Home

Onze weekendgids tassenontwerper Jérôme Dreyfuss weet dat vrouwen gewoon een mooie tas willen (inderdaad: van echt leer)

Tassenontwerper Jérôme Dreyfuss opent binnenkort zijn eerste winkel in Nederland. Hij werd bekend met zijn subtiele leren tassen, degelijk en zonder schreeuwerige merken.

‘Ik zou de croissant bestellen, die smaakt hier hetzelfde als in Parijs’, zegt de Franse tassenontwerper Jérôme Dreyfuss (51) op een woensdagochtend in een koffietentje in hartje Amsterdam. Over twee weken opent hij vlakbij zijn eerste winkel in Nederland.

Voorafgaand aan het interview laat Dreyfuss zijn nieuwe boetiekje zien, van zo’n twintig vierkante meter, de muren zijn nog nat van de verf. Zijn tassen wil hij etaleren op donkere houten planken die al langs de muren hangen. Ze zijn allemaal gemaakt van het hout van één boom, die hij liet kappen in het bos naast zijn huis in Fontainebleau, ten zuidoosten van de Franse hoofdstad.

‘Voor de winkelinrichting wilde ik iets kiezen met zo min mogelijk vervuiling’, zegt Dreyfuss. Daarom liet hij die boom kappen, in plaats van hout van ver te laten komen. ‘Ken je de Japans-Amerikaanse kunstenaar George Nakashima, uit de jaren vijftig en zestig? Hij vervaardigde meubels van ruwhout, met respect voor de natuurlijke vorm van het materiaal. Dat vormde mijn inspiratie voor de winkel.’

De tassen van Dreyfuss zijn te herkennen aan drie kleine gouden studs in de hoeken, zijn subtiele logo. De meeste modellen die hij verkoopt zijn tijdloos, zoals de ‘Lulu’: een klein leren tasje met een lang kettinghengsel dat over de schouder valt. Daardoor kunnen ze lang mee.

Liever om de twee jaar één mooie tas van leer, dan elk jaar twee van polyester, vindt Dreyfuss. ‘Vegan leer klinkt mooi, maar er zit veel onzin achter. Om ananas- of paddenstoelenleer te verlijmen, is lijm uit de olie-industrie nodig. Sommige campagnes geven jongeren het idee dat nepleer per definitie de duurzamere keuze is. Het is compleet gestoord.’

Waarom is dierenleer dan wél verantwoord? ‘De vleesindustrie produceert jaarlijks zo’n 17 miljoen vierkante meter dierenhuid, moeten we dat dan weggooien, of er iets moois van maken, zoals een tas?’ Zijn leer komt uit Frankrijk, Italië en Spanje: landen waar hij de productie kan controleren. Dreyfuss: ‘Het komt van producenten die we kennen en waarvan we weten dat ze duurzaam werken.’

‘Billy, Bobbi, Léon’: de tassen hebben allemaal mannennamen, een subtiele manier om de vrouw centraal te stellen. Dreyfuss: ‘De man is hier een metgezel, een detail dat zij kiest en aan haar arm draagt.’

Op zijn 17de vertrok Dreyfuss naar Parijs om mode te studeren, maar hield het na drie maanden voor gezien. ‘Leren ontwerpen met zoveel regels, alsof het rechten is, leek me nergens voor nodig’, zegt Dreyfuss. Veel liever leerde hij het vak in de praktijk als assistent van John Galliano, destijds een van de grootste couturiers van Parijs, beroemd om zijn extravagante shows en ontwerpen vol historische verwijzingen.

Op zijn 23ste presenteerde hij zijn eerste damescollectie met modeshow. Omdat hij niet kon naaien, gebruikte hij tape; zijn topstuk was een korset van plakband, compleet met gaatjes en een koord om het strak aan te trekken. De modepers doopte hem tot ‘enfant terrible’. In hetzelfde jaar won hij de prestigieuze ANDAM-prijs, en een jaar later vroeg Michael Jackson hem de kostuums te ontwerpen voor zijn album Invincible.

Maar na een etentje waarbij de vriendinnen van zijn vrouw binnenkwamen met canvas boodschappentassen, besloot hij het roer om te gooien. Hij snapte er niets van: waarom zoiets eenvoudigs dragen als je ook een mooie leren tas kon hebben? Dreyfuss: ‘Ze wilden niet rondlopen met grote logo’s van Chanel, Dior of Balenciaga. Sommige vrouwen willen gewoon een mooie tas, zonder schreeuwend merk.’

Waarom heeft hij de Nederlandse hoofdstad gekozen voor een nieuwe winkellocatie? Voor Dreyfuss voelt Amsterdam als het Los Angeles van Europa. ‘Parijs is meer New York: druk, chaotisch. Hier is het vrijer. Ik hou van de fietsen, de rust – iets wat ik in Parijs echt mis. Daar zijn we hard voor elkaar, vooral ’s ochtends op de fiets, als honden’, zegt Dreyfuss. ‘En ja, het klinkt misschien wat toeristisch, maar ik hou van het idyllische beeld: een winkel aan de gracht. Ik zag dit pand en wist meteen: dit is het.’

Restaurant: Derrière in Parijs

‘Dit restaurant in Parijs is van twee Arabische broers die in een buitenwijk zijn opgegroeid. Eenmaal verhuisd naar het centrum kenden ze niemand, nu is het een van de bekendste restaurants van de stad. Hun succes zit ’m in iets eenvoudigs: ze zijn gewoon aardig. In Parijs is dat zeldzamer dan je denkt.

‘Mijn vrouw en ik hebben te weinig tijd om zelf etentjes te organiseren, dus spreken we graag hier af, het voelt er als thuis. Van binnen ziet het eruit als een typisch appartement in Parijs, met parketvloer en hoge plafonds, inclusief een bed midden in de kamer. Je kan er zelfs pingpong spelen.

‘Mijn avonden eindigen hier dansend op de tafel. Want ik drink eigenlijk geen alcohol, maar hier wel, omdat een vriend mij altijd overtuigt om ‘één glaasje’ te nemen. Ik heb Madonna weleens in een hoekje zien zitten, maar geen hond die het interesseerde. En juist dat maakt het zo goed: het is grappig dat Madonna er is, maar niemand doet er moeilijk over. Iedereen is er gewoon om plezier te hebben.’

Kunstenaar: Isamu Noguchi

‘De Japans-Amerikaanse kunstenaar Isamu Noguchi, die in de leer is geweest bij de Roemeense beeldhouwer Brancusi, is een van mijn favoriete kunstenaars. Hij werkte met natuursteen, zoals graniet en marmer, en gaf zijn prachtige sculpturen zachte, organische vormen die een gevoel van rust en harmonie uitstralen.

‘Die vormen zie je ook terug in zijn lampen van rijstpapier. Ik heb twee huizen, en in beide hangen er een heleboel. Vooral ’s avonds zijn ze prachtig, zo licht en fragiel dat je ze zachtjes ziet bewegen in de lucht. In Fontainebleau, even ten zuiden van Parijs, heb ik een glazen huisje in het bos. Als we daar de lampen aanzetten, zie je de bomen weerspiegeld in het glas. Dan weet je niet meer of je binnen of buiten bent.

‘Bij Ikea verkopen ze een namaakversie voor 3 euro, maar die van Noguchi worden nog steeds met de hand gemaakt in een werkplaats in Kyoto. Ik heb het zelf gezien. Alles draait daar om verfijning. Het was alsof ik door een boek van schrijver Haruki Murakami liep, zo dromerig en vol aandacht voor het kleine. Ik zou er graag nog eens naartoe willen, maar ik heb geen tijd – een echt luxeprobleem.’

Museum: Centre Pompidou in Parijs

‘Parijzenaren noemen dit museum ‘Beaubourg’, vernoemd naar de historische arbeiderswijk. Als tiener kwam ik er elke herfst, wanneer ik mijn broer en zus bezocht die in Parijs studeerden. Ik kende verder niemand in de stad, dus bracht ik uren door in het museum. Het raakte me, zonder dat ik precies wist waarom.

‘De programmering is altijd interessant. Er hing veel werk van kunstenaars uit de tijd rond de Tweede Wereldoorlog; het deed me denken aan mijn grootouders, die van die kunst hielden. Ik ontdekte er Andy Warhol, maar ook talloze onbekende namen. En dan dat gebouw: een stalen buizenconstructie, totaal anders dan de klassieke Haussmann-stijl die je in de rest van Parijs ziet, maar het past perfect in de stad. Vanaf het dak heb je een van de mooiste uitzichten over de hoofdstad.

‘Ik was er vorige week nog. Donderdagavond is het tot middernacht open – dan is het bijna leeg. Toen mijn zoon klein was, gingen we elke donderdag samen: eerst het museum, dan uit eten. Ons ritueel.

‘We zaten vaak bij Café Beaubourg, aan het plein. Mijn vrouw vroeg laatst nog: waarom wil je daar zó graag heen? Omdat daar alles nog precies is zoals toen ik kind was. En vanaf het raam zie je altijd iets gebeuren: muzikanten, skateboarders, toeristen die mini-Eiffeltorens kopen van straatverkopers. Voor mij is dat Parijs: de stad waar ik als tiener van droomde.’

(Centre Pompidou gaat deze herfst dicht voor een ingrijpende renovatie om in 2030 weer heropend te worden, red.)

Stad: Parijs

‘Ik heb nog nooit een plek meegemaakt die zo rijk is aan cultuur als deze. Het zit in het ritme van de Parijzenaren: in New York gaan mensen als ze zich vervelen shoppen. Hier bekijk je een tentoonstelling.

‘In cafés ontmoet je altijd interessante types. De dj’s die ik nu zie optreden op de grootste festivals, ken ik van vroeger uit de cafés in Le Marais, de wijk waar ik woon. We waren twintigers en droomden hardop: ‘ik word ooit tassenontwerper’, ‘ik word ooit beroemd.’ En het gebeurde nog ook. De buurt voelt als een klein dorp, een beetje zoals Amsterdam. Veel mensen zeggen dat Parijs heftig is; dat het druk is en de mensen onaardig, maar dat geldt vooral voor de rijkere wijken aan de andere kant van de stad.

‘Het beste verken je de stad op de fiets, dat kan inmiddels bijna net zo goed als in Nederland. Tien jaar geleden zag je bijna geen fietspaden, nu is de stad ermee gevuld. Onze burgemeester Anne Hidalgo heeft daar echt aan bijgedragen. Ook is de lucht daardoor een stuk schoner.’

Muzikant: Nina Simone

‘Als ik Nina Simone hoor, krijg ik kippenvel. Ze raakte me meteen: haar stem, haar verhaal. Als jonge zwarte vrouw werd ze geweigerd aan het conservatorium vanwege haar huidskleur. Geen muziekopleiding? Dan maar spelen in de kerk. En langzaam bouwde ze aan een carrière die haar een van de grootste zangeressen ooit maakte. Als ze Ne Me Quitte Pas van Jacques Brel zingt, die woorden over iemand die niet wil dat zijn geliefde hem verlaat, en dan haar stem erbij, ongelofelijk. Ik luister dagelijks naar haar, het liefst via een speaker, maar in de trein gebruik ik een koptelefoon. Op de fiets niet, dat vind ik levensgevaarlijk.

‘Ze staat symbool voor alle zwarte muzikanten die in de jaren vijftig en zestig vochten voor erkenning. Dankzij hen is er vandaag ruimte voor zwarte artiesten. Die geschiedenis mogen we niet vergeten, racisme is er nog steeds, elke dag.

‘Haar karakter! Heb je haar optreden op het Montreux Jazz Festival in 1976 gezien? Ze kwam op, ging achter de piano zitten, begon te spelen en vroeg tienduizend mensen om stil te zijn. Toen iemand toch bleef praten, stond ze op en liep weg.’

Modeontwerper: Jean Paul Gaultier

‘Jean Paul Gaultier was enorm belangrijk voor mijn generatie ontwerpers en voor de queer community. In de jaren tachtig en negentig was het nog moeilijk om openlijk gay te zijn. Gaultier maakte het normaal, op een speelse, vanzelfsprekende manier: zijn shows zaten vol mannen in rokken, tule, korsetten met puntborsten, Indiase prints. Hij gooide gender en cultuur in de blender en maakte er mode van. Veel vrienden van mij konden zich dankzij hem vrijer uiten. Zijn shows waren magisch. Ik was begin 20 en probeerde soms stiekem binnen te komen. Zijn India-show herinner ik me nog goed: het Amerikaanse model Christy Turlington als Indiase godin, tule T-shirts, sari’s en goud. Gaultier eerde culturen in plaats van ze te exploiteren.

‘Ik vind het ook geweldig dat de nieuwe creatief directeur een Nederlander is: Duran Lantink. Het is altijd lastig om zo’n icoon op te volgen, maar ik heb vertrouwen in hem. Zijn laatste show met Bretonse streepjes, spannende volumes en androgynie – je zag een een man met nepborsten en een vrouw met een siliconen sixpack – was grappig en eigenzinnig. Mijn vrouw en ik zijn fan. Ik hou ervan als jonge ontwerpers écht iets nieuws proberen, in plaats van iemand anders te kopiëren.’

Ontwerper: Isabel Marant

‘Mijn partner Isabel Marant is zonder twijfel mijn favoriete ontwerper. Ze begrijpt echt wat een vrouw dagelijks wil dragen. Niet wat een fantasievrouw in het hoofd van een man nodig heeft. Als ik op straat vrouwen zie in kleding van Isabel, denk ik altijd: ja, die hebben het begrepen. Het is stijl, maar zonder moeite. En dat is voor mij waar mode om draait: je goed voelen in wat je draagt.

‘Ik hou ook van Miuccia Prada, op een andere manier. Zij begrijpt vrouwen ook goed, maar met een meer intellectuele benadering. Het gaat haar minder om schoonheid, meer om zelfvertrouwen. Of Coco Chanel: voordat zij met haar designs kwam, zaten vrouwen nog in korsetten. Zij begreep dat mannen al lang in comfortabele onderkleding rondliepen, en gebruikte dat materiaal om vrouwenkleding van te maken. Geniaal.

‘Ik ontwerp zelf tassen, en ik zie het precies zo. Veel tassen zijn veel te zwaar: leuk als je een chauffeur hebt, maar mijn klanten nemen gewoon de metro of de fiets. Dus het moet praktisch zijn, licht, sterk. Isabel begrijpt dat ook, bijvoorbeeld met haar chiffon rokjes. Ze vallen soepel rond het lichaam, alsof je in een pyjama loopt, maar dan stijlvol.’

Kledingstuk: spijkerbroek

‘Voor mij is een goede spijkerbroek het belangrijkste kledingstuk dat er is. Een man heeft eigenlijk niet veel nodig: een jeans, een T-shirt, een sweatshirt en je bent klaar. Het is makkelijk: je wast het, je trekt het aan, en het ziet er altijd goed uit.’

‘Ik kleed me meestal niet extravagant. Maar ik draag wel altijd iets wat ik écht mooi vind. Zoals nu, een oude jas van het Franse label Marithé et François Girbaud. Ken je dat? Het zijn Franse ontwerpers die het stonewash-proces voor het eerst op grote schaal hebben toegepast. Vroeger kocht je jeans die nog donkerblauw waren, en zij begonnen die met stenen in wasmachines te gooien om dat verweerde effect te krijgen. Dat was revolutionair.

‘Die jas is een tikje opvallend door de steengewassen details, ja, maar ik hou ervan om één bijzonder item te dragen. En mijn jeans? Die haal ik uit de winkel van mijn vrouw. Ze maakt spijkerbroeken met borduursel langs de zijkant. Alles draait om vakmanschap. En ze zijn gewoon cool.’

Cv Jérôme Dreyfuss

1974 Geboren in Nancy, Frankrijk.
1991 Dreyfuss gaat naar Parijs om aan de particuliere modevakschool L’École Esmode te studeren.
1995 Hij sluit zich aan bij het team van John Galliano, waar hij het vak leert en zijn vaardigheden verfijnt.
1997 Gaat werken bij een modellenbureau in Parijs.
1998 Presentatie van ‘Couture à Porter’, zijn eerste prêt-à-porter collectie voor vrouwen. Dreyfuss wint de ANDAM, een prestigieuze Franse modeprijs.
1999 Ontwerpt de pakken voor Michael Jacksons Invincible-album. Hij wint de modeprijs voor ontwerper van het jaar. In hetzelfde jaar wint hij ook de Franse modeprijs ‘Les Vénus de la Mode’ voor opkomende talenten.
2002 Presentatie van de accessoirecollectie ‘Roots de luxe’ met luxe tassen.

Jérôme Dreyfuss is getrouwd met modeontwerper Isabel Marant, ze hebben een zoon, Tal, en wonen in Parijs.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next