Home

Opinie: Nederland moet mooie woorden over gedeelde toekomst met Suriname waarmaken

De Nederlandse regering mag zich, vijftig jaar na de onafhankelijkheid, wel coulanter opstellen tegenover Suriname. Een goede eerste stap zou zijn om de regeling voor ongedocumenteerde Surinaamse oud-Nederlanders blijvend open te stellen.

Van januari tot 1 juli 2025, vandaag, was er een speciale verblijfsregeling voor ongedocumenteerde Surinaamse oud-Nederlanders. Deze regeling was bedoeld voor mensen die vóór de onafhankelijkheid van Suriname als Nederlander zijn geboren, hun Nederlanderschap na 1975 zijn kwijtgeraakt, en die de afgelopen tien jaar in Nederland verbleven, maar tot nu toe geen verblijfsstatus konden krijgen.

De regeling draagt bij aan het rechtzetten van onrechtvaardige situaties die na de onafhankelijkheid op 25 november 1975 zijn ontstaan. Er zijn uiteindelijk binnen de regeling aan ongeveer 300 mensen verblijfsvergunningen afgegeven. Veel oud-Nederlanders zonder verblijfspapieren bleken, om uiteenlopende redenen, niet in aanmerking te komen.

Over de auteurs

Feline Lucas is projectmedewerker bij het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV), een organisatie die strijdt voor de structurele verbetering van de positie van mensen zonder verblijfsvergunning. Zij werkt aan de uitvoering van de verblijfsregeling voor Surinaamse oud-Nederlanders. Karwan Fatah-Black is universitair docent in Leiden en senior onderzoeker bij het KITLV. Tevens is hij lid van de Adviescommissie voor de verblijfsregeling voor Surinaamse oud-Nederlanders.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Suriname blijkt eens te meer dat de Nederlandse en Surinaamse samenleving onderling verbonden zijn. Die nadruk op een gedeeld verleden en gezamenlijke toekomst werd de laatste decennia ook door Nederlandse bestuurders uitgedragen. In de speech waarmee de regering in december 2022 excuses aanbood voor het slavernijverleden zei toenmalig premier Mark Rutte: ‘We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.’

Trans-Atlantische familiebanden

De gedeelde geschiedenis en toekomst zijn een geleefde realiteit voor veel Nederlanders en Surinamers met trans-Atlantische familiebanden, vriendschappen, samenwerkingen en zakelijke relaties. Kamerlid Raoul White (GroenLinks-PvdA) sprak op 11 juni van dit jaar in het debat over de doorwerking van het slavernijverleden over de moeilijkheden die Surinamers en Nederlanders tegenwoordig ondervinden als ze voor een uitvaart plotseling naar Nederland moeten komen, of andersom.

Terwijl families verspreid leven over twee kanten van de oceaan, wordt opvallend weinig rekening gehouden met de manier waarop deze postkoloniale gemeenschappen zijn ontstaan en leven. De nadruk bij de overheid blijft liggen op het bemoeilijken van toegang. Mensen stuiten vaak op onnodig harde grenzen als ze een visum proberen te krijgen, een vliegticket willen boeken of bij familie willen verblijven.

Javaanse contractarbeiders

Een geschiedenis van gedwongen migratie en het later optrekken van harde grenzen heeft veel leed veroorzaakt — en werkt tot op de dag van vandaag door. Een eeuw geleden brachten Nederlandse plantagehouders Javaanse contractarbeiders naar Suriname. Nu leven hun nazaten ongedocumenteerd bij familie in Nederland. Juridisch klopt het misschien, maar maatschappelijk is het niet uit te leggen.

De noodzaak van een dergelijke regeling is een gevolg van het trekken van die harde grenzen, en een poging om het leed te verminderen. Binnen families wordt voor elkaar gezorgd, ook over grenzen van verblijfspapieren heen. Veel van de mensen die nu ongedocumenteerd zijn, hebben nooit bewust voor Nederland of Suriname gekozen. Zo verleent een vrouw die al veertig jaar in Nederland woont mantelzorg aan haar zieke Nederlandse zus, terwijl ze zelf geen verblijfsstatus heeft en daardoor geen zorgverzekering kan afsluiten.

Onderlinge steun is vanzelfsprekend voor gemeenschappen die sinds de onafhankelijkheid over landsgrenzen heen leven. Maar eenmaal in Nederland moet een deel van hen onder de radar blijven, zonder toegang tot reguliere zorg of rechtmatige arbeid.

Buiten de boot

Dankzij de regeling konden dit soort situaties worden rechtgezet. Helaas blijft het onrecht voortbestaan voor velen die buiten de voorwaarden vallen — bijvoorbeeld omdat ze de afgelopen tien jaar niet onafgebroken in Nederland verbleven. Zo is er een man die bijna dertig jaar in Nederland woonde, maar twee jaar geleden tijdelijk naar Suriname terugkeerde. Hij valt nu buiten de boot. Met het aflopen van de regeling lijken de mogelijkheden afgesloten te worden voordat de gestelde doelen zijn bereikt.

Dit jaar staan we stil bij vijftig jaar onafhankelijkheid van Suriname. Vandaag, op Ketikoti, staan we bovendien stil bij een belangrijk deel van het lange gedeelde verleden dat aan die onafhankelijkheid vooraf ging. Als we over vijftig jaar terugkijken, welke geschiedenis willen we dan vertellen? Eén waarin we hebben vastgehouden aan uitsluiting en onrechtvaardigheid? Of één waarin we werkelijk recht hebben gedaan aan degenen die onze gedeelde geschiedenis met ons dragen?

Het is tijd om de regeling blijvend open te stellen, ons te blijven inzetten voor Surinaamse oud-Nederlanders, en bovendien in samenspraak met de Surinaamse overheid toe te werken naar een versoepeling van visum- en verblijfsregelingen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next