DNB-president Klaas Knot keert zich tegen het plan van minister Eelco Heinen (Financiën) om de maximale ambtstermijn van Knots opvolger te verkorten. Volgens Knot verhoogt dit het risico op politieke bemoeienis met het centrale bankenbeleid.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Als het aan Heinen ligt, blijven toekomstige presidenten van De Nederlandsche Bank (DNB) maximaal tien jaar in functie. Voor Knot, die op 1 juli het stokje overdraagt aan DNB-directielid Olaf Sleijpen, zit de maximale wettelijke zittingsduur van veertien jaar erop. Het eerste kabinet-Rutte benoemde Knot in 2011 voor zeven jaar tot chef van de Nederlandse centrale bank. In 2018 werd zijn termijn met nog eens zeven jaar verlengd.
Tegelijk met de bekendmaking van Sleijpens aanstelling op 13 juni kondigde Heinen aan dat hij de maximale zittingsduur wil terugbrengen naar twee termijnen van vijf jaar. In zijn Kamerbrief schrijft de minister dat een kortere ambtstermijn ‘vernieuwing, kritisch denken en onafhankelijkheid binnen de organisatie stimuleert en de rol van interne checks-and-balances versterkt’.
Volgens Heinen is een kortere termijn in lijn met de ontwikkelingen in het bedrijfsleven, waar bestuursvoorzitters meestal voor vier jaar worden benoemd. Vier jaar is ook de gebruikelijke termijn voor bestuurders van staatsdeelnemingen als de NS en Schiphol. De VVD-minister stelt dat een maximumtermijn van twee keer zeven jaar voor een centrale bankier ‘relatief lang’ is in vergelijking met andere Europese landen.
Dat laatste klopt niet. Vijf jaar is volgens de statuten van de Europese Centrale Bank (ECB) de minimumtermijn. De president van de Duitse Bundesbank wordt voor acht jaar benoemd en die zittingstermijn kan wettelijk gezien een onbeperkt aantal keren worden verlengd.
In Frankrijk is de termijn zes jaar (met verlengingsmogelijkheid), net als in Polen. In eurolanden waar centrale bankiers voor vijf jaar worden benoemd, zoals België, Oostenrijk en Italië, zijn meer dan twee termijnen mogelijk.
Alles over politiek vindt u hier.
Knot noemt in het FD en NRC twee argumenten tegen het verkorten van de zittingsduur naar tien jaar. Ten eerste zou dit nadelig zijn voor de Nederlandse invloed op het internationale monetaire beleid. Met een kortere zittingstermijn zullen DNB-presidenten niet meer gevraagd worden voor belangrijke internationale functies, waarschuwt Knot. ‘In de centralebankwereld zijn anciënniteit en senioriteit belangrijk’, zegt hij vrijdag in het FD.
Knot wijst erop dat hijzelf pas na 10,5 jaar het voorzitterschap van de Financial Stability Board, een internationale financiële toezichthouder, bemachtigde. Voormalig DNB-president Nout Wellink werd pas na negen jaar verkozen tot voorzitter van het Basel-comité, dat het internationale bankwezen reguleert. Als hij een jaar later al had moeten opstappen, zou hij die functie waarschijnlijk niet gekregen hebben.
Voor politiek leiders gaat dit trouwens ook op. Mark Rutte was waarschijnlijk geen secretaris-generaal van de Navo geworden als hij niet eerst internationaal statuur had opgebouwd dankzij zijn dertienjarig premierschap.
Het tweede argument dat Knot aandraagt is een verhoogd risico op politieke inmenging. De onafhankelijkheid van Europese centrale banken is in de wet verankerd, maar de president wordt door het kabinet benoemd. Hoe meer benoemingsmomenten, hoe meer kansen op politieke beïnvloeding van het beleid, redeneert Knot.
De Groningse hoogleraar politieke economie Jakob de Haan ziet dit gevaar ook. ‘Dit is een heel slecht idee’, reageert hij op Heinens voorstel. ‘Een benoemingstermijn van vijf jaar ligt gevaarlijk dicht bij de politieke cyclus van vier jaar. We moeten hier geen toestanden krijgen zoals in Argentinië. Daar werd in de jaren tachtig na elke presidentsverkiezing de gouverneur van de centrale bank vervangen.’
Donald Trump is een actueel voorbeeld. De Amerikaanse president maakte tijdens zijn bezoek aan Den Haag deze week weer duidelijk dat hij popelt om de president van de Federal Reserve zijn congé te geven. Jerome Powell weigert namelijk de Amerikaanse rente te verlagen, zoals Trump hem heeft gevraagd. Powells termijn loopt volgend jaar af en Trump zoekt nu een buigzame opvolger.
Heinen ontkent overigens dat hij uit is op meer politieke grip op DNB. De maximale ambtstermijn van DNB-directieleden is in 2011 al een keer ingeperkt naar aanleiding van de ondergang van DSB Bank. De commissie-Scheltema concludeerde destijds dat het toezicht van DNB op de bank van Dirk Scheringa ernstig tekort was geschoten.
Naar aanleiding van dat rapport beperkte het kabinet het aantal mogelijke herbenoemingen tot één keer. Vóór de wetswijziging kon de DNB-president in theorie een oneindig aantal keren worden herbenoemd.
De maximale ambtstermijn van de andere financiële toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten, werd bij die gelegenheid verkort tot drie termijnen van vier jaar. De vicepresident van de Raad van State en de president van de Algemene Rekenkamer (beide Hoge Colleges van Staat), mogen echter tot aan hun pensioen blijven zitten.
Het aanpassen van de ambtstermijn van de DNB-president vergt een wijziging van de Bankwet. De Eerste en Tweede Kamer moeten er dus mee instemmen. Maar Heinen laat zich eerst nog onafhankelijk adviseren over zijn eigen voorstel. Daarvoor stelt hij binnenkort een commissie in.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant