Een Portugeser drankje dan port bestaat niet. Maar onder de wijnboeren is de nood zo hoog dat ze woensdag een grote demonstratie houden. Jongeren halen hun neus op voor de zoete wijn en intussen kopen enorme porthuizen het land. ‘Het zijn net schorpioenen.’
Door Dion Mebius
Fotografie Ricardo Lopes
‘Het wordt een goed wijnjaar’, vreest wijnboer Pedro Correia (39). In de Douro-vallei, in het noordoosten van Portugal, valt het laatste licht van de dag op zijn jeugdige gezicht. Aan de voet van de glooiende wijngaard stroomt de rivier de Douro, die oranje flonkert.
Correia gaat met zijn vingertoppen langs de trossen druiven. Op dat moment, op de laatste dag van april, zijn de druiven nog slechts kleine groene knopjes: één, twee, drie, vier trossen telt hij, vlak naast elkaar aan dezelfde tak. Dat voorspelt een uitstekende oogst.
In een normale situatie zou dat wijnboeren tot grote tevredenheid stemmen. Toch krijgen Correia en zijn collega’s in de Douro-vallei er vooral buikpijn van. Meer druiven staat gelijk aan meer werk en hogere kosten bij het oogsten. Terwijl de verkoop nauwelijks iets oplevert.
Pedro Correia, eigenaar van Quinta Vale de Carvalho, een kleinschalig wijnbedrijf in de Douro-regio.
Correia: ‘Een goed jaar is tegenwoordig een slecht jaar. We kunnen geen kant op met onze druiven.’
Correia’s verhaal is dat van een gebied dat geroemd wordt om zijn smaragdgroene heuvels en kwaliteitswijn, maar waarvan het karakter zwaar onder druk staat: de Douro-vallei. Dit is het land van de port, de versterkte, zoete wijn met een alcoholpercentage van rond de 20 procent.
De portproductie is hier van oudsher een collectieve prestatie. Alleen druiven die hier verbouwd worden, mogen worden gebruikt voor de beschermde wijnsoort.
Zo’n twintigduizend wijnboeren, met gemiddeld niet meer dan 2 hectare grond, bewerken ieder jaar de steile terrassen waarop hun druiven groeien. Meer dan een voorname inkomstenbron is de port voor hen een bron van trots: zij kunnen niet zonder de wijn en de wijn kan niet zonder hen.
Juist vanwege die trots gaan de boeren woensdag de straat op. Met een grote demonstratie willen zij de rest van het land duidelijk maken dat hun sector in crisis is en de identiteit van de vallei op het spel staat.
Dat heeft alles te maken met de dalende populariteit van port. Zeker de jongere generaties, zowel in Portugal als daarbuiten, laten de zoete wijn links liggen. Port: dat is toch vooral kaasplankjes en leren fauteuils, niet lekker borrelen met vrienden op een terras.
Om de prijs van een fles port stabiel te houden, stelt de regionale wijnautoriteit IVDP op basis van de verkoopcijfers vast hoeveel er mag worden geproduceerd. In 2024 waren dat negentigduizend vaten wijn, veertienduizend minder dan het jaar ervoor.
Alleen tijdens de piek van de economische crisis van deze eeuw viel de portproductie verder terug. Het contrast met een kwarteeuw geleden is pijnlijk: destijds mochten de boeren samen 152 duizend vaten vullen.
De vrees is dat het quotum dit jaar nóg lager wordt. Dat is een nachtmerrie voor wijnboeren als Pedro Correia. Met bijna 10 hectare aan wijngaard in Vilarinho da Castanheira, een gehucht in de Douro-vallei waar de krekels luid tsjirpen, is hij onder de kleine boeren een van de grotere jongens.
‘Als we alle kosten meerekenen, zoals de aanschaf van een tractor, is onze winst nu al volledig verdampt’, zegt Correia. De enige reden waarom boeren er volgens hem nog niet massaal mee zijn gestopt, is hun wens om het erfgoed van hun voorouders in stand te houden. ‘Maar dat kan niet eeuwig zo doorgaan.’
‘We houden het vol uit liefde voor de wijngaard’, zegt ook Aida Borges (56).
In het hart van de Douro-vallei, een dik uur westwaarts vanaf het land van Correia, spreekt zij namens wijncoöperatie Caves Santa Marta. Zo’n elfhonderd wijnboeren uit de directe omgeving werken samen in de coöperatie. Die werd opgericht in 1959 en was vorig jaar goed voor negenhonderdduizend liter port.
Borges werkt voor Caves Santa Marta als jurist, manusje-van-alles, en als ‘armzalig boertje’ met een halve hectare grond, lacht ze in de directiekamer. Door de vloer klinkt het gepiep en gesteun van pneumatische machines. Die schieten op de begane grond rode wijn in plastic zakken van 5 liter, die als goedkope tafelwijn worden verkocht.
Aida Borges wijnproducent bij de coöperatie Caves Santa Marta.
Inderdaad: naast port maakt Caves Santa Marta ook ‘gewone’ wijn. Zo gaat het in de hele vallei, vertelt Borges. Binnen het landelijke portquotum mag iedere boer een bepaalde hoeveelheid druiven voor de port leveren. Hoeveel precies hangt af van de grootte en de geschiktheid van elke wijngaard. Met de druiven die na het vullen van het quotum overblijven, wordt vervolgens andere wijn gemaakt.
Dat is bovenal een manier om de verliezen te beperken. Een vat druiven met het stempel ‘port’ erop brengt rond de 1.000 euro op. Voor de overgebleven druiven, die aan dezelfde stokken groeiden, kon de coöperatie haar boeren vorig jaar 300 euro per vat betalen.
Dat is onder de kostprijs. ‘De druiven voor de port’, zegt Borges, ‘zijn onze goudklompjes.’
Als verklaring voor de vrije val van de port wijst zij op ‘het gebrek aan publiciteit en promotie’ door wijnautoriteit IVDP. Die zou meer kunnen doen om het stoffige imago van het drankje op te poetsen.
Mogelijk speelt ook het breed ingedaalde besef dat alcohol schadelijk is een rol: wie op zijn inname probeert te letten, of nog moet rijden, grijpt niet meteen naar een wijntje met 20 procent alcohol.
De kleine boeren zien nog een reden voor hun sores. Die heeft niet te maken met de tanende populariteit van hun port, maar met de vraag wie het in de sector voor het zeggen heeft. Door schaalvergroting zijn er een handvol enorme porthuizen ontstaan, met namen als Symington, Fladgate en Granvinhos.
Samen hebben ‘zes of zeven bedrijven’ zo een groot deel van de markt in handen, zegt Manuel Cruz (60). Hij is de bestuursvoorzitter van Caves Santa Marta – en het type dat je niet laat vertrekken voor je een glaasje van zijn beste spul hebt meegedronken.
Manuel Cruz voorzitter van het bestuur van de coöperatie Caves Santa Marta.
De machtsconcentratie is ten koste gegaan van de coöperaties, vertelt Cruz. Zijn eigen Caves Santa Marta verloor in tien jaar tijd bijna de helft van haar leden. In plaats van samen te werken in coöperaties, leveren de vertrokken boeren hun druiven nu rechtstreeks aan de grote porthuizen. Die haalden hen over met hogere vergoedingen dan de coöperaties konden bieden.
Maar nu komt het, zegt Cruz: ‘Toen de overgestapte boeren het afgelopen jaar bij deze porthuizen aankwamen, weigerden die om al hun druiven aan te kopen.’ Nu de portmarkt krimpt, hebben de commerciële porthuizen niet meer zoveel druiven nodig. Zij richten zich vooral op premium port en andere wijn: minder, maar beter – en duurder.
Het gevolg is dat de overgestapte boeren vorig jaar met een deel van hun oogst bleven zitten. En dat terwijl ze bij de coöperatie de garantie hadden dat die ál hun druiven opkocht. ‘Hier hadden ze stabiliteit, al kregen ze misschien lagere vergoedingen’, zegt jurist Borges. ‘Als ik hen was, zou ik het nu doodsbenauwd krijgen.’
Terug naar Vilarinho da Castanheira. Daar kon Pedro Correia vorig jaar inderdaad niet al zijn druiven kwijt bij Symington, het bedrijf waaraan hij en zijn vader al twintig jaar leveren. Het is dat een bevriende wijnmaker nog plek had, zegt hij, anders waren de druiven gaan rotten aan hun stokken, zoals bij andere boeren.
Zijn mensen als hij, zo lang de spil van de productie, straks überhaupt nog wel nodig? Waar de grote porthuizen zich vroeger vooral bezighielden met de verkoop, zijn zij de laatste decennia meer en meer wijngaarden in eigen beheer gaan nemen. Daarvoor kopen ze grote stukken land op.
Geen bedrijf deed dat meer dan Symington, dat ruim 1.000 hectare wijngaard bezit. Correia: ‘Het land van onze familie grenst aan dat van Symington. Iéders land grenst aan dat van Symington.’
Er zijn boeren die een verband vermoeden tussen die expansiedrift en de recente weigering om nog alle druiven af te nemen. ‘Ze maken ons arm en kopen ons vervolgens op’, denkt Rui Tadeu (69).
Rui Tadeu, kleinschalig wijnproducent in de Douro-regio.
De buurman van Correia heeft zich in het gesprek gemengd. Ook Tadeu is wijnboer en lid van het felste verzet. ‘Het zijn net schorpioenen’, zegt hij: eerst steken ze je dood, dan vreten ze je op. ‘Het is de logica van het pure kapitalisme.’
Symington reageerde niet op herhaaldelijke vragen van de Volkskrant. Op de eigen website schrijft het bedrijf dat het ‘stevig geworteld is in het sociale weefsel van de regio en druiven koopt van vele boeren met wie we een langlopende relatie hebben’.
‘We geloven er echter ook in dat we de toevoer van topkwaliteit druiven alleen kunnen garanderen door onze eigen wijngaarden te bezitten en beheren’, aldus de onderneming. ‘Daarom herinvesteren we systematisch een significant percentage van onze winst in het kopen en planten van wijngaarden.’
De initiatiefnemers van het protest van woensdag stellen een aantal eisen om de ergste nood onder de boeren weg te nemen. Zo willen zij dat Portugal met de overtollige druiven brandewijn gaat produceren.
Brandewijn, dat wordt gemaakt door wijn te destilleren, is een belangrijk bestanddeel van port. Door brandewijn aan ‘gewone’ Douro-wijn toe te voegen, krijgt de port zijn zoete smaak en hoge alcoholpercentage.
Toch halen de grote portproducenten hun brandewijn op dit moment uit het buitenland, vooral uit Spanje en Frankrijk. Dat is een geldkwestie: op de vlakkere wijngaarden in die landen is het goedkoper om druiven te produceren, en dus ook om brandewijn te stoken.
Toerisme speelt een belangrijke rol in het inkomen van wijnproducenten. Hier kijkt een groep bezoekers bij Caves Santa Marta toe terwijl één van hen op een houten plank in een wijntank klimt.
Een ander actiepunt is een toeristenbelasting voor bezoekers van de Douro-vallei. De opbrengst daarvan zou verdeeld moeten worden over de boeren, die immers het landschap in stand houden waarvan de toeristen zo genieten.
Ondanks alles kan Rui Tadeu die schoonheid ook nog zien. Aan de oever van de Douro, het kalme water en de bergen vol wijngaarden overziend, haalt de boer diep adem. ‘Snap je nu’, zegt hij dan, ‘dat ik hiervoor wil vechten?’
Ruim drie jaar geleden kreeg Dion Mebius bij wijze van relatiegeschenk zijn eigen boom in Spanje. Het kurkeikje is een van de drie miljard bomen die Frans Timmermans als Eurocommissaris aankondigde voor 2030 te willen planten. De Volkskrant ging op zoek naar de boom – en ontdekte dat de gedroomde herbebossing verder weg lijkt dan ooit.
Steeds meer Nederlanders leven als digital nomad: ze zwerven met hun laptop de wereld over op zoek naar zon en lage prijzen. Veel bestemmingen rollen de rode loper uit voor deze kapitaalkrachtige laptopwerkers met visa en belastingvoordelen, maar in Portugal groeit het protest.
Sinds Trumps boude stelling dat ‘China het Panamakanaal beheert’, raast er een geopolitieke orkaan over het kleine Panama. In het oog van die storm zitten de Panamese Chinezen. ‘Het Westen kijkt met haast naar de wereld. China is geduldig.’
Source: Volkskrant