Door klimaatopwarming kampen steeds meer mensen met oververhitte woningen. Wie kan, laat een airco plaatsen, maar die installaties produceren warmte, wat het probleem buiten verergert. Jade architecten toont met een natuurlijk gekoeld zelfbouwpand hoe het ook kan.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
Terwijl rond het middaguur de temperatuur in Rotterdam de 30 graden passeert, is het in het zelf ontworpen woon-werkgebouw van Jade architecten een aangename 22 graden. En dat terwijl er geen airconditioning is en het nieuwbouwpand aan de Zwart Janstraat pal op het zuiden is georiënteerd.
‘We werken beneden, in de koelste ruimte’, zegt architect-directeur Eelco Dekker, terwijl hij voorgaat door de open ruimte op de begane grond. Daar tekenen en overleggen zijn collega’s aan lange houten tafels. Boven heeft hij met zijn partner, landschapsontwerper Jessica Nielsen, een appartement. Daar wijst de thermostaat zo’n 24 graden aan.
Dekker wijst op de enorme glazen schuifpui die de woonkeuken verbindt met de groene patio. ‘Overdag houden we de ramen dicht en gaat de zonwering naar beneden. In de avond, als de temperatuur daalt, zetten we de ramen tegen elkaar open. Zo trekt de warmte in een half uur uit het huis en slapen we in koelte.’ Dat het pand van hout is, helpt daarbij. Hout houdt de warmte niet vast, in tegenstelling tot beton en baksteen.
Toen de architecten het pand een paar jaar geleden ontwierpen, hielden ze rekening met de hitte die veel Nederlanders nu overvalt. Zo’n 10 miljoen Nederlanders wonen in een huis waarvan de hittescore volgens de huidige bouwrichtlijnen te hoog is. Deze woningen zijn ontworpen met het oog op koude winters; isolatie houdt de kou buiten, grote ramen halen zonlicht binnen. Maar door de goede isolatie kan de warmte er vervolgens niet uit.
‘Steeds meer mensen zien dat oververhitting in gebouwen een probleem is’, zegt Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar klimaatontwerp en duurzaamheid aan de TU Delft. De oplossing wordt vaak gezocht in het plaatsen van airconditioning; in vijf jaar is het aantal installaties vervijfvoudigd, van 200 duizend naar meer dan 1,3 miljoen per jaar. ‘Dat kost bij elkaar veel energie, terwijl we juist bezig waren om van het gas af te komen. Bovendien produceren ze warmte. Dat is op het platteland niet zo’n probleem, maar in de steeds dichter bebouwde stad is dat niet gewenst.’
Wat is dan de oplossing? Volgens Van den Dobbelsteen moeten we allereerst kijken naar hoe je met het gebouwontwerp de zon kunt weren. ‘Denk aan overstekken of balkons op zuid of schermen op oost en west; die waren in traditionele architectuur normaal, maar werden in strakke, modernistische ontwerpen not done verklaard. Breng die zonwerende delen terug, houd rekening met de oriëntatie, grootte en diepte van ramen, en met de gebouwmassa. Steen houdt lang warmte vast, lichte materialen warmen snel op en koelen snel af. En: zorg voor groenvoorzieningen.’
Voor het pand aan de Zwart Janstraat stond al een boom, die schaduw geeft. ‘De afmetingen van de ramen hebben we precies bepaald, zodat er in de winter voldoende licht binnenvalt, maar in de zomer niet te veel zon’, legt Dekker uit. ‘De diepliggende kozijnen helpen daarbij. Het kantoor heeft een overstek dat als zonwering werkt. Op de aanbouw aan het kantoor en in de patio ligt een groendak.’
Het woon-werkpand is een zogenoemde passiefwoning zonder traditionele installaties voor verwarming en koeling. Voor de ventilatie is er een warmteterugwin-unit, die frisse lucht van buiten aanzuigt. Die lucht wordt, wanneer de binnentemperatuur boven de 25 graden stijgt, gekoeld met behulp van de koelte uit het huis en een ingebouwde warmtepomp. Het stel heeft vrijwel geen energiekosten.
Mede daardoor is deze aanpak ook aantrekkelijk voor seriematige woningbouw, meent Dekker. Hij werkt momenteel aan een aantal grote woonprojecten en is in gesprek met meerdere corporaties om op soortgelijke wijze sociale woningbouw te realiseren.
Volgens Dick van Gameren, hoogleraar woningbouw aan de TU Delft, is de hitteproblematiek niet los te zien van de stedenbouw. ‘In de jaren twintig en dertig, toen tuberculose een veelvoorkomende ziekte was, werden gebouwen door stedenbouwkundigen zo geplaatst dat licht en lucht binnen konden komen. Nu is de vraag: wil je wel zo veel zon binnen? Eigenlijk zou je voor ramen op het zuiden verplicht zonwering moeten laten opnemen.’
Van Gameren ziet dat er tegenwoordig veel grote woonblokken met kleine, eenzijdig georiënteerde appartementen worden gebouwd. ‘Daarin kun je de ramen niet tegen elkaar openzetten, al was het maar om ’s nachts de hitte kwijt te raken. Dat kun je voorkomen door in het stedenbouwkundig plan hofvormige blokken voor te schrijven, waarbij de woningen aan twee zijden ramen hebben.’
Van den Dobbelsteen maakt zich ongerust. Demissionair minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wil met minder dan wel soepelere regels de woningbouwproductie versnellen. Zo wil ze onder meer de minimale plafondhoogte omlaag brengen van 2,60 meter naar 2,50 meter. ‘Maar die extra hoogte zorgt er ook voor dat een ruimte langer koel blijft. Met een lager plafond ga je huizen nog warmer maken.’
Wie voor het pand aan de Zwart Janstraat staat, zal verbaasd zijn. Het is helemaal zwart. Ja, geeft Dekker toe, om esthetische redenen. ‘Maar de gevelplaten zijn van plantaardig materiaal, ook die slaan geen warmte op.’ Het allerlaatste geld van Dekker en Nielsen gaat naar beplanting. Dat komt op het dak. En dat snoept weer een graadje van de binnentemperatuur af.
In een eerdere versie van dit artikel stond dat minister Keijzer de minimale plafondhoogte omlaag wil brengen van 2,60 meter naar 2,30 meter. Het gaat om een verlaging naar 2,50 meter.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant