Immigratie Na kritiek werd een nieuwe inburgeringstoets ontworpen. De nadruk ligt nu meer op de Nederlandse rechtsstaat en „praktische zaken”. Toch wordt getwijfeld over sommige lesstof: „In hoeverre moet een migrant Gelderland kunnen aanwijzen?”
Inburgeringsexamen op een locatie van Dienst Uitvoering Onderwijs. De nieuwe toets geldt vanaf 1 juli.
Verpleegster Zara brengt een kopje koffie naar mevrouw Van Dam. Maar mevrouw Van Dam is boos – getuige haar tergende blik op de foto bij de vraag. Wat moet Zara doen? Zelf ook boos worden, rustig blijven, of een klacht indienen bij haar directeur?
Dit soort dilemma’s kregen nieuwkomers jarenlang voorgelegd in het inburgeringsexamen. Maar na kritiek op „te vage” en „stereotyperende” vragen, werd een nieuwe toets ontworpen die vanaf dinsdag 1 juli ingaat. Het aangepaste examen is minder gericht op het bijbrengen van „gewenst gedrag”.
Het examen is onderdeel van de verplichte inburgering. Toegelaten asielzoekers en gezinsmigranten moeten de test binnen drie jaar halen als ze in Nederland willen blijven. Het vorige examen dateert uit 2013 en was volgens critici hard aan vernieuwing toe. „Sommige vragen waren sterk normatief of betuttelend”, zegt Han Entzinger, emeritus hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit. „Zoals vragen over hoe een Nederlander zijn verjaardag viert. Dat verschilt natuurlijk per persoon. Bovendien heeft niemand er wat mee te maken hoe je dat doet.”
Entzinger leidde de adviescommissie om het examen te herzien. De nieuwe versie is vooral „minder normatief” geworden, zegt hij. De nadruk ligt meer op de werking van de Nederlandse rechtsstaat en „praktische zaken”. „Bijvoorbeeld hoe je DigiD werkt. En dat je in Nederland niet zomaar naar het ziekenhuis kunt, maar eerst een verwijzing van de huisarts nodig hebt.”
Vorig jaar nam toenmalig minister Karien van Gennip (Sociale Zaken, CDA) de adviezen van Entzingers’ commissie over. Ze vond het nog steeds „van belang” dat nieuwkomers „vertrouwd raken met een aantal voor Nederland kenmerkende gewoonten en omgangsvormen”, schreef ze, maar vond dat dit niet moest „ontaarden in bevoogding”.
En dus zou in het nieuwe examen „minder nadruk” komen op „hoe de inburgeraar geacht wordt te handelen”. De nieuwe examens gaan nu pas in, omdat het wachten was op nieuwe lesboeken.
Van Gennip voegde zelf nog een extra thema toe aan de examenstof: de Holocaust. Een onderwerp dat de adviescommissie alleen impliciet had laten terugkomen. Entzinger: „Wij hadden jodenvervolging in de stof opgenomen en adviseerden: koppel antisemitisme aan islamofobie, om duidelijk te maken dat geen enkele groep in Nederland mag worden achtergesteld op grond van godsdienst of afkomst. Maar dat leidde tot discussies met het ministerie.”
Ook werden vragen over andere delen van de Nederlandse geschiedenis aangepast. „De Gouden Eeuw is inmiddels omgedoopt tot de zeventiende eeuw. En er staan vragen in over de slavernij.” Daarnaast is meer aandacht voor de werking van de democratie en de Europese Unie.
Toch heeft Entzinger ook twijfels bij delen van de nieuwe lesstof. „In de proefexamens die ik heb gezien, staan relatief veel vragen over allerlei soorten uitkeringen. Maar is het echt nodig dat nieuwkomers dat allemaal uit hun hoofd leren? Ik weet zelf ook niet waar je al die toeslagen moet aanvragen.”
En dat geldt voor wel meer vragen. „Ze moeten ook de provincie Gelderland aanwijzen op een kaart. Ik denk dat sommige Nederlanders dat ook niet zouden kunnen. In hoeverre moeten we dat dan van migranten verlangen?”
De huidige demissionair staatssecretaris Jurgen Nobel (Integratie, VVD) laat weten dat het nieuwe inburgeringsexamen goed weergeeft „hoe de Nederlandse samenleving in elkaar steekt en hoe we in Nederland met elkaar omgaan”. Met name is hij „blij” met extra vragen over de zelfbeschikking van vrouwen. „Zodat nieuwkomers leren dat je in Nederland als vrouw mag werken en je eigen leven mag inrichten.”
Wie wil inburgeren, moet een examen halen in Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). NRC maakte een selectie uit de nieuwe oefenexamens. Doe de quiz.
Er staan 40 vragen in het oefenexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Daarvan moeten kandidaten er minstens 28 goed hebben. Om te slagen voor de voorbeeldquiz moet u 7 van de 10 vragen goed beantwoorden (70 procent).
Er staan 40 vragen in het oefenexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Daarvan moeten kandidaten er minstens 28 goed hebben. Om te slagen voor de voorbeeldquiz moet u 7 van de 10 vragen goed beantwoorden (70 procent).
Er staan 40 vragen in het oefenexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Daarvan moeten kandidaten er minstens 28 goed hebben. Om te slagen voor de voorbeeldquiz moet u 7 van de 10 vragen goed beantwoorden (70 procent).
Er staan 40 vragen in het oefenexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Daarvan moeten kandidaten er minstens 28 goed hebben. Om te slagen voor de voorbeeldquiz moet u 7 van de 10 vragen goed beantwoorden (70 procent).
Er staan 40 vragen in het oefenexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Daarvan moeten kandidaten er minstens 28 goed hebben. Om te slagen voor de voorbeeldquiz moet u 7 van de 10 vragen goed beantwoorden (70 procent).
Source: NRC