Home

De verbindende yup realiseert zich niet dat hij zelf het goede doel is

is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.

Er zijn veel fenomenen die ik onuitstaanbaar vind, misschien wel meer dan goed is voor mijn geest en ziel. Maar ergens bovenaan mijn papyrusrol, enkele plekken onder het Nederlandse mainstreamfeminisme, staat genoteerd: het schuldgevoel van yuppen die een kansarme buurt een gentrificatie-spuitje hebben gegeven met hun koopwoning. Want ze voelen zich een beetje zondig over hun kansen en privileges, en dat moet de hele buurt weten.

Dat gaat meestal zo: yup, meestal progressief (want rechts woont liever in een Vinex-wijk of wacht geduldig een erfenisje af) en net welvarend genoeg voor een hypotheek, koopt appartement in een woonblok waar 130 sociale huurwoningen voor gesloopt moesten worden. Maar beteuterde yup merkt dat veel achtergebleven huurders rondom het pand niet op zijn komst zitten te wachten en probeert vervolgens ‘verbinding’ te zoeken bij de slager en in cafeetjes.

Soms geeft de yup de moed niet op. Dan vraagt hij bij de gemeente subsidie aan voor een anti-segregatieproject, zoals naschoolse activiteiten of iets met kunst in het buurthuis, al dan niet met een ingehuurde spokenwordartiest. Het (door maatschappelijk werkers, buurtvaders en jongerenwerkers) opgetrommelde publiek geeft daar dan braaf een applausje voor – als ouders die altijd klappen voor de dansvoorstelling van hun kind, ook als het kind een motorische ramp is.

Maar de aflaat is tenminste binnen: yup is van zondaar tot held gedoopt.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Wat het zo pijnlijk maakt, is dat de verbindende yup denkt liefdadigheid te komen brengen, maar niet inziet dat hij zelf het goede doel is. (Oud-)bewoners van kansarme buurten kennen de ongemakkelijke situaties maar al te goed. Zoals de yup die koriander en bulgur komt inkopen bij de Turkse winkel en de man achter de toonbank onnodig informeert over zijn voornemen om een Ottolenghi-gerecht uit te proberen. De man achter de toonbank heeft geen enkele interesse in dit verhaal, maar knikt vriendelijk.

Of de yup die de Marokkaanse vistent ontdekt, zijn hele middenklasse-bubbel uitnodigt voor een safari-bezoek en aan de balie om bestek vraagt. De rest moet verbluft toekijken hoe een reeds gegrild sardientje alsnog met mes en vork wordt gevlinderd, met uitgelaten kreetjes over hoe ‘léééuk’ en ‘héél bijzonder’ deze plek toch eigenlijk is. Eetlust, acuut geruïneerd. Sfeer, op slag dood. Oogcontact met de nieuwe klanten, direct vermeden.

Ik zou dus bijna een pleidooi vóór segregatie en tegen ontmoeting willen houden. Zeker wanneer het gaat over kinderen in kansarme buurten. Want zoals de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman – die overigens nadrukkelijk geen voorstander is van segregatie – onlangs nog stelde in De Groene Amsterdammer: ‘Wat hebben die kinderen aan elkaar ontmoeten als ze een minder goede kans in het leven maken?’

Inderdaad: wat is ontmoeting waard als de privileges van een ander kind je alleen maar herinneren aan je eigen rotsituatie en slechte kansen? Wat is ontmoeting waard als je kansen alleen verbeteren bij de gratie van de aanwezigheid van geprivilegieerde kinderen? En is het werkelijk een verrassing als het ‘mengen’ dan alleen maar ressentiment aanwakkert en daar gedonder van komt?

Gelukkig heeft Marjolein Moorman, een van de laatste echte sociaaldemocraten, de opdracht wél begrepen. Onder haar leiding draaide de gemeente Amsterdam in 2019 een pilot met tien Familiescholen die, naast naschoolse activiteiten, ook investeert in ouders die kunnen inlopen voor ondersteuning bij armoede, opvoeding, taallessen en schulden. Met het idee: als je de leefwereld van ouders verandert, verandert automatisch ook die van het kind. De Familieschool bleek een succesformule. Inmiddels telt Amsterdam veertig Familiescholen en wordt de formule landelijk uitgebreid.

Hoezeer een Familieschool het verschil kan maken, werd vorige week nog eens geïllustreerd in een prachtige reportage in Het Parool. Over de ‘brugfunctionaris’ van een Familieschool die voor twee leerlingen financiële ondersteuning regelde om de uitvaart van hun vader in Marokko bij te wonen. Over een moeder die zich, met begeleiding via de school, uit een schuld van 40 duizend euro wist te werken. Over weer een andere moeder die verbinding vond in de ouderkamer toen ze na haar scheiding in een sociaal isolement belandde.

Dát is hoe het opbouwen van een veilige community eruitziet. Vergelijk het effect daarvan eens met de gesubsidieerde yogalessen van een yup en het aanleggen van leuke geveltuintjes. Ik bedoel maar.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next