Op welke manier staan lezers tijdens Ketikoti stil bij ons koloniale verleden en hedendaags racisme en discriminatie in onze samenleving? Een bloemlezing.
Mijn Surinaams-Antilliaanse vriendin Odet en ik spraken vijftien jaar geleden over de rol van Nederland in de transatlantische slavernij. Het bleek dat we beiden in grote lijnen wel wisten dát het was gebeurd, maar er het fijne niet van wisten. We besloten te gaan studeren, lezen en leren wat er te lezen en te leren viel. Wat we ontdekten was zo groots en aangrijpend dat we ons onze aanvankelijke onkunde kwalijk namen.
We besloten er een roman over te schrijven: Gouden Handel. Zodat wie er ook maar iets over de slavernij wilde weten, dat op een indringende manier tot zich kon nemen. We vervlochten drie verhalen: van een Middelburgse jongen die als chirurgijnsknaap op een slavenschip voer, van een Afrikaanse jongen die als slaaf aan boord kwam en van een Surinaamse plantagedochter. Hun verhalen vertelden samen alles over de rol van Nederland in de transatlantische slavernij.
We vonden een uitgever en verbonden er tevens de consequentie aan dat we het land in zouden trekken om ons verhaal visueel en auditief te maken in bibliotheken, dorpshuizen, scholen. Denise Janah zong erbij. De reacties varieerden van pure ongeloof tot woede en schaamte.
Odet en ik hebben de overtuiging dat ons verhaal heeft bijgedragen, en nog steeds bijdraagt, aan het inzicht dat wij toen (en ongetwijfeld velen in Nederland én in de vroegere koloniën nu nog) ontbrak.
Kees Uittenhout, Sprang-Capelle
Denkend over ons koloniaal verleden, zit het schuldgevoel dat ik hierover krijg aangepraat mij in de weg. Wereldwijd vinden nieuwe vormen van kolonialisme plaats. Ik doel op de roof van grondstoffen en menskracht uit landen met een zwakke onderhandelingspositie. Dat maakt woedend.
Racisme, discriminatie op grond van afkomst of etniciteit, hoort geen rol te spelen in het contact tussen mensen. Als ik erover lees gaat het vaak over ‘gevoelens van’. Dat vind ik riskant. Als er veel over wordt geschreven, wordt het een selffulfilling prophecy. Het zou moeten gaan om concreet racistisch gedrag of uitspraken.
Racisme is iets anders dan gevoeligheid voor culturele verschillen. Daarin kunnen keuzes gemaakt worden en vind ik meer openheid en vragen wenselijk. Omdat overbrugging van verschillen anders moeilijk is.
De afschaffing van de slavernij is het waard om gevierd te worden door betrokkenen. Het zou moeten leiden tot het besef dat ook nu nog op veel plaatsen onvrije en uitputtende arbeid wordt verricht. Wanneer Ketikoti niet als ultiem doel heeft dat soort arbeid uit de ketens te halen, voel ik geen noodzaak of betrokkenheid.
Marianne van der Pol, Den Haag
Op 19 december 2022 maakte toenmalig minister-president Mark Rutte excuses voor ons slavernijverleden. Hij plaatste nadrukkelijk een komma, daarmee aangevend dat de kous niet af was. Wie het weet mag het zeggen, maar wat hebben die tweeënhalf jaar opgeleverd? Het blijkt gewoonweg niet te lukken om Nederlanders substantieel te engageren met het gevoel dat bezinning op ons slavernijverleden een tweezijdig nationaal issue is. Dat komt doordat het te lang geleden is en doordat de meeste Nederlanders geen eigen relatie hebben met dat verleden.
En dus is Ketikoti voor mij aanleiding om aandacht te vragen voor de hogere waarde ‘vrijheid’ en om daarvoor een officiële Nederlandse gedenk- en feestdag te bepleiten: Dag van de Vrijheid of Vrijheidsdag. Met de gekozen naam kan geabstraheerd worden van de gedaanten van onvrijheid: oorlog, racisme, mensenhandel, discriminatie, slavernij. Even belangrijk: om op de voorafgaande dag stil te staan bij alle slachtoffers van onvrijheid.
Bevrijdingsdag omvormen tot Vrijheidsdag heeft het voordeel dat ook generaties en bevolkingsgroepen die verder af staan van de Tweede Wereldoorlog of slavernij er herkenning en inspiratie in kunnen vinden. Uiteraard kunnen mensen die dat willen op 1 juli Ketikoti vieren. Daarmee schaalt het belang van Ketikoti vanzelf mee met het aantal deelnemers: ‘feestverwanten’.
Ludo Grégoire, Leiden
Ketikoti zou inderdaad een viering van de afschaffing van de slavernij moeten zijn, en niets meer. Een feest dus. Géén toespraken vol met beschuldigingen aan de huidige generatie Nederlanders. Wees blij dat de slavernij allang voorbij is. Wees blij dat wrkelijk niemand hier pleit voor terugkeer naar die tijden.
Peter van Lenth, Haarlem
In de taal: iemand zwart maken, zwartkijken, zwartrijden, zwart werk, zwart geld witwassen. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis? Nee, een heel zwartboek.
F. Verkooijen, Amsterdam
Voor onze leeskring moeten er elk jaar tien nieuwe titels op de leeslijst worden geplaatst. Op zoek naar inspiratie heb ik de kalender erbij gepakt waarop alle bijzondere dagen staan: complimentendag, internationale vrouwendag, dag van de mantelzorger, et cetera. Voor de bijeenkomst van juli besloten wij het boek De eerste krokus van Laila Ibrahim te lezen, een roman over slavernij en moederschap in de 19de eeuw. Het eerste deel uit een serie. Prachtig boek.
Els Straathof, Voorschoten
Op de lagere school in mijn jeugd werd niks verteld over de geschiedenis van de Nederlandse slavernij. Er stond niks over vermeld in de boeken en ook onze breedsprakige leraar repte er bewust of onbewust met geen woord over. We leerden wel over de VOC, de Gouden Eeuw en Jan Pieterszoon Coen, maar niets over de diepdonkere kant van deze periode.
Gelukkig was ik in mijn jonge jaren al een fanatieke lezer en de bibliotheek vlakbij mijn huis zag ik een beetje als mijn tweede thuis. Zo kwam het jeugdboek Marijn bij de Lorredraaiers van Miep Diekmann bij mij terecht en werd ik teruggevoerd naar 1681. Het was prachtig en gruwelijk tegelijk. Ik leefde mee met Marijn, met Oeba en met Knikkertje. Personages zó treffend beschreven dat het lijkt alsof ze een deel van jezelf worden.
Onlangs heb ik het boek cadeau gegeven aan mijn eigen kinderen, zodat ook zij en de generaties daarna kennis kunnen nemen van deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Het moet doorverteld worden, op scholen, in boeken en de media. Hoe de gevolgen van dit verleden doorwerken in onze huidige samenleving. We moeten blijven herdenken en nooit verzwijgen of vergeten.
Eveline Zwaal-Doomernik, Den Dungen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant