Home

Na een tandartsbezoek voelde Thomas zich altijd dom, schuldig en betrapt

is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.

De zinsnede ‘zelfvertrouwen krijg je door te zijn wie je beweert’ zou ik meteen weggooien in mijn Grote Kliko Der Zelfhulpslogans, om te composteren tussen gedachtenkeutels als ‘succes is een keuze’ en ‘willen is kunnen’, ware het niet dat ik hem hoorde uit de mond van komiek Jimmy Carr, iemand die meer dan eens de verdenking op zich heeft geladen nogal slim te zijn. Dus woog ik de zin op haar merites, en verdomd, daar schoot mij de tandarts te binnen. Daar was ik vroeger bang voor. Niet voor de gebruikelijke dingen. Pijn is niet zo’n angst van me, mede omdat ik om onduidelijke redenen nooit gaatjes of andere narigheden in mijn mond heb gehad. Dat is ongewoon, ik weet het, misschien komt het doordat mijn oom en mijn opa tandartsen waren en dat hun goede werk bij anderen op mij karmisch heeft afgestraald. Of doordat ik fluorpilletjes kreeg bij het ontbijt.

Mijn angst voor de tandarts was altijd dat hij boos dan wel teleurgesteld zou zijn. Menig tandarts verzuchtte dat hij nog nooit zo’n rommeltje had gezien en begon een lange preek over wat ik allemaal had moeten doen, zou moeten doen, enzovoorts, zodat ik me altijd dom, schuldig en betrapt voelde. Dus zeg maar niet pulserend van rondpompend zelfvertrouwen. Daarna kwam ik zo’n praktijk uit met het stellige voornemen dat ik nu echt altijd heel goed zonder uitzondering echt serieus elke ochtend en avond enzovoorts, een voornemen dat slechts een paar dagen standhield natuurlijk.

Totdat ik ineens stopte met meewerken aan het toneelstukje. Mijn tandarts indertijd was een strenge, zo eentje die deed overkomen alsof de mogelijke rampen die zich zouden kunnen afspelen in mijn mond hem ’s nachts uit zijn slaap hielden. Nauwelijks was hij begonnen aan een indringende preek, of ik onderbrak hem. ‘Joh, laat maar, ik weet het allemaal nu wel.’

Normaal ben ik zeer meegaand met mensen in witte jassen, dus het verbaasde mij ook. Maar Jezus, ik was geen 14 meer, hij was mijn vader niet, en wie betaalde hier verdomme nou wie? Dat zei ik allemaal niet natuurlijk, maar ik dacht het wel. Wat ik wel zei, was dat ik nou eenmaal zo ben dat ik af en toe poets, meer is me nooit gelukt en zal dus wel niet gebeuren, totdat ik eindelijk eens een keer een serieus traumatische behandeling krijg die mij elke ochtend te binnen schiet zodra ik wakker word, en mij dwangneurotisch de hele dag mijn tanden zal doen stoken.

Hij reageerde gepikeerd, dus wisselde ik van tandarts, zodat ik eindelijk eens met een lei kon beginnen die geheel en uitsluitend door mij beschreven was. Bij de eerste afspraak reeds maakte ik mijn nieuwe tandarts duidelijk dat ik, waarschijnlijk vanwege mijn gezonde gebit, een rommelige poetser en een nalatige stoker was, dat daar niets aan te doen viel, en dat ik uit was op een relatie waarin zij de halfjaarlijkse controle uitvoerde en ik de rekeningen betaalde, dat daarbinnen alle ruimte was voor gezellig kletsen voor zover mogelijk met opengesperde mond, maar niet voor de eenakter ‘De Strenge Tandarts en de Knikkende Patiënt’. Dat vond zij heel prettig, want zij hield daar ook niet zo van, bleek. En we leefden nog lang en vol zelfvertrouwen.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant columns

Previous

Next