Thomas Erdbrink doet opnieuw verslag uit Teheran, waar hij jarenlang werkte als correspondent voor Nederlandse en internationale media.
Het is oorlog, en iedereen voelt zich na twaalf dagen van Israëlische bombardementen alsof ze letterlijk in elkaar geslagen zijn. De stress van de hele tijd wachten op de klap, niet weten waar en wanneer die komt, gaat onder je huid zitten.
Daarom is er nu ook oorlog bij ons in huis. Mijn schoonmoeder Jila (69) en zwager Hamidreza (42) zijn boos op elkaar. ‘Ik word nog liever door de Israëliërs gegijzeld dan dat ik bij haar langsga’, roept Hamidreza. ‘Al valt er morgen een bom op me, ik wil hem niet meer zien’, zegt mijn schoonmoeder.
Alles begon toen wij nog in Nederland waren en Hamidreza opdracht gaven om mijn schoonmoeder Jila op te halen en de stad te verlaten.
Voor dit verhaal is het goed om te weten dat Jila sinds de Islamitische Revolutie van 1979 zo min mogelijk het huis verlaat. Ze heeft geen goed woord over voor de geestelijken die sindsdien de macht hebben. Vul hier zelf even een serie scheldwoorden in, de kans is zeer groot dat mijn schoonmoeder ze in relatie tot hen gebruikt.
‘Alles hebben ze fout gedaan, alles’, roept ze vaak vanachter de televisie, waarvan het volume altijd op 10 staat. Jila is een beetje doof. Maar vraag haar heel zachtjes ‘wat dan?’ en er volgt een lange lijst van klachten, variërend van de verplichte hoofddoek voor vrouwen tot het executeren van politieke gevangenen. ‘Mannen die ons vertellen wat we moeten doen, ik ben er klaar mee’, zegt ze. Heel veel Iraniërs delen haar mening, dat dat even duidelijk mag zijn.
De Israëlische president ‘Bibi’ Netanyahu riep tijdens de bombardementen ontevreden Iraniërs op om hun leiders omver te werpen in een door hem georkestreerde regimewisseling. Maar zelfs mijn schoonmoeder wil daar niets van weten. ‘Ik ga toch niet luisteren naar een man die mijn land en mijn mensen aanvalt? Foek joe’, zegt ze. Het andere woord dat ze in het Engels kent is ‘krezie’.
In plaats van woest de straat op te gaan in opdracht van mannen op tv, besloot Jila te doen wat ze altijd doet: thuiszitten. Ook toen er een bom drie straten verderop viel, wilde ze niet weg. ‘Alleen tussen zes planken krijgen ze me het huis uit’, zei ze toen we haar eindelijk te pakken kregen.
Een dag later riep de Amerikaanse president Donald Trump alle inwoners van Teheran op om de stad te verlaten. Het werd te veel. We besloten Hamidreza onder druk te zetten om haar mee te nemen. ‘Het heeft geen zin’, piepte hij nog.
Maar een uur later stond hij met draaiende motor voor haar deur. Zijn kat Capa zat miauwend in een kooitje op de achterbank, verder had hij flessen water en rijst meegenomen.
Binnen trof hij Jila aan in de keuken. Dreunen van inslagen op de achtergrond. ‘Wil je thee?’, had ze Hamidreza gevraagd. ‘Thee? Trump zegt dat ze de stad gaan platbombarderen’, zei Hamidreza, ‘we moeten nu gaan!’
Jila weigerde in alle toonaarden en Hamidreza reed woest Teheran uit. Sindsdien praten ze niet meer met elkaar.
Er is nu een wapenstilstand. Even geen bombardementen, en even geen raketten. Ook op familieniveau gaat het leven door. Hamidreza is teruggekomen. Zijn kat is nog niet helemaal de oude en zit de hele dag angstig in de kast. ‘Mijn moeder is de koppigste vrouw die ik ken’, zegt hij.
Jila is vrolijk en zegt dat de lucht tijdens de bombardementen strakblauw was. ‘Nu is er alweer luchtvervuiling.’ Dat Hamidreza haar wilde redden, daar wil ze niets van weten. ‘Weer een man die me wil vertellen wat ik moet doen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns