Meer spullen maken ons niet gelukkiger, en overconsumptie brengt grote schade toe aan mens en planeet. Sterker: overconsumptie is een collectief probleem dat lijkt op overeten — en dat vraagt om systeemverandering.
We hebben het nauwelijks door, maar onze samenleving groeit dicht. Niet door vet, maar door spullen. Kasten vol kleding die we nauwelijks dragen, keukenlaadjes met apparaten die we zelden gebruiken, en een dagelijkse stroom pakketjes die ons huis inkomt. We consumeren alsof het ons alleen maar voorspoed brengt — terwijl onderzoek laat zien dat dat maar zeer beperkt het geval is.
Overconsumeren levert vooral korte kicks op en een lange nasleep van vervuiling, verspilling en vervreemding. Langzaam dringt het besef door: dit loopt uit de hand. Het wordt tijd dat we de koopdrift doven in ons hoofd.
Tegen overeten is sinds kort het wondermiddel Ozempic op de markt. Dankzij dit middel neemt letterlijk de lust tot eten en drinken af en worden mensen steeds ongevoeliger voor verleidingen in de omgeving. Zoals het Amerikaanse wetenschapsblad Scientific American onlangs beschreef: Ozempic werkt vooral zo goed omdat het de constante ‘food noise’ in ons hoofd verstomt.
Als dit zo goed werkt, hebben we dan ook niet iets soortgelijks nodig voor onze algemene koopdrift? Een mentale Ozempic voor spullen?
Over de auteur
Reint Jan Renes is lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan de Hogeschool van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toen we ontdekten dat we steeds zwaarder werden, wezen wetenschappers niet alleen naar het bord van het individu. Ze wezen op het systeem: op fastfood om elke hoek, op portiegroottes die steeds groter werden, op reclame die ongezonde voeding verheerlijkte. We spraken van een ‘obesogene omgeving’ – een leefwereld die mensen bijna automatisch richting ongezond gedrag duwt.
Diezelfde logica geldt nu voor spullen. We leven in een consumptiesamenleving, waarin we constant worden verleid om meer te kopen: via sociale media, reclames, aanbiedingen, lifestyle-influencers. Alles en iedereen schreeuwt ‘kopen, kopen, kopen’ – niet één keer per dag, maar honderden keren. Hoe zou het zijn als al die herrie langzaam zou verdwijnen?
Gelukkig ontdekken steeds meer mensen dat minder ook meer kan zijn. Minder spullen betekent vaak meer overzicht, meer rust, meer tijd voor dingen die ertoe doen. Uit experimenteel onderzoek blijkt zelfs dat als mensen informatie krijgen over de persoonlijke voordelen van ‘consuminderen’ – zoals minder stress, meer vrije tijd en betere mentale gezondheid – ze eerder bereid zijn om consumptiegedrag te minderen.
Welvaart heeft ons veel goeds gebracht, maar langzamerhand lijkt de wereld er – letterlijk – onder te bezwijken. De rijkste 20 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de wereldwijde CO2-uitstoot en voor bijna 40 procent van het verlies van biomassa uit ons ecosysteem. Willen we binnen de draagkracht van de planeet blijven, dan moet het welvarende deel van de wereld anders gaan leven. Niet als een zure verplichting, maar als een uitnodiging tot een andere manier van gelukkig zijn.
Is de consument dan aan zet? Nee, niet alleen. Net zoals we bij het terugdringen van roken en overgewicht niet alleen op eigen wilskracht zijn gaan vertrouwen, moeten we nu ook durven ingrijpen in het systeem. Dat betekent onder meer: stoppen met het normaliseren van overconsumptie. Reclames – vooral die voor vervuilende en ongezonde producten – houden ons collectief in de houdgreep.
In een wetenschappelijk advies aan de Tweede Kamer (2023) pleitte ik samen met een grote groep collega-wetenschappers dan ook voor een verbod op fossiele reclame. Want reclame is geen neutrale informatievoorziening; het zet ons aan tot gedrag dat haaks staat op onze klimaatdoelen en vaak niet in lijn is met wat ons gelukkig maakt.
Een Ozempic voor spullen is misschien niet letterlijk te koop. Maar we kunnen wel met elkaar de constante ruis van koopverleiding dempen. Door marketingregels aan te passen. Door eerlijke informatie te geven over de impact van ons consumptiegedrag. Door consuminderen zichtbaar en wenselijk te maken. En door zelf andere keuzes te maken – als burgers, als organisaties, als overheid.
We staan aan het begin van een nieuw verhaal. Een verhaal waarin we ontdekken dat we niet minder, maar juist meer krijgen als we minder consumeren. Meer rust, meer ruimte, meer toekomst.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant