Op Curaçao wonen tientallen ouders die gevlucht zijn voor de Nederlandse overheid. Zie werden slachtoffer van het toeslagenschandaal. Op Curaçao is geen vangnet zoals in Nederland. "Maar wel een overheid die ons vertrouwt."
Erica Wever vluchtte zelf in 2008 voor de Belastingdienst uit Nederland. Het toenmalig raadslid werd onterecht als fraudeur aangewezen en had ineens een schuld van ruim 40.000 euro. "Ik heb lang geprobeerd om onder de radar te blijven, maar uiteindelijk vond de Belastingdienst me wel."
De 52-jarige Curaçaose is een van de ruim 42.000 slachtoffers van het toeslagenschandaal, van wie 70 procent een migratieachtergrond heeft. De overheid wees ouders onterecht aan als fraudeur, waardoor met hoge schulden werden opgezadeld. In het ergste geval plaatste jeugdzorg kinderen uit huis.
"De Nederlandse overheid handelde vanuit wantrouwen en hielp burgers in de ellende", vat Wever het samen. Veel ouders sloegen net als zij op de vlucht naar het buitenland. "Ik wilde ergens naartoe waar ik niet werd gediscrimineerd en waar de overheid mij vertrouwde", zegt Wever.
Daarvoor moest ze wel haar werk als SP-raadslid vaarwelzeggen. Daarnaast leidde ze migrantenvrouwen op met haar eigen leerbedrijf in Amsterdam. "Ik heb alles moeten opdoeken om weer vooruit te komen."
Wever nam haar kinderen mee naar Curaçao en vertrok onder het mom van vakantie. Maar haar kinderen gingen niet meer terug naar Nederland. "Ze hebben geen afscheid kunnen nemen van hun vriendjes en familie."
Van de "aaneenschakeling van ellende", zoals Wever het noemt, heeft vooral haar oudste zoon nog last. "Ik zie het vaker bij de oudste kinderen van gedupeerde gezinnen", zegt ze. "Zij hebben nu de onafgemaakte studies, schulden en mentale problemen. Dat doet pijn."
Op Curaçao heeft Wever inmiddels een lotgenotengroep opgericht waar zo'n honderd gevluchte ouders komen. "We helpen mensen die vermorzeld worden door de regeltjes van de overheid", zegt ze. Tijdens sessies met de lotgenotengroep gaat het bijvoorbeeld over hun rechten, emoties en herstel. Ze vragen zich ook af hoe ze financieel verder moeten nadat ze hun geld terugkrijgen.
Ouders op de Caribische eilanden die nog niet als gedupeerde zijn erkend krijgen nog geen hulp vanuit de overheid. "Dat is het moeilijkste deel voor de ouders", zegt Wever. Sommigen wachten al twee jaar op erkenning en komen in die periode nog verder in de problemen. "Het is een en al ellende."
Als ouders eenmaal zijn erkend, mogen ze naar het Ondersteuningsteam voor ouders in het Buitenland (OTB). Die hulp is vergelijkbaar met de hulp die gemeenten in Nederland bieden op het gebied van bijvoorbeeld financiën, gezondheid en gezin.
Ook heeft Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH) twee nieuwe plekken op Curaçao geopend waar ouders hun verhaal kunnen doen. SGH werkt met vrijwilligers die het verhaal opschrijven van de ouders, over bijvoorbeeld het verliezen van een huis of baan.
Daarna bekijkt een letselexpert wat voor schadevergoeding hoort bij de gebeurtenissen. Dit is een van de manieren waarop gedupeerden aanvullende schade vergoed kunnen krijgen. "Er is zeker animo voor deze schaderoute", zegt Wever.
Maar geld is niet alles voor deze ouders. "Hoe ga je herstellen als je twintig jaar achtervolgd bent?", vraagt Wever zich af. "Dat kost tijd. Het is continu vechten tegen het onrecht dat ons is aangedaan."
Komende week komt verantwoordelijk demissionair staatssecretaris Sandra Palmen (Toeslagen) met meer duidelijkheid over het vervolg van de hersteloperatie. Daar gaat onderstaand artikel over.
Source: Nu.nl economisch