Ineens regent het studies die erop wijzen dat aan alzheimer soms een virusinfectie voorafgaat. Als dat zo is, kun je dan dementie voorkomen met zoiets simpels als een zalfje of een vaccin?
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het best werkende middel tegen alzheimer is dus niet een van de nieuwe medicijnen waarop de laatste jaren veel onderzoekers en fabrikanten hun hoop hadden gevestigd. Niet het begin dit jaar tot de Europese markt toegelaten middel lecanemab, dat de voor alzheimer zo kenmerkende eiwitplaques in de hersenen afbreekt. Niet het vaak voorgeschreven galantamine, een stof die de signaaloverdracht tussen hersencellen stimuleert.
Nee: het best werkende middel tegen alzheimer is een vaccin. Liefst 20 procent effectief in het voorkomen van de dementie, is die inenting, volgens een in april verschenen Brits onderzoek. Beslist geen wondermiddel dus. Maar, in elk geval op papier, een stuk betere score dan de schaarse procentpuntjes winst die bestaande medicijnen bieden. En het vaccin is gewoon verkrijgbaar. Het is de prik tegen gordelroos, die als het goed is binnenkort zal worden vergoed voor 60-plussers.
Met een beetje goede wil is er nog een middel dat helpt tegen alzheimer. Dat is valaciclovir, of een verwante stof zoals aciclovir (bekend als Zovirax) of famciclovir. Ook al gewoon verkrijgbaar, via drogist of huisarts, als pil of zalfje tegen een hardnekkige koortslip of virale oogontsteking. Het zijn middelen die de vermeerdering tegengaan van het herpesvirus. Mensen die hun koortslip of oogontsteking behandelden, hebben pakweg 10 tot 25 procent minder risico om later alzheimer te krijgen, schreef een team onderzoekers vorige maand in artsenblad The British Medical Journal.
En dat betekent nogal wat, in het succesarme wereldje van het alzheimeronderzoek. ‘Het is tijd om op te roepen tot actie. Om degenen die in de eerstelijnszorg werken en de bevolking in het algemeen hierover te informeren’, reageert hoogleraar epidemiologie Cornelia van Duijn op het koortsliponderzoek. Van Duijn studeerde en promoveerde in Nederland, voordat ze de overstap maakte naar de universiteit van Oxford. ‘Het kan al zo simpel zijn als: pas extra op als je een koortslip hebt, dat je het virus niet via je koffiekopje overdraagt op anderen’, zegt viroloog Werner Ouwendijk (Erasmus MC).
Lang was dit ondenkbaar. Virussen die dementie veroorzaken? Kom op zeg. Hersenonderzoekers wisten dat het niet kon kloppen. Voor alzheimer ís immers al een verklaring: proppen eiwitplaques in de hersenen, van het eiwit amyloïd. En voor wie scherper kijkt, klontjes van een eiwit genaamd tau in de afzonderlijke hersencellen.
Kan niet missen. Ruim de plaques en klontjes uit de weg en de ziekte is verslagen, zo luidt het heersende idee. ‘Ik denk dat veel onderzoekers in dit denkraam zitten’, zegt hoogleraar neuro-immunologie Elga de Vries (Amsterdam UMC). ‘Eiwitstapelingen zijn heel duidelijke, aanwijsbare zaken die je kunt zien en kunt aantonen bij de patiënt.’ Afgezien daarvan: ‘Iedereen loopt weleens een virale infectie op. Maar lang niet iedereen krijgt alzheimer’, zegt ze.
Maar een aanzwellende stroom ontdekkingen, meestal wat verstopt in de gespecialiseerde vakbladen, begint verandering te brengen in het denken. Er is zelfs sprake van een heuse ‘paradigmawijziging’, stelt de Britse psychiater Monty Lyman in zijn net verschenen boek Een immuun brein. ‘Ik begon zelf als scepticus, een jaar of tien geleden’, vertelt Ouwendijk. ‘Maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat er een relatie is tussen virusinfecties en dementie.’
‘Je moet oppassen dat je niet gaat denken: ik heb een virus, dús ik krijg alzheimer’, benadrukt De Vries. En omgekeerd: niet alle alzheimer zal worden veroorzaakt door virussen. Toch ‘is er wel wat veranderd’, ziet hoogleraar neurobiologie Elly Hol (UMC Utrecht). ‘Ik denk niet dat je kunt blijven ontkennen dat virusinfectie kan bijdragen aan het ontstaan van dementie. We hebben er afgelopen jaren bergen data bij gekregen. Daardoor maakt onze kennis nu grote sprongen.’
Dát er een diepzinnig verband bestaat tussen infecties en dementie, is nauwelijks nieuws. Bij een ernstige infectie kunnen ouderen een delier krijgen, een tijdelijke ontregeling van het brein die erg lijkt op dementie. En na de Spaanse griep van 1918 was er een plotse piek in parkinsonachtige verschijnselen, vertelt Jinte Middeldorp, neurowetenschapper bij het Rijswijkse centrum voor primatenonderzoek BPRC. ‘Op de achtergrond was deze gedachte altijd al aanwezig.’
Bovendien is een dement brein een ontstoken brein. ‘Dat zag Alois Alzheimer al, toen hij begin 20ste eeuw door zijn microscoop keek’, vertelt Hol. ‘Die ontsteking zit er altijd bij.’ Dat is vooral te zien aan de afweercellen genaamd microglia, die zo heten omdat hun ontdekker nog dacht dat ze een soort lijm (‘glue’) vormden tussen hersencellen. Bij de ziekte van Alzheimer slaan de microglia op hol. Ze rollen zich op en beginnen hersencellen te slopen, en zorgen ervoor dat vriendelijke onderhoudscellen genaamd astrocyten afgeleid raken van hun eigenlijke werk – het tiptop in orde houden van de communicatie tussen uw hersencellen.
Niettemin werd de Britse hoogleraar moleculaire biologie Ruth Itzhaki aanvankelijk weggehoond, toen ze in 1986 voor het eerst DNA van het herpesvirus aantoonde in hersencellen en hintte op een verband met alzheimer, vertelt ze, aan de telefoon vanuit Manchester. ‘Men dacht dat onze weefselmonsters vervuild waren met virussen van buitenaf. Er heerste sterk het idee dat het brein steriel is, vrij van virussen. Ik heb zelfs meegemaakt dat iemand boos wegliep bij een van mijn presentaties.’
Maar in Rotterdam zette een van Itzhaki’s onderzoeken Ouwendijk aan het denken. In die studie meende ze het herpes-DNA ook te zien in de plaques van dementerende ouderen. Alsof de plaques de virussen hadden ingevangen, besefte Ouwendijk. Nog meer veerde hij op toen een Amerikaans team in 2018 in de hersenen van overleden alzheimerpatiënten sporen vond van twee herpesvirussen. ‘Het interessante vond ik dat ze daar niet speciaal naar op zoek waren, maar naar álle virussen keken’, zegt Ouwendijk. ‘Waarna toch weer diezelfde herpesvirussen naar voren kwamen.’
Herpes. Het is een virusfamilie waarvan acht telgen rondgaan bij de mens. Van het virus voor de ‘zesde ziekte’ bij kinderen, tot het Epstein-Barr-virus voor de ziekte van Pfeiffer. In de hersenen duiken er vooral twee op: het koortslipvirus herpes simplex 1 en het virus van waterpokken en gordelroos herpesvirus 3, oftewel ‘varicella zoster’.
Dit zijn virussen die alom voorkomen. Zo’n acht op de tien mensen heeft afweerstoffen tegen herpes-1, een teken dat men er ooit mee besmet is geweest. En de pest is: eenmaal binnen, kunnen herpes-1 en herpes-3 zich ingraven in onze zenuwcellen, als een propje sluimerend erfelijk materiaal. ‘Na een infectie blijven ze daar levenslang zitten, als een latent virus, dat af en toe weer reactiveert’, vertelt Ouwendijk. ‘Meestal levert dat geen enkel probleem op. De infectie wordt gecontroleerd door je afweer. No problem at all.’
Maar soms gaat het mis, denken onderzoekers als Ouwendijk en Itzhaki. ‘Ons vermoeden is dat zo’n reactivatie van het herpesvirus in de verkeerde context, bij ouderen die al een genetische aanleg hebben om dementie te ontwikkelen of bij wie er al een beginnend stadium van dementie aanwezig is, een kettingreactie kan geven, de verkeerde kant uit’, zegt Ouwendijk. Het virus leeft op, het al wat oudere brein reageert – en raakt van slag.
Misschien, vermoedt De Vries, zijn de plaques écht wel de wanhoopspogingen van het brein om virussen te vangen, in een web van eiwitten. De microglia scheiden dan chemische alarmstofjes uit, als opdracht: snel, maak amyloïd! ‘Alleen zet je dan wel een proces in gang waardoor je steeds meer van die eiwitstapelingen krijgt, die op hun beurt weer die microgliacellen activeren. Dat blijft maar gaan. Het is heel ingewikkeld om dit proces te stoppen.’
Of misschien, een iets andere gedachte, is het een virusinfectie verderop die de dementie aanzwengelt, als een soort echo in het brein die ook daar het immuunsysteem aanzet. ‘Ik denk dat het een chronische ontsteking is waardoor mensen dement worden’, zegt Hol. ‘Een ontsteking waarbij de synapsen worden aangevallen of niet goed meer worden ondersteund.’
Ook allerlei andere stukjes passen in de puzzel. Neem de waarneming dat mensen die veel klappen tegen het hoofd krijgen, zoals boksers en voetballers, meer risico hebben op dementie. De groep van Itzhaki beschreef onlangs een wonderlijke reeks experimenten, waarbij men schaaltjes gekweekte hersencellen door elkaar schudde. Hun conclusie: klappen kunnen sluimerende herpesvirussen, letterlijk, wakker schudden.
‘Als ik moet gokken, denk ik dat misschien rond de helft van de alzheimergevallen wordt opgewekt door een of andere ziekteverwekker’, zegt Itzhaki. Daarbij denkt ze aan herpesvirussen, maar ook aan bepaalde bacteriën, zoals de mondmicrobe Porphyromonas gingivalis, die de bloedbaan kan binnenglippen via een slecht onderhouden gebit. Eerder onderzoek wees al uit dat alzheimerpatiënten met tandvleesontsteking wel zes keer zo snel cognitief achteruitgaan als patiënten met gezond tandvlees.
Niet dat de vlag nu opeens overal uitgaat voor de ontstekingstheorie. Op het congres de Dutch Neuroscience Meeting, vorige week in Tiel, vond de sessie over virussen plaats in het kleinste zaaltje, helemaal achter in het congreshotel. Maar, ook veelzeggend, dat zaaltje zat wél vol belangstellenden.
‘Met de vraag of virussen kanker kunnen veroorzaken ging het lange tijd net zo’, zegt neuropatholoog Marianna Bugiani (Amsterdam UMC), die er hoofdspreker was, voorafgaand aan de sessie. ‘Mensen die onderzoek doen naar neurodegeneratie hebben al hun theorieën, waarin ze zich hebben gespecialiseerd en waar ze hun carrière op hebben gebouwd.’
Maar nu de resultaten van de plaque-bestrijdende medicijnen tegenvallen, zwaait het zoeklicht weer naar de virussen. ‘Risicofactor nummer één voor dementie is en blijft ouder worden’, benadrukt Ouwendijk. ‘Daarnaast is er de genetica en zijn er een heleboel leefstijlfactoren: voeding, bewegen, overgewicht. Virussen zijn in dat samenspel maar een van de factoren. Maar wel een factor waaraan we wat kunnen doen.’
Reikhalzend zien experts uit naar de uitkomsten van een proef die afronding nadert, van de Columbia-universiteit in New York. Twee groepen van 130 ouderen krijgen daarbij dagelijks een pil herpesvirusremmer óf een placebo. ‘Als die antivirale middelen werken, is dat prachtig’, zegt Itzhaki. ‘Je zou dan kunnen denken aan een toekomst waarbij ouderen die gevoelig zijn voor dementie virusremmers krijgen. Net zoals ouderen met een gevoeligheid voor hart- en vaatziekten nu vaak cholesterolverlagende statines nemen.’
‘Als je durft te dromen, zou je zeggen: we moeten meer kijken naar antivirale middelen, of een cocktail daarvan’, mijmert ook De Vries. ‘Daarbij geloof ik wel in de kracht van vaccinaties. Ik kan me voorstellen dat je dit bij oudere populaties aankaart.’ Hoopgevend is dat andere onderzoekers in april meldden, in het vooraanstaande artsenblad Jama, dat het gordelroosvaccin ook in Australië het risico op alzheimer fors verkleint.
En misschien zijn er ook heel andere, soms vermijdbare, virussen met een lijntje naar dementie. Ook het RS-virus, mazelen, griep en de herpesvirussen Epstein-Barr en het cytomegalovirus worden ervan verdacht dementie op te wekken. Al zijn de aanwijzingen ‘veel minder sterk’, zegt Ouwendijk erbij.
Itzhaki wijst op een intrigerend, al meer dan twintig jaar oud Canadees onderzoek. Ouderen die waren gevaccineerd tegen onder meer kinkhoest en griep, kregen in de vijf jaar dat wetenschappers ze volgden 40 procent minder vaak de diagnose alzheimer. ‘Het is een associatie, niet per se een oorzakelijk verband’, benadrukt ze. Zo kunnen ongevaccineerde mensen ook ernstiger ziek worden, iets dat ook weer een voorspeller is voor dementie. Maar toch. Misschien dragen virussen zoals het griepvirus eraan bij dat het herpesvirus weer uit zijn schulp kruipt, daar in de hersenen, vermoedt ze.
In Manchester is Itzhaki, grondlegger van het vakgebied, tevreden. Al die jaren hoon en weigerachtigheid van collega’s en financiers. En nu ineens de lauwwarme douche van wereldwijde erkenning. Dat is ‘indeed a surprise’, zegt ze, in afgemeten Engels. ‘En welkom, na meer dan dertig jaar veronachtzaming en onverschilligheid. Er is best een hoop bewijs.’
Haar eigen man, een stuk ouder dan zijzelf, overleed drie jaar geleden, na tien jaar leven met dementie. In een persoonlijk essay schrijft ze er aangrijpend over. ‘Het was een rouwproces – het verlies van hem als persoon, van zijn geest, niet de dood van een lichaam. Hij bestond nog, maar leefde niet echt.’
Als iets haar motiveert, is dat het wel, vindt ze, zelf al jaren voorbij de pensioengerechtigde leeftijd. ‘Er zijn zoveel gezinnen die doormaken wat mijn gezin heeft doorgemaakt. En er zullen er nog veel meer volgen. Dat feit geeft me een van mijn voornaamste drijfveren om hiermee door te gaan.’
In het Rijswijkse centrum voor primatenonderzoek BPRC wijst neurowetenschapper Jinte Middeldorp op een microscoopfoto van een coupe – een extreem dun plakje – hersenweefsel van een aap, met in het midden een opvallende, rommelige veeg.
‘We vinden dit heel erg op plaques lijken zoals je ziet bij alzheimer’, zegt Middeldorp. ‘Ik zeg het heel voorzichtig, we hebben nog niet genoeg bewijs. Maar ik denk dat we niet moeten uitsluiten dat mensen die een corona-infectie hebben gehad, een hoger risico lopen op dementie. Ik vind wat we nu weten wel aanleiding om onze zorgen te uiten.’
Middeldorp is een van de auteurs van een opvallend, recent artikel in The Lancet Neurology: wie een corona-infectie doormaakte, heeft in de twaalf maanden daarop een ongeveer 3,5 keer verhoogd risico op alzheimer. Dat kan tijdelijk zijn en een verdrievoudiging van een heel klein risico blijft nog steeds een klein risico. Maar toch: ‘Omdat iedereen sars-cov-2 heeft gehad, maak ik me misschien toch wel een beetje zorgen’, drukt Middeldorp zich behoedzaam uit.
In nog ongepubliceerde experimenten met kleine aantallen apen vindt Middeldorps groep de aanwijzingen opnieuw. Zo zagen de onderzoekers zeven weken na corona-infectie subtiele signaaltjes in het bloed en op hersenscans die erop wijzen dat het spookt, in de hersenen van de dieren. Ook verschoof in hersenvloeistof de balans tussen twee verschijningsvormen van het beruchte ‘alzheimereiwit’ amyloïd. ‘Dat is hetzelfde als wat we bij alzheimer zien’, zegt Middeldorp.
Andere onderzoekers delen haar zorgen. Op de Dutch Neuroscience Meeting 2025, vorige week in Tiel, presenteerde neuropatholoog Marianna Bugiani (Amsterdam UMC) de resultaten van haar onderzoek naar de hersenen van 27 mensen die in de beginfase van de pandemie aan covid overleden. Onder de microscoop zag ze onder meer hersencellen met zwaar beschadigde uiteinden, en cellen met knoopjes van het voor alzheimer zo kenmerkende eiwit tau erin. ‘Die cellen proberen af te komen van wat het ook is dat zich in deze hersenen heeft opgehoopt’, beschrijft Bugiani. ‘Ik vind dat we dit onder de aandacht moeten brengen.’
Dat het coronavirus zelf de hersenen kan binnendringen, is overigens nooit bewezen, erkent Bugiani. Wel vond ze bij de aan covid overleden patiënten onderdelen van het virus in het brein, zoals het uitsteekseleiwit ‘spike’. Dergelijke eiwitten zijn misschien via lekkende bloedvaatjes binnengeglipt, denkt ze.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant