Home

De biografie van je vader kun je beter niet zelf schrijven. Gelukkig deed Tom Rooduijn het toch

Verzetsman, bohemien, kunstkenner, vreemdganger: Hans Roduin was het allemaal, tot hij uiteindelijk spoorloos verdween. Zijn zoon schrijft kritisch en eerlijk over dit veelbewogen leven.

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

De biografie schrijven over je eigen vader – ik zou het iedereen afraden. Een mens blijft altijd iemands kind, een aanhankelijk, teleurgesteld, liefdevol, boos, miskend of verwend kind. Een ouder is nooit gewoon interessant, het is iemand op wie je lijkt en tegen wie je je hebt afgezet, die je op de nek zat of juist verwaarloosde. Voor een biograaf bieden gesprekken met nazaten inzicht, ze tonen een karakter dat je niet in de documenten vindt, maar de informatie is altijd gekleurd door kinderlijke emoties.

Tom Rooduijn doet het toch. Hij, journalist en programmamaker, schreef De voorloper, over het leven van zijn vader, die zich Hans Roduin noemde en een bekende figuur was in het Amsterdamse culturele leven. Zijn boek is een goed gedocumenteerde biografie, waarvoor hij correspondenties doornam, in de archieven dook en met mensen sprak, maar ook een portret van een vader door de ogen van een zoon die niet per se terugkijkt op een zonnige jeugd en een sterke band.

Het mooie is dat die twee rollen elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar wonderlijk vanzelfsprekend aanvullen. Kritisch zijn ze allebei wel, de biograaf en de ik-figuur.

Een man met veel talenten

Hans Roduin (1915-1989; eigenlijk Ko Rooduijn) was heel veel tegelijk. Een onstuimige, gedreven en eigenzinnige man met veel talenten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet en hielp hij Joodse kinderen redden. Hij debuteerde als dichter, werd geprezen, maar hield er al snel mee op. Hij wilde dominee worden, maar maakte zijn studie niet af. Hij werd gegrepen door de kunst, een nieuw geloof.

In de Amsterdamse Spuistraat dreef hij jarenlang het antiquariaat d’Eendt, waar hij bijzondere oude boeken en prenten verkocht, en werk van avant-gardistische dichters en kunstenaars. Aan de overkant van de straat opende hij in een pakhuis de galerie en sociëteit Le Canard. Daar gebeurde het, in de jaren vijftig: alle experimentele en vernieuwende kunstenaars traden er op, de Vijftigers-dichters, Cobra-schilders en jazzmuzikanten.

Roduin had een neus voor jong talent. Het publiek kwam er in drommen op af. De kaartjes kostten bijna niks, Roduin maalde niet om geld en liet de administratie sloffen, waardoor alles wat hij ondernam in een financieel drama eindigde.

Vanaf 1959 was Roduin dramaturg bij Toneelgroep Puck, die later Centrum heette. Ook daar was hij goed in. Hij bracht werk van Anouilh, Brecht, Genet en Pinter – vaak vertaalde hij de stukken zelf – en van Bernlef, Gerben Hellinga en Ton Vorstenbosch. Al vóór Provo en de Aktie Tomaat tegen het bezadigde toneel was Roduin anti-establishment en principieel antiburgerlijk. Een voorloper, inderdaad, zoals de titel zegt.

Hij had de gewoonte thuis naakt rond te lopen, ook als er bezoek was. In het Noord-Italiaanse bergdorp Fanghetto kocht hij een oude ruïne die hij liet opknappen. Bevriende kunstenaars en journalisten kwamen er ook ’s zomers wonen; het dorp werd een vrijplaats voor de kunst, nieuwe ideeën en de liefde.

Verstokte intellectueel

Roduin was een bohemien, maar geen hippie. Eerder een verstokte intellectueel met een brilletje en bekakt stemgeluid, die graag doceerde over wat écht van waarde was en neerkeek op banale uitingen als populaire muziek en kleinkunst. Toen bij hem in Fanghetto een man aanklopte en zich voorstelde als Wim Sonneveld, wist Roduin niet wie hij was. Tekenend.

Het levensverhaal zit ingeklemd in het verhaal van een zoektocht. In 1989 krijgt Tom Rooduijn een telefoontje van Ingeborg, de (vierde) vrouw van zijn vader: Hans is zoek, niet teruggekeerd van een wandeling. Reden tot paniek: na een hersenbloeding in 1983 kan Hans niet meer praten en is hij afhankelijk van medicijnen.

Tom Rooduijn vertrekt naar Fanghetto, waar hij met zijn broer en zus en de politie alle sporen nagaat, in groeiende wanhoop. Wekenlang zoeken levert niets op. Vier weken na zijn vermissing wordt Roduin gevonden, aangespoeld aan de oever van een rivier. De zoon herkent ‘een zwarte regenjas’. Hij moet zijn vader identificeren. Het lichaam is al in ontbinding, de maden doen zich tegoed: ‘Hoe efficiënt de natuur zich over een kadaver ontfermt’, schrijft Rooduijn.

In het deel van het levensverhaal na 1952 is de schrijver zelf aanwezig, als kind, puber en volwassene die zijn vader zelden ziet. Toen de drie kinderen klein waren, had Hans het te druk met belangrijker zaken; toen Tom een jaar of 8 was, verliet hij Riekje, zijn derde echtgenote en moeder van zijn kinderen, voor een andere vrouw. Later zou hij zijn kinderen beschouwen als mensen die ‘toevallig’ ook familie waren en die hij niet aardig hoefde te vinden.

In brieven schrijft hij kwetsend over hun werk en bezigheden, en over hun partners. Wel hengelt hij zelf naar aandacht. Later zou hij toegeven dat hij een slechte vader was: ‘Ik heb het verknald.’

Leve de vrije liefde

Rooduijn beschrijft de liefde in naoorlogse artistieke kringen zoals ik ook tegenkwam in andere biografieën van schrijvers en kunstenaars uit die tijd: leve de vrije liefde, je was niemands bezit, geld en status waren onbelangrijk. Maar zodra er kinderen kwamen, mochten vrouwen voor hen zorgen, alleen, met weinig geld, een vreemdgaande man en zonder werk. Tot ze werden ingeruild voor een nieuwe kunstenaarsvrouw. Dat overkwam ook Riekje.

Rooduijns wrok daarover blijft voelbaar, maar klagerig of hatelijk wordt het nooit. Er klinkt verbazing door over Hans’ volslagen egocentrische gedrag. Door zich in zijn jeugd te verdiepen krijgt Rooduijn begrip voor zijn vader. Hans verloor al jong zíjn vader, en zijn moeder wist niet wat ze met zijn verdriet aanmoest.

Misschien kon Rooduijn deze biografie juist schrijven omdat hij zijn vader amper heeft gekend en zijn verwachtingen laag waren. Door zich in hem te verdiepen schreef hij hem vakkundig naar zich toe.

Tom Rooduijn: De voorloper – Het gedurfde leven van mijn vader. De Bezige Bij; 432 pagina’s; € 34,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next