De 21ste eeuw staat in het teken van een wereldwijde jacht op grondstoffen
Die zijn nodig voor hernieuwbare energie, voor elektrische voertuigen, en voor nieuwe technologie
Lukt het Europa voet aan de grond te krijgen in de landen waar de belangrijkste grondstoffen te vinden zijn?
Door Maartje Bakker
Graphics Stefan Pullen
Dit is de eeuw van de mijnbouw. Het lijkt misschien iets van het verleden: de mannen met beroete gezichten, de pikhouwelen. Maar nee. Er worden dan wel minder kolen uitgehakt, maar de behoefte aan andere delfstoffen is groter dan ooit.
‘Het tijdperk van de mijnbouw is pas net begonnen’, zegt bijvoorbeeld de Spaanse econoom Adrián Godás, die het boek Bajo Tierra (Ondergronds) schreef.
En dat komt, onder andere, door de energietransitie. Natuurlijk is er een grote behoefte aan grondstoffen voor moderne technologie, zoals laptops, mobiele telefoons of drones. Maar een minstens even grote hoeveelheid gaat naar windturbines en zonnepanelen, naar accu’s en elektrische motoren.
De twaalf grondstoffen waarnaar de vraag het meest toeneemt, zitten allemaal in elektrische auto’s.
Immers, terwijl er al volop windmolens staan te draaien en zonnepanelen liggen te gloeien, staat elektrische mobiliteit nog vrijwel aan het begin.
Lithium, grafiet, kobalt en nikkel zijn onmisbaar voor de batterijen. Die stoffen zijn bij veel mensen wel bekend.
Maar voor de motor zijn onbekendere, zogeheten ‘zeldzame aardmetalen’ nodig, met namen als in een toverspreuk: dysprosium, neodymium, praseodymium en terbium.
Om een indruk te geven: het onderzoekscentrum van de Europese Commissie verwacht dat in 2050 de wereldwijde vraag naar lithium maar liefst 89 keer zo groot is als in 2020, en die naar grafiet 109 keer zo groot (in het hogere scenario). Ook de zeldzame aardmetalen zullen tegen die tijd veel gewilder zijn, met 11 keer zo veel vraag naar neodymium en 13 keer zo veel vraag naar dysprosium.
Factor waarmee de vraag naar kritieke grondstoffen in 2050 stijgt ten opzichte van 2020
Bron: Europese Commissie
De grondstoffen waarnaar de wereld zo hunkert, bevinden zich in tal van landen. Ze worden nu vooral buiten Europa uit de grond gehaald. Australië is bijvoorbeeld een belangrijke vindplaats voor lithium, China heeft haast het monopolie op de zeldzame aardmetalen en Congo is cruciaal voor kobalt.
Landen met het grootste aandeel in de wereldwijde winning van kritieke grondstoffen
Bron: Europese Commissie
Als je kijkt naar waar de grote mijnbouwbedrijven vandaan komen – waar hun hoofdkwartier staat – dan verschuift het beeld. China komt meer op de voorgrond te staan. Duidelijk zichtbaar wordt dat Chinese mijnbouwers de afgelopen decennia de wereld hebben veroverd.
Eigendom op basis van de vestigingsplaats van het hoofdkantoor.
*Bij projecten met meerdere bedrijven wordt de productie toegeschreven aan het bedrijf met het grootste aandeel. Bron: International energy agency
Al zijn er ook Europese bedrijven op andere continenten actief. Zo is de multinational Glencore, met het hoofdkantoor in Zwitserland, een grote speler in de kobaltwinning in Congo. En er mogen dan maar weinig kopermijnen in Europa zijn, Europese bedrijven halen elders op de wereld grote hoeveelheden koper op.
Wat pas echt zorgelijk is, vanuit het perspectief van de Europese Unie, is dat China zeer dominant is bij de verwerking van ruwe grondstoffen.
Dat is riskant in een tijd van breekbare handelsketens. Steeds meer daalt het besef in dat Europese landen niet te afhankelijk moeten worden van andere delen van de wereld. Niet van opportunistische leiders als Donald Trump, niet van oorlogszuchtige heersers als Vladimir Poetin, niet van autoritaire machthebbers als Xi Jinping.
Nu nog worden dysprosium en terbium, twee van de zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor de elektromotor van auto’s, voor 100 procent omgesmeed tot iets bruikbaars door China. Voor lithium doet China 56 procent van de verwerking.
Landen met het grootste aandeel in de wereldwijde verwerking kritieke grondstoffen
Bron: Europese Commissie
‘De verwerking is het moeilijkst, veel moeilijker dan delven’, zegt Benjamin Sprecher, universitair docent aan de Technische Universiteit Delft. ‘Stel, je haalt zeldzame aardmetalen uit de grond, dan heb je zand en moet je er een magneet van maken. Dat proces is heel technisch en complex. In China zijn ze daar supergoed in, en wij zijn het verleerd om er goed in te zijn.’
Die uitbesteding aan China is een kortzichtige keuze geweest, denkt Sprecher. ‘In het Westen is de laatste decennia de filosofie geweest: greed is good, zolang je winst maakt, draag je bij aan het grotere geheel. Europese bedrijven dachten: we kopen de onderdelen wel in China, dat is veel goedkoper. Iedereen was bezig met zijn eigen kleine vakje. Daarom is het moeilijk nu een hele Europese toeleveringsketen van de grond te krijgen. In China leeft veel meer het idee: jij bent er met jouw bedrijf voor het land.’
Maar op dit moment vindt er een omslag plaats. Het nieuwe credo van de Europese Commissie is ‘strategische autonomie’.
Er is een lijst aangelegd met 17 ‘strategische grondstoffen’. In 2030 wil de EU van deze grondstoffen 10 procent van wat ze nodig heeft zelf winnen, 40 procent verwerken en 25 procent recyclen. De grondstoffen van Duitse of Spaanse elektrische auto’s zullen dus steeds vaker uit Europa zelf komen.
Voor de meeste stoffen lijken de doelen binnen bereik. Tenminste, als er nieuwe projecten worden opgestart.
En dat gebeurt. In maart wees de Europese Commissie binnen de EU 47 ‘strategische projecten’ aan. Het idee is dat deze projecten gemakkelijker toegang hebben tot leningen en subsidies, en dat ze sneller een vergunning krijgen.
Bron: Europese Commissie
Ook in de rest van de wereld is Europa naarstig op zoek naar grondstoffen. Het doel is om na 2030 voor maximaal 65 procent afhankelijk te zijn van één ander land, voor elk van de als strategisch aangemerkte stoffen.
Daarom wil de EU helpen met het opzetten van mijnbouwprojecten in nieuwe landen. Onlangs zijn de eerste dertien van deze ‘strategische projecten’ buiten de EU bekendgemaakt.
Bron: Europese Commissie
Mijnbouwbedrijven krijgen voor deze projecten financiële ondersteuning vanuit de EU, onder andere vanuit het Global Gateway Initiative. Dat is de Europese tegenhanger van het fameuze Belt and Road Initiative van China.
Beide fondsen zijn bedoeld om infrastructuur aan te leggen in bevriende landen. Er is wel een verschil, vooral in omvang. China investeerde sinds 2013 al voor ruim 1.000 miljard euro in wegen, havens, noem maar op. Ook in mijnen.
Global Gateway, daarentegen, bestaat nog maar net én is veel kleiner. Tussen 2021 en 2027 is 300 miljard euro beschikbaar. Het laat meteen zien waarom het voor regeringsleiders in het mondiale zuiden erg aantrekkelijk is zaken te doen met China.
‘Als jij een land bent met grondstoffen, dan heb je het voor het uitkiezen’, zegt Sprecher. ‘Er zijn heel veel landen waarmee je kunt samenwerken. Dus je hebt de Chinezen: technisch heel competent, oneindig geld, doen niet moeilijk over corruptie. De Saoedi’s: technisch competent, oneindig veel geld, zeker niet moeilijk over corruptie. De Engelsen: doen misschien wel moeilijk over corruptie, maar hebben een aantal briljante mensen, dus gaan we mee praten. En een land als Nederland? Wij hebben niet veel te bieden.’
Volgens de Franse politicoloog Pierre Haroche zal Europa zich moeten verzoenen met een nieuwe rol op het wereldtoneel. In zijn recente boek Dans la forge du monde (‘In de smederij van de wereld’) spreekt hij van een ‘provinciaal Europa’: geen koloniale wereldmacht meer, ook geen twee-eenheid met de Verenigde Staten, maar teruggeworpen op zichzelf.
Dat betekent niet per se dat de rol van Europa volledig is uitgespeeld. Het kan voor zuidelijke landen best een van de opties zijn om mee te handelen, naast China, Rusland of de VS. Haroche, in een interview met de Volkskrant: ‘Europa blijft een grote markt. En in een wereld waarin je veel leiders hebt die onvoorspelbaar of agressief zijn, kan het een haven zijn van stabiliteit.’
Ursula von der Leyen en de president van Kazachstan, Kassym-Jomart Tokayev (rechts) tijdens een top tussen de EU en Centraal-Azië in Oezbekistan. Met Oezbekistan en Kazachstan sloot de EU strategische partnerschappen over kritieke grondstoffen.
De taal van de EU laat zien dat ze zich oefent in de bescheiden opstelling die Haroche bepleit. De Europese Commissie sluit ‘strategische partnerschappen’ over kritieke grondstoffen. Tot nu toe zijn dat er veertien, met landen als Rwanda, Congo en Zambia, met Kazachstan, Oezbekistan en Servië.
Strategische partnerschappen van Europa voor kritieke grondstoffen
Bron: Europese Commissie
Die partnerschappen betekenen zeker niet dat de EU alle grondstoffen uit een land kan claimen, verduidelijkt Jeff Amrish Ritoe. De strategisch adviseur grondstoffen bij het The Hague Centre for Strategic Studies tempert de verwachtingen. ‘Er zijn memoranda of understanding getekend. Dat stelt juridisch gezien weinig voor. Het is alleen een intentieverklaring om te gaan samenwerken.’
Maar het is een begin, benadrukt Ritoe. ‘We moeten ons realiseren dat dingen tijd nodig hebben. De covidpandemie heeft ons wakker geschud, toen we ontdekten dat alle mondkapjes uit China kwamen, en de Oekraïneoorlog daarna opnieuw. We weten inmiddels dat onze toeleveringsketens heel kwetsbaar zijn. Nu moeten we veranderen.
‘We moeten af van de notie dat we snel en goedkoop alles uit China kunnen halen. We moeten zelf industrieën opbouwen. We moeten zelf projecten gaan opzetten. En guess what? Een elektrische auto die uit zo’n project komt zal in eerste instantie zeker niet goedkoper zijn dan wanneer een Chinese autobouwer het doet. Dus we moeten bereid zijn offers te brengen. En geduld te hebben.’
Kan Europa de achterstand, vooral op China, nog inlopen in de jacht op grondstoffen? En welke principes – op het gebied van mensenrechten en het milieu – moeten daarvoor wijken? Dat onderzoekt de Volkskrant deze zomer in een serie reportages vanuit onder meer Servië, Zambia en Namibië. Dit overzichtsverhaal met de feiten en cijfers isde eerste aflevering.
Met ontdekkingsreizen en kolonialisme creëerde Europa een mondiale hiërarchie waarin het bovenaan stond. Nu wordt Europa zelf van alle kanten bedreigd. Maar dat is niet alleen maar slecht nieuws, vindt politicoloog Pierre Haroche: ‘We worden minder afhankelijk van anderen en minder arrogant. Dat vind ik gezond.’
Kapotte telefoon ingeleverd? Grote kans dat hij in Vlaanderen belandt voor de recycling van waardevolle metalen. Zulk hergebruik van strategisch belangrijke grondstoffen kan Europa minder afhankelijk maken van andere landen. Waarom gebeurt het dan nog maar mondjesmaat?
De Europese Commissie presenteert donderdag een ambitieuze grondstoffenwet. Europa wil meer aardmetalen, die cruciaal zijn voor de energietransitie, zelf produceren. In een geïsoleerd dorp in Noord-Portugal is te zien hoeveel pijn dat kan doen: hier moet een enorme lithiummijn komen.
Source: Volkskrant