Tarievenoorlog De grote Europese industrielanden, die de Amerikaanse importheffingen het meest voelen, voeren de druk op de Europese Commissie op om snel een handelsdeal te sluiten met de VS.
Een containerschip in de haven van Los Angeles, Californië. De importheffingen die de VS invoerden voor producten uit de EU veroorzaken nu al veel pijn in de grote Europese industrielanden.
Een aantal Europese landen voert de druk in Brussel op om snel tot een handelsakkoord te komen met de Verenigde Staten te komen. Liever een matige deal dan geen deal, redeneren Europese leiders als Friedrich Merz (Duitsland), Emmanuel Macron (Frankrijk) en Giorgia Meloni (Italië). De grote Europese industrielanden voelen nu al de pijn van hoge Amerikaanse invoerheffingen en vrezen het vooruitzicht van de hogere heffingen die president Donald Trump dreigt op te leggen.
Met hun boodschap zetten Merz, Macron en Meloni de Europese Commissie voor het blok. De Commissie voert namens de hele EU de gesprekken over de handel met het Witte Huis, maar overlegt daarbij voortdurend met de 27 landen. En die beginnen ongeduldig te worden.
„Veel te gecompliceerd”, noemde Merz de onderhandelingen begin deze week op een industrietop in Berlijn. De EU zou niet moeten onderhandelen over „vier-, vijf-, zeshonderd verschillende tariefcodes”, zei de bondskanselier, maar kan beter een akkoord op hoofdlijnen sluiten en voorrang geven aan een speciale behandeling voor strategische sectoren. Als voorbeeld noemde hij auto’s, chemie, farmaceutica en machinebouw, gevolgd door staal en aluminium – niet geheel toevallig pijlers van de Duitse economie.
De groeiende druk op de Commissie laat zien dat het besef is ingedaald dat de importheffingen die president Trump introduceerde niet geheel van tafel zullen gaan. De vraag is nu hoe hoog de heffingen zullen uitvallen, en waar de EU uitzonderingen kan bedingen. Ook het Nederlandse kabinet heeft zich erbij neergelegd dat de heffingen in enige vorm intact zullen blijven.
„Het zou goed zijn om te kijken of je een overeenkomst kan sluiten op een paar hoofdpunten, in plaats van dat je alles in detail uitwerkt”, zei premier Dick Schoof donderdagavond na afloop van de EU-top in Brussel. „Dan heb je in de weken die je nu nog te gaan hebt een grotere kans om tot overeenstemming te komen.” Hij voegde eraan toe dat „mijn favoriete percentage nul is” als het om de hoogte van de heffingen gaat, maar erkende direct dat dit „wel de minst reële uitkomst zal zijn”.
„De beste wederzijdse heffing tussen de VS en de EU, zeker in de huidige geopolitieke context, zou nul tegen nul zijn”, zei ook Macron na de top. „Als het tien tegen tien moet zijn, het zij zo.” Eerder deze week zei Meloni dat de heffing van 10 procent „geen enorme impact voor onze bedrijven heeft”.
Vanaf 9 juli dreigt president Trump Europese goederen te belasten met importheffingen van maar liefst 50 procent. De afgelopen dagen ontstond enige hoop dat de VS die heffingsregen wellicht tot later uitstellen. Tegelijkertijd heeft de Europese economie het nu al lastig door de handelsheffingen die Trump kort na zijn aantreden invoerde.
Sinds het voorjaar gelden al importheffingen van 25 procent op staal, aluminium en auto’s en 10 procent op bijna alle andere goederen die de VS uit de EU importeren. Elke dag spekt de Europese export nu de Amerikaanse schatkist met miljarden, terwijl de concurrentiepositie van Europese bedrijven is verzwakt.
De EU zit in een lastig parket door de heffingen. Aan de pijn twijfelt niemand. Onlangs werden de Europese groeiverwachtingen al teruggeschroefd als gevolg van Trumps heffingenbeleid. Maros Sefcovic, de Eurocommissaris voor Handel die de gesprekken met de Amerikanen voert, beschouwt de huidige hoge heffingen voor een aantal sectoren als „onhoudbaar”, zei hij deze week. „Als je kijkt naar de auto-industrie, zie je: die is duidelijk aan het bloeden.”
Maar zodra de Commissie voorrang geeft aan sectoren, zal dat leiden tot verdeeldheid onder de landen. Waarom wel een snelle deal voor auto’s en staal, en niet voor andere sectoren? Bovendien is het de vraag of het Witte Huis wel zo zakelijk naar de verschillende sectoren kijkt. Trump beschouwt de grote aantallen Duitse auto’s op Amerikaanse wegen, die nota bene veelal deels in de VS worden gemaakt, als een gruwel. En hij ziet de wederopbouw van de Amerikaanse staalindustrie als een zaak van nationale veiligheid, overigens net als zijn voorganger Joe Biden.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC