is socioloog en columnist van de Volkskrant.
Nu helaas met de stakingen de aantrekkelijkheid van het vervoer per trein opnieuw een deuk heeft opgelopen, wil ik het nog even hebben over het bestaan van een eerste en tweede klas. De beslissing onlangs van NS om in enkele sprinters de eerste klas op te heffen, zodat de tweede klas meer zitplaatsen krijgt, werd vrij algemeen acceptabel gevonden. Ook door mij, eerste-klasreizigster. In de sprinter gaat het om kleine trajecten. Daar is een eerste klas minder noodzakelijk.
Ik ben dol op de trein. Als hij het tenminste doet. Je gaat zitten, pakt je werk of een fijn boek en kunt tot je bestemming geconcentreerd schrijven of lezen. Hooguit moet je een keer overstappen. Ik kende een recensent die, als hij een dik boek moest bespreken, graag vanuit Haarlem een retourtje Middelburg nam, omdat hij nergens beter las dan in de trein. Af en toe gleed er dan ook nog een mooi landschap voorbij. Het lijkt wel of ik het heb over een eeuw terug, zo onwaarschijnlijk klinkt dit verhaal, en dat komt niet alleen doordat het landschap is verdwenen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zo’n vijfentwintig jaar heb ik geforensd. Eerst van Amsterdam naar Nijmegen, toen van Zutphen naar Amsterdam. In die kwarteeuw verslechterde het treinreizen aanzienlijk. Oost-westtrajecten werden trager, aansluitingen slechter, stations continu verbouwd, en steeds vaker zag ik de achterlichten van mijn overstaptrein.
Jarenlang had ik vrienden die de auto prefereerden uitgelegd dat ze zich vergisten, maar vanaf ongeveer de eeuwwisseling durfde ik mensen die niet pijlsnel trappen op en af kunnen rennen en niet alle alternatieve routes paraat hebben, de trein niet meer aan te raden. Dat is ernstig, want het betekent dat het openbaar vervoer er niet langer is voor iedereen. Niet voor ouderen bijvoorbeeld of voor wie paniekgevoelig is.
Dat ik eersteklas ging reizen was voor werk. Horend tot een veelal werkloze generatie academici sprong ik in 1990 een gat in de lucht toen ik tijdelijk een halve aanstelling kon krijgen aan de Universiteit van Nijmegen. Helaas dreigde mijn gezondheid roet in het eten te gooien. De behandelaar van mijn rugkwaal sprak nagenoeg een veto uit. Meermalen per week moeten staan of stilzitten met te krappe beenruimte kon mijn wervelkolom niet aan.
Eersteklasreizen bleek de oplossing. Ruimer en minder druk. De hap uit mijn weinig riante salaris had ik er graag voor over. Wat heb je aan zo’n ‘elitereservaat’, spotte columniste Emma Curvers een paar jaar terug toen ze ontdekte dat in de eersteklas geen hapjes en drankjes werden geserveerd en dat het enige voordeel meer ruimte was. Precies waarmee ik was gered.
In de recente commentaren op het afschaffen van de eersteklas overheerst de vrolijkheid dat een dagelijkse ervaring van sociale ongelijkheid wordt opgeheven. In deze krant betoonde Jarl van der Ploeg zich een gedreven voorstander van het afschaffen van de ‘klassemaatschappij’. (Ach, was het maar waar dat je van klasse kon veranderen door de simpele aankoop van een duurder treinkaartje.) Wat hem betreft, begrijp ik, zou de eersteklas helemaal verdwijnen. Wie daar anders over denkt behoort tot het ‘zure smaldeel van de bevolking’.
Dit triomfalisme is misplaatst en getuigt van een beperkt besef van de levens van veel andere mensen. Want er zijn meer vormen van sociale ongelijkheid dan geld: verschillen in gezondheid bijvoorbeeld. Hoe schrijnend de overvolle tweedeklas ook is, voor sommigen is de eerste een noodzaak.
De complete nivellering van het leven is een angstaanjagend verlangen. Mensen verschillen namelijk. We zijn niet allemaal even slim, sterk en weerbaar én – niet minder belangrijk – we maken uiteenlopende keuzes. Sommigen gaan met vakantie zodra ze het kunnen betalen, anderen leggen wat apart voor slechtere tijden, weer anderen reizen eersteklas.
In mijn ogen is ook de verdwijning van de eersteklasziekenverpleging een verlies. Ik gun iedereen de luxe van een eenpersoonskamer, maar zolang ziekenhuizen die niet standaard bieden zou ik er graag extra voor betalen om mezelf de geuren en geslachtsdelen, het hoesten en huilen, de televisie, telefoongesprekken en teksten van medezieken te besparen. Als je zoveel tijd in ziekenhuizen hebt moeten doorbrengen als ik, weet je: l’enfer, c’est les autres.
Afschaffing van de eersteklas zou (bij gebrek aan een rijbewijs) mijn mobiliteit beperken tot zover als ik kan fietsen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns