale context waarin de (petro)chemische industrie veel concurrentie ondervindt van overproductie in lagelonenregio’s als het Midden- en Verre Oosten. Bovendien krijgt klimaatbeleid wereldwijd minder prioriteit, nu de energiekosten stijgen door de oorlog in Oekraïne en de Verenigde Staten zich niet meer aan klimaatakkoorden committeren.

Tegen deze achtergrond opteert Hermans voor ‘realistisch’ (lees: minder ambitieus) klimaatbeleid. De ‘hoge ambities en strikte voorwaarden’ van het maatwerktraject zijn voor de industrie ‘zeer uitdagend gebleken’, schrijft de klimaatminister. De duurzaamheidsinspanningen van de afgehaakte bedrijven ‘zullen niet gericht zijn op CO2-reductie in 2030, maar veel meer passen in een pad naar net-zero’.

Verzet naar 2050

Dat komt erop neer dat het kabinet de doelpalen twintig jaar verzet naar 2050, als Nederland volgens Europese afspraken ‘klimaatneutraal’ (ofwel net-zero) moet zijn. Maar klimaatneutraal betekent niet: nul broeikasgasemissies. Het betekent: netto nul broeikasgasemissies. Die klimaatneutraliteit kan dus ook bereikt worden door alle uitgestoten broeikasgassen af te vangen en ondergronds op te slaan.

Hermans’ brief maakt duidelijk dat het kabinet voor het behalen van de klimaatdoelen veel zwaarder op deze ondergrondse opslag gaat leunen dan voorheen. Bedrijven dwingen tot daadwerkelijke CO2-vermindering vindt een Kamermeerderheid te schadelijk voor de economie.

Milieuorganisaties hebben kritiek op ondergrondse opslag, omdat dit bedrijven een vrijbrief zou geven om op de oude voet door te gaan. De prikkel om hun productieproces te verduurzamen verdwijnt als ze de broeikasgassen tegen een relatief lage prijs in lege gasvelden kunnen opslaan.

Angst voor banenverlies

Omdat het kabinet gebonden is aan de Europese klimaatdoelen, hebben de bedrijven een uitstekende onderhandelingspositie tegenover de overheid. De politiek durft de industrie geen nationale klimaatverplichtingen op te leggen, uit angst dat bedrijven dan hun biezen pakken en er duizenden banen in Nederland verloren gaan.

Dat leidt ertoe dat de belastingbetaler waarschijnlijk opdraait voor een groot deel van de opslagkosten en andere verduurzamingskosten van het grote bedrijfsleven. De Algemene Rekenkamer was vorig jaar al enorm kritisch over de kostenverdeling in het project Porthos. De overheid draagt vrijwel alle financiële risico’s daarvan, terwijl de vier bedrijven die er hun broeikasgassen mee ‘wegwerken’ enorme winsten kunnen boeken.

Desondanks neemt de overheid ook de financiële risico’s op zich van het nog grotere opslagproject Aramis. Shell en Total hebben zich deels teruggetrokken uit dat project, omdat ze de kosten te hoog vinden. Het kabinet neemt die kosten daarom over.

Tata Steel wil circa 3 miljard euro staatssteun om zijn staalfabriek in IJmuiden te vergroenen. In totaal zei de industrie begin dit jaar ruim 8 miljard euro subsidie nodig te hebben om te kunnen verduurzamen.

Die miljarden heeft Hermans niet. Voor de maatwerkafspraken is ‘slechts’ 1 miljard euro gereserveerd. De voormalige coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB deed er geen geld bij, maar kortte Hermans’ klimaatfonds met 600 miljoen euro. Er ligt dus een onbetaalde miljardenrekening klaar voor een volgend kabinet.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next