Diensten van twaalf uur achter elkaar, nachtdiensten zonder toeslag en geen tijd voor wc-bezoek. Het is allemaal heel gangbaar in Pakistaanse fabrieken waar voor Nederlandse winkels jeans en spijkerjasjes van onder meer Levi’s, Mango, Gap en C&A worden gemaakt.
is economieredacteur. Ze schrijft over de retail en consumentenzaken.
Dat blijkt uit een rapport van onderzoeksorganisatie Arisa, onderdeel van de Schone Klerencampagne. De onderzoekers spraken met 126 werknemers in acht grote Pakistaanse fabrieken die denim produceren voor de Nederlandse en andere markten.
‘We werken meestal twee tot drie uur per dag over. Soms loopt dat op tot meer dan honderd uur overwerk per maand’, zegt een van de fabrieksarbeiders. ‘Als je overwerk weigert, krijg je te horen dat je niet langer nodig bent’, zegt een ander. ‘Als iemand overlijdt en er is een begrafenis, dan zeggen ze: ‘Het is niet jouw begrafenis’, voegt weer een andere arbeider toe.
Pakistan – dat bekendstaat om zijn hoge werkloosheid – produceert steeds meer textiel (vooral denim) voor Europa en ook Noord-Amerika. Onderzoekers van Arisa hoorden de laatste jaren uit het veld steeds meer geluiden dat het land ‘op weg was een tweede Bangladesh te worden’. Dat land staat bekend om de slechte arbeidsomstandigheden in sweatshops en textielfabrieken.
De uitkomsten van het rapport bevestigen dat het in Pakistan niet veel beter gaat. Zelfs met gemiddeld twintig overuren in de week verdienen de meeste arbeiders geen leefbaar loon: een loon dat voldoende is om in de basisbehoeften van een gezin te voorzien.
‘Dat betekent dat ze er vaak een ander baantje bij moeten hebben, niet genoeg hebben om hun families te voeden, er schulden ontstaan en dat soms zelfs hun kinderen moeten gaan werken’, zegt onderzoeker Diewertje Heyl.
‘Het rapport is schokkend, maar helaas verbaast het me niet’, zegt Isabelle de Lijser, regiocoördinator Azië bij CNV Internationaal, die niet betrokken was bij het onderzoek. Kledingmerken willen zo goedkoop mogelijk produceren, legt ze uit. ‘Dat levert een enorme werkdruk op in de textielfabrieken.’
Ieder jaar onderzoekt de internationale vakbondsconfederatie ITUC wereldwijd hoe landen arbeidsrechten respecteren. Pakistan staat in een van de laagste categorieën: no guarantee of rights.
Uit het Arisa-rapport blijkt ook dat in geen van de onderzochte fabrieken een onafhankelijke vakbond actief is. Dat ziet de Lijser vaker bij textielproducerende landen. ‘Zorgwekkend, want het bestaan van een vakbond draagt bij aan betere arbeidsomstandigheden’, zegt ze. ‘Voor kledingmerken is de aanwezigheid van een onafhankelijke vakbond bovendien een voordeel: die kan problemen in een vroeg stadium signaleren.’
De kledingmerken nemen het rapport erg serieus, laten zij de onderzoekers weten. Zo zegt C&A de bevindingen mee te nemen in de volgende risico-analyse, en belooft Mango een ‘corrective action plan’ op te stellen voor de fabrieken waar het mee werkt.
Geen van de merken heeft concrete, tijdgebonden maatregelen aangekondigd om de ontoereikende lonen aan te pakken, schrijven de onderzoekers. Ze richten zich vooral op verder onderzoek, ‘naleving van de minimumlooneisen, en het aanbieden van trainingen in financiële educatie aan werknemers’, schrijven de onderzoekers.
Sinds het instorten van Rana Plaza-fabriek in Bangladesh in 2013 is er op het gebied van veiligheid in veel fabrieken wereldwijd vooruitgang geboekt, zegt De Lijser, ‘maar als het gaat om arbeidsrechten is er nog een wereld te winnen’.
Als kledingbedrijven de lonen in kaart hebben gebracht en zien dat die niet afdoende zijn, weten ze vaak niet hoe ze dat op moeten lossen, vertelt ze. ‘Ze zien wel graag hogere lonen maar willen zelf financieel beperkt bijdragen of hebben daar beperkte invloed op omdat er veel andere kopers in zo’n fabriek afnemen.’
Vanwege de internationale handelsonrust is het volgens haar nu extra urgent dat ze samen optrekken om dit te verbeteren. Het is immers goed mogelijk dat de Amerikaanse president Donald Trump volgende week zijn handelsoorlog weer hervat, en dat zorgt voor veel onzekerheid in textiellanden zoals Pakistan.
Als één textielland aanzienlijk hogere tarieven moet gaan betalen dan andere landen, bestaat de kans dat westerse kledingmerken hun productie verplaatsen naar landen met gunstige tarieven. ‘Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en economie van zo’n land, en vakbonden en sociale partners ontmoedigen om hogere lonen of betere arbeidsvoorwaarden vast te stellen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant