Het presidium van de Tweede Kamer stelt geen nader onderzoek in naar het lekken van vertrouwelijke informatie over de kwestie rond oud-voorzitter Khadija Arib. Dat heeft Kamervoorzitter Martin Bosma in een brief aan de leden laten weten. Hij haalt wel hard uit naar twee voormalige leden van de ambtelijke top van de Kamer.
zijn politieke verslaggevers van de Volkskrant
De beslissing van het presidium hoeft niet te betekenen dat de zaak nu is afgedaan. Een meerderheid in de Tweede Kamer kan een andere beslissing nemen. Volgende week volgt een commissiedebat waarin het onderwerp ter sprake komt. Na het zomerreces staat een plenair debat op de agenda waarin de Kamer besluit over nader onderzoek. De twee grootste fracties, de PVV en GroenLinks-PvdA, willen ‘de onderste steen boven’, hebben ze verklaard.
De zaak draait om het onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag door voormalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, waartoe door het toenmalige presidium in 2022 werd besloten. In de recente rechtszaak tegen een van de ambtenaren die werd verdacht van het lekken van vertrouwelijke informatie in die zaak, suggereerde het Openbaar Ministerie nadrukkelijk dat er nog veel te onderzoeken valt over de gang van zaken die leidde tot de val van Arib.
Het OM kan dat zelf echter niet doen, omdat er mogelijk politici bij betrokken zijn. Hun gedragingen kunnen alleen in opdracht van de Tweede Kamer door de Hoge Raad worden onderzocht. Zo is dat wettelijk geregeld. Daarom moet de Kamer zich er nu over buigen.
Uit de verhoren van de rijksrecherche, in handen van de Volkskrant, kwam een beeld naar voren van een politieke afrekening. Zo besprak de ambtelijk top voorafgaand aan het lek strategieën om de ‘communicatieslag’ van Arib te winnen en werden mails en apps gewist zodra duidelijk was dat de rijksrecherche onderzoek ging doen naar de gang van zaken.
Topambtenaar Jaap van R. schreef bovendien mee aan een anonieme brief met klachten over Arib en zweeg hierover tegen het presidium toen die brief, in zijn aanwezigheid, werd besproken.
Hoewel het presidium dus niet voelt voor nader onderzoek, meent het op basis van de informatie uit de recente rechtszaak wel voldoende informatie te hebben om de rol van Van R. en die van oud-griffier Simone Roos in zware bewoordingen af te keuren. Hun handelen in de affaire levert volgens het dagelijks bestuur ‘een zorgelijk beeld op van een deel van de hoogste ambtelijke leiding’.
‘De bevindingen vormen een inbreuk in het vertrouwen dat voor een goede samenwerking tussen het Presidium, Griffier en ambtelijke leiding van de Kamer randvoorwaardelijk is’, aldus Bosma. ‘Deze voorwaarde geldt temeer bij aangelegenheden die de sociale veiligheid in de politiek-ambtelijke verhoudingen betreffen.’
Zijn oordeel over de topambtenaren krijgt misschien consequenties, suggereert Bosma. Roos en Van R. legden hun functie enkele maanden na de publicatie van de berichten over Arib neer en vertrokken uit de Kamer met een onbekend geldbedrag. ‘De nieuwe wetenschap uit het strafdossier geeft aanleiding te bekijken of eerder gemaakte afspraken, zoals vaststellingsovereenkomsten, kunnen worden herzien’, schrijft Bosma.
Alles over politiek vindt u hier.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant