De TT van Assen bestaat honderd jaar. De hoogmis van de motorsport in Nederland, die op de wedstrijddag zo’n 150 duizend toeschouwers trekt, is voor liefhebbers hun jaarlijkse hoogtepunt. ‘Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik er niet bij ben.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Albert Braam (76) neemt zijn gevolg mee naar de garage bij zijn huis in Hooghalen, Drenthe, om naar muziek te luisteren. Althans, muziek? Dit is zijn symfonie, al zet hij dan zelf een koptelefoon op, ter bescherming van zijn gehoor. In de schuur staat zijn groene Benelli waaraan hij eindeloos sleutelde, een motor naar een model van de legendarische, allang overleden Italiaanse motorcoureur Renzo Pasolini.
Hij start de motor en draait op verzoek de hendel open. Een oorverdovend gebrul vult de ruimte. ‘Anderen zeggen: lawaai. Ik zeg: muziek. Kijk naar de haartjes op mijn armen. Ze staan rechtop. Ik kan wel huilen, zo mooi als dit is.’ Braam varieert in de minuten daarop met het gegrom van de viertaktmotor. Op de uitlaat van deze klassieker zitten geen dempers. Het is een bijna gorgelend geluid. Even schrapen, voor de eruptie.
De TT (afkorting voor Tourist Trophy) van Assen bestaat honderd jaar. Het is de hoogmis van de motorsport in Nederland, gehouden in de ‘kathedraal van de snelheid’, zoals ze het circuit plechtig noemen. Het festijn vindt altijd plaats in het laatste weekeinde van juni. De wedstrijden voor de stand van het WK worden tegenwoordig op zondag gehouden, in plaats van op zaterdag, zoals vroeger.
De TT is ook een kwestie van een eeuw lang ontwikkelen van motoren, op steeds modernere circuits: van een ronde over de openbare, niet overal verharde weg rond Grolloo en Rolde bij de ouverture in 1925, tot het circuit van 4,4 kilometer in Assen tegenwoordig. De TT, met rond de 150 duizend toeschouwers op de wedstrijddag, is tevens de jaarlijkse liefdesverklaring aan de motorsport.
De normaliter rustige provinciestad Assen bruist een week lang; er zijn feesten, er is volop vreugde en sfeer, met de zogenoemde Nacht van Assen voor de wedstrijddag als hoogtepunt. En als het weer afgelopen is, is er de indrukwekkende uittocht van motoren. De wedstrijden zijn op een circuit dat speciaal voor motoren is aangelegd en mede daarom geliefd is bij de coureurs. De namen van de winnaars zijn vereeuwigd in de zogenoemde ‘tunnel of fame’.
Iedereen heeft zijn favoriete plek. Voor velen is dat de chicane, die bekendstaat als de Geert Timmerbocht, kort voor de streep. Op bepaalde stukken kunnen coureurs versnellen tot boven de 300 kilometer per uur. De TT is ook, zeker voor de toeschouwers, een zaak van diepzinnig praten over motoren, tot in het kleinste detail. Elkaars machines bewonderen. Samen kijken naar de besten onder de coureurs die hun brood verdienen met de racerij. De geur opsnuiven van benzine; het parfum van Assen, zoals dat heet. De snelheid ervaren, wind op de kop, blijheid en vrijheid in het hoofd.
Johan de Vries (65) uit Rolde stapte met een vriend op het fietsje, toen hij een jaar of 7 was, en volgde alleen de Caltex-pijlen (een sponsornaam) naar het circuit. Hij wist niet wat hem te wachten stond. Het was gewoon een spannend avontuur. Eenmaal bij het circuit raakte hij betoverd door het geluid, de drukte en de magie van de racerij. ‘Ik ben altijd blijven komen.’
Jaren later, toen hij allang verslaafd was aan de sport, leerde hij Barry Sheene kennen, zijn eeuwige favoriet. Een Britse coureur, overleden in 2003 aan een ziekte. ‘Hij rookte als een ketter en hij is veel gevallen tijdens zijn loopbaan. Hij leefde zwaar. Maar het is ook zo dat hoe vroeger je dood gaat, hoe groter je zult zijn als legende. Barry was flamboyant. Hij zag er goed uit en trouwde met een fotomodel. Hij was een soort David Beckham avant la lettre.’
Sheene raakte bevriend met het gezin De Vries. Ze troffen elkaar in binnen- en buitenland. De eerste zoon van De Vries en zijn echtgenote Hennie heet Barry. Hoe kon het anders? ‘Dat was al bekend, ruim voordat hij was gemaakt.’ Alle drie de zoons houden ook van de motorsport. Het hele gezin is er gek op. De Vries leidt zijn bezoek naar de tuin, naar de garage, waar hij sinds zijn pensioen werkt aan een werkelijk fantastisch museum, alleen over Sheene.
Ontzagwekkend, zoveel als De Vries heeft verzameld over zijn favoriet, per jaar gerangschikt. Oneindig veel helmen en andere relikwieën. Een speciale handschoen met ruimte voor slechts een halve pink, want Sheene verloor bij een valpartij eens zijn halve pink omdat de motor over zijn hand schoof, en liet sindsdien passende handschoenen maken. Boeken en plakboeken vol met Sheene en diens lange, wapperende haar en vriendelijke lach. Foto’s met boodschappen en dankbetuigingen aan Sheene, winnaar van de TT in 1976 in de destijds zwaarste klasse, de 500cc. De Vries: ‘Sheene werd ook wereldkampioen in dat jaar, in hetzelfde jaar als James Hunt in de Formule I. Ook een Brit.’
Alles is extra mooi en historisch, tijdens het eeuwfeest. Alle motoren van Nederlandse winnaars sinds de verhuizing naar het huidige circuit in 1955 zijn verzameld in Drenthe, voor foto’s en andere sessies. Van Paul Lodewijkx (1968, 50cc, Jamathi), Wil Hartog (1977, 500cc, Suzuki), Jack Middelburg (1980, 500cc, Yamaha), Hans Spaan (1989, 125cc, Honda), Egbert Streuer/Bernard Schnieders (1987, Yamaha, zijspan) en Streuer/Brown (1991, Yamaha, zijspan). Braam mocht de motor van Spaan bij hem thuis in Noord-Holland ophalen. Geweldig.
De Vries en Braam zijn vergroeid met de TT. Het is hun jaarlijkse hoogtepunt. Braam: ‘Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik er niet bij ben.’ Een jaar bestaat voor hen uit twee delen: voor de TT en na de TT, en nu de TT honderd jaar bestaat, gaat het feest sowieso niet onopgemerkt voorbij. Er is een speciale munt, alsmede een film in de bioscoop.
De magie van de TT, van de makers van Dutch Angle TV, is ruim anderhalf uur nostalgie met beelden die voortdurend overgaan van zwart-wit naar kleur, van toen naar nu. Voormalig winnaar Wil Hartog vertelt onder meer over ‘een bepaalde dans’, als hij het heeft over laveren over het circuit. Het is ritme, denken in lijnen, platliggen in de bochten. ‘En als je uit de maat danst, gaat het niet goed.’ De zege van de ‘witte reus’ Hartog was het hoogtepunt in zijn leven, zo wil hij wel toegeven.
De Vries en Braam verzamelen zelf ook motoren. Braam was, toen het circuit nog langs de boerderij liep waar hij al 76 jaar woont, voor het eerst mee in de kinderwagen met zijn moeder. Hij was meteen verkocht. ‘Ik raakte besmet met het virus. Ik kan er ook niets aan doen.’ Jarenlang verrezen er tribunes voor de boerderij, met drie ramen op de bovenverdieping, waar zes personen de wedstrijden konden aanschouwen, voor 10 gulden per kaartje. Twee per raam, ook in de slaapkamer van zijn ouders. Dat betekende een opbrengst van 60 gulden per dag. ‘Boeren verdienden tijdens de week van de TT soms meer dan tijdens een jaar werken op het land.’
Braam voerde als kind zijn brommer op en haalde pas op zijn 40ste het rijbewijs voor de motor, want zijn moeder had nooit toegestaan dat hij op een motor reed, angstig als ze was vanwege een neef die op zo’n vehikel was omgekomen. Hij speelde Wil Hartog tijdens de muziek- en theatervoorstelling Jumping Jack, die twaalf keer op het circuit werd opgevoerd. De poster van het optreden hangt prominent in zijn woning. Trots dat hij was.
Natuurlijk is er ook kritiek op de TT. Al dat lawaai, al die benzine, de ongezonde dampen, de schade voor het milieu. Al die duizenden mensen in een normaal zo rustig gebied, met al hun vervuiling en herrie. Maar de TT is ook een kwestie van provinciale trots. Het is een economische trekker voor Drenthe. Of, zoals directeur Peter Oosterbaan zegt in de film De magie van de TT: de oprichting hielp de armoede in Drenthe bestrijden. Daar was niet zoveel te doen, maar sinds de TT richtte eens per jaar de blik zich massaal naar het noorden, naar Assen.
Johan de Vries heeft nog nooit zoveel zin gehad in de TT als deze keer. Zondag, na de officiële wedstrijden, is hij gastheer bij de parade van legendarische motoren: het eerbetoon aan de TT en zijn rijders. Zelfs de legendarische Italiaanse coureur Giacomo Agostini, 83 jaar, rijdt mee.
De magie van de TT draait nog in enkele bioscopen.
Mischa van den Berg: 100 jaar TT Assen. Noordboek-Van Gorcum; 320 pagina’s; € 69,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant